BESPREKING BOEK ‘DE SOLDAAT VAN ORANJE ONTMASKERD’
‘DE SOLDAAT VAN ORANJE ONTMASKERD’ door Petra Alkema, 2026
Het boek “De Soldaat van Oranje ontmaskerd’ is geschreven door Petra Alkema, ingenieur forensisch onderzoek, die de publicaties van en over Erik Hazelhoff Roelfzema naloopt.
Op de achterzijde van het boek staat ter aanprijzing:
Erik Hazelhoff Roelfzema geldt als een van de bekendste gezichten van het Nederlandse verzet. Zijn verhaal groeide uit tot nationale mythe. Maar wat blijft er van dat beeld over wanneer de bronnen opnieuw en systematisch worden onderzocht?
In De Soldaat van Oranje Ontmaskerd reconstrueert rechercheur en analist Petra Alkema het leven en handelen van Hazelhoff Roelfzema op basis van uitgebreid archiefonderzoek en vele niet eerder gepubliceerde documenten. Haar analyse levert een aanzienlijk complexer en minder eenduidig beeld op dan het bekende heldenverhaal.
Het onderzoek roept concrete en onderbouwde vragen op: welke motieven speelden een rol in Hazelhoffs keuzes? Welke contacten onderhield hij tijdens de oorlog, ook met de Duitse bezetter? Wat was zijn betrokkenheid bij het Englandspiel? En hoe moet zijn naoorlogse samenwerking met prins Bernhard en de Amerikaanse inlichtingendiensten worden geduid?
Door nieuwe verbanden bloot te leggen plaatst Alkema niet alleen Hazelhoff Roelfzema in een ander perspectief, maar werpt zij ook licht op de bredere invloed van geheime diensten op de Nederlandse politiek in de twintigste eeuw.
Dit boek onderzoekt of het beeld van Erik Hazelhoff Roelfzema als 'symbool van onze strijd voor de vrijheid', zoals koning Willem-Alexander hem typeerde, standhoudt bij hernieuwde toetsing aan de feiten.
'Verzetsheld Soldaat van Oranje valt van zijn voetstuk. Niets wijst erop dat hij in het verzet zat'. Algemeen Dagblad
Algemeen
Het boek bestaat uit drie delen: I. Leugens, II. Slachtoffers, II. Geheimen, voorafgegaan door een Voorwoord en afgesloten met een Epiloog: Voor hem die viel (Sic!).
Voorzien van een tijdlijn, personenregister, dankwoord en noten.
Vraagstelling
De vragen, die wij ons bij lezing van het boek stellen, zijn:
Titel
- Dekt de titel de lading: Is Hazelhoff Roelfzema ontmaskerd
- Bevatten zijn publicaties leugens
- Heeft hij slachtoffers op zijn geweten
- Wat te zeggen van de geheimen
- is de titel en aanprijzing van het boek (te) sensationeel gesteld
Inhoud
- wat is de waarde van dit boek
- wat is mijn oordeel over het boek en de auteur
Allereerst bespreken wij de inhoudelijke kernpunten van de eerste twee delen, te weten Deel I Leugens en Deel II Slachtoffers. Het laatste deel, Deel III Geheimen laten wij grotendeels voor wat het is. Daarna trachten wij antwoorden te formuleren op de door ons gestelde vragen.
Deel I Leugens
Rede van Cleveringa [1]
Hazelhoff Roelfzema beschrijft zijn belevenissen van 26 november 1940, de dag van de beroemde rede van Cleveringa aan de Leidse Universiteit. Zijn beschrijving is volgens Alkema ongeloofwaardig: ‘hij presenteerde de lezer een geantidateerde geloofsbrief’.
Actief in het verzet [2]
10 mei 1940-eind juni 1941. Hazelhoff Roelfzema schrijft in mei 1942 Londen een rapportage over zijn ervaringen: ‘ikzelve was gedurende den gehelen bezettingstijd door indirecte kanalen actief geweest’. Alkema onderzoekt dit statement, en kan hier geen bevestiging van vinden, zeker ook omdat Hazelhoff Roelfzema bij aankomst in Engeland tijdens zijn verhoor zelf aangeeft niets te weten over het verzet in Nederland. Hazelhoff Roelfzema trekt zich op aan de verdiensten van Bob van der Stok; Alkema kwalificeert dit als ‘hero by association’. Bovendien melden verzetsmensen Battaerd, Kist en van Musschenbroek aan Londen dat Hazelhoff Roelfzema ‘er in Nederland van verdacht wordt in verbinding te staan met Duitse autoriteiten’. Wij komen nog terug op deze onderwerpen.
Leids manifest [3]
Hazelhoff Roelfzema laat posters drukken en verspreiden: het zgn. Leids Manifest. Alkema laat zien dat er al kort daarvoor een veel principiëler manifest was opgeplakt, direct gericht tegen de numerus clausus voor Joodse studenten. Dat ging verder dan de terughoudende tekst van het Leids Manifest. Ook laat zij zien dat de opsporing en arrestatie van de drukker heel anders is gelopen dan de onderling verschillende beschrijvingen die Hazelhoff Roelfzema in zijn publicaties geeft. Alkema constateert dat Hazelhoff Roelfzema de werkelijke gang van zaken kende en zijn lezers misleidt.
Het Oranjehotel [4]
Hazelhoff Roelfzema schrijft in mei 1942 een rapport over zijn acties tot dat moment. Hierin meldt hij dat zijn arrestatie (2 april 1941) het gevolg was van het Leids Manifest, alsmede ‘dat hij na arrestatie een maand in het Oranjehotel opgesloten was en ter dood werd veroordeeld’. Alkema reconstrueert de gang van zaken. De arrestatie vond plaats toen hij bij twee adspirant-Engelandvaarders op afscheidsbezoek was. Door verraad was het vertrek van de Engelandvaarders bekend geraakt en werden ze op dat moment door de Duitsers ingerekend. Bezoeker Hazelhoff Roelfzema werd ‘en passant ‘meegenomen, zeker niet als gevolg van zijn manifest.
Het tijdens de arrestatie bij zich hebben van een filmrolletje met inlichtingenmateriaal en de van elkaar afwijkende beschrijvingen hierover worden door Alkema betwijfeld; nergens is hiervan bevestiging gevonden. Van een ter dood veroordeling is geen sprake geweest; Hazelhoff Roelfzema stelde later dat hij het bij geruchte had vernomen. De duur van zijn gevangenschap in het Oranjehotel varieert in de publicaties van een maand tot drie dagen. Alkema ziet een patroon, waarin de verhalen nog wel eens aangepast worden en daarmee inconsistent zijn.
Contact met Duitse autoriteiten [5]
De ongebruikelijk snelle vrijlating uit het Oranjehotel staat mogelijk, zo veronderstelt Alkema, in verband met het enkele dagen later verschijnen van een boek. Met medewerking van Duitse autoriteiten wordt namelijk op 9 april 1941 een door Hazelhoff Roelfzema geschreven boek gepubliceerd. Het gaat over de Fins-Russische oorlog, en heeft de titel Het smeulende vuur. Hazelhoff Roelfzema schrijft in ‘Het leven van de Soldaat van Oranje’ dat de publicatie ‘verscheen toen de Duitsers Rusland hadden binnengevallen’. Maar de inval was later, in juni 1941. Alkema merkt op, dat het verschijnen van Het smeulende vuur pas in zijn laatste boek wordt genoemd; zij vraagt zich af: ‘om schoon schip te maken?’ Is Hazelhoff Roelfzema vervroegd vrijgelaten om bij het verschijnen van zijn boek te kunnen zijn? Verklaart dat de eerdergenoemde waarschuwing aan de autoriteiten in Engeland dat de dan vertrokken Hazelhoff Roelfzema ‘in contact stond met de Duitsers’?
Vluchtpogingen [6]
In de publicaties van Hazelhoff Roelfzema ontbreken beschrijvingen van zijn pogingen om naar Engeland te ontvluchten in de periode tot zijn aanmonstering op de St. Cergue. Zo probeerde hij met een groep met een Scheveningse logger te ontsnappen. Er was een actie van een groep met een sloep bij Noordwijkerhout, en dat hij de vlet van het Luxe bad van Scheveningen wilde gebruiken. Alkema constateert dat hij bij die pogingen onbedoeld in contact kwam met verraders, die voor de Duitsers werkten. De verraders infiltreerden namelijk bij verzetsmensen, die wilden vluchten. Hazelhoff Roelfzema zegt een door de verraders georganiseerde ‘vlucht’ op het laatste moment af en ontloopt daarmee arrestatie. Maar is daarmee in het vizier van de Duitsers gekomen. Volgens verzetsman Michielsen heeft Hazelhoff Roelfzema hiermee onbedoeld de Gestapo de vriendenclub binnengebracht.
Twee foute politiemannen, Poos en Slagter vinden bij een arrestatie van een verzetsman een aan die persoon gerichte brief van Hazelhoff Roelfzema. Daarin probeert hij zich aan te sluiten bij een verzetsorganisatie en een mogelijke vlucht naar Engeland. Deze brief zouden de politiemannen niet aan de Sicherheitsdienst overgedragen hebben. Bij een getuigenverhoor in 1947 herinnert Hazelhoff Roelfzema zich die brief niet. Alkema ziet ongerijmdheden rond deze kwestie, zeker gezien de zwijgzaamheid van Hazelhoff Roelfzema: ‘Dit kan de reden zijn dat we er in zijn oeuvre nooit iets over hebben kunnen lezen.’ Alkema veronderstelt dat de eerdergenoemde waarschuwing aan Londen ook hier op betrekking gehad kan hebben.
Alkema gaat overigens niet in op het feit, dat die brief een verzoek betrof om aansluiting bij een verzetsorganisatie en vlucht naar Engeland, voorzien van een opsomming van zijn illegale werkzaamheden tot dan toe. Dit zou haar eerdere conclusie uit hoofdstuk 2 - het ontbreken van de door Hazelhoff Roelfzema beweerde verzetsactiviteiten - logenstraffen. Op deze discrepantie gaat ze niet in, terwijl ze de brief met gevaarlijke inhoud wél verwijtbaar acht. Los daarvan staat, zo merken wij op, dat herhaalde vluchtpogingen wel blijk geven van de wil tot verzet.
De tocht naar Engeland [7]
Zoals eerder vermeld, berichten verzetsmensen Battaerd, Kist en van Musschenbroek aan Londen dat Hazelhoff Roelfzema ‘er in Nederland van verdacht wordt in verbinding te staan met Duitse autoriteiten’. Maar ook dat hij ons land heeft verlaten ‘with the knowledge and consent of the Germans’. Alkema onderzoekt of Hazelhoff Roelfzema door de Duitse Abwehr is geronseld om hem als agent te sluizen tussen een aantal ‘gewone’ ontsnappers. De bekende ‘spionnenjager’ Oreste Pinto attendeerde op deze modus operandi van de Duitsers. Inderdaad was er een andere opvarende van de St.Cergue die in opdracht van de Duitse Abwehr naar New York reisde met een spionagemissie. Alkema kan voor wat Hazelhoff Roelfzema aangaat, geen indicatie voor zo’n rol vinden, maar wijst er – enigszins wantrouwend - op dat Hazelhoff Roelfzema op het schip kwam na een tip van een ‘fout’ familielid. Het hoeft overigens geen verbazing te wekken dat Hazxelhoff Roelfzema deze kans aangreep om met een neutraal schip naar het toen nog neutrale Amerika te reizen, een land waar hij veel goede herinneringen aan had.
Met de waarschuwing is in Engeland niets gedaan; volgens Alkema mogelijk door toedoen van een nog in Engeland voor de Duitsers werkende ‘dubbelspion’, van Koutrik. Dat Van Koutrik in de periode tot aan de Duitse inval van 10 mei 1940 dubbelspion was, werkend voor de Britse Secret Intelligence Service én de Abwehr is geen nieuws. Speculatief is, zo zegt Alkema zelf, haar veronderstelling dat Van Koutrik na zijn aankomst in Engeland op die dag doorgegaan is met werken voor de Abwehr. Zij vermeldt dat de aan van Koutrik in Engeland opgegeven namen en adressen vaak opgerold zijn. Alkema schrijft dat zij niet weet of en hoe die informatie via Van Koutrik weer bij de Duitsers zou zijn beland.
Deel II Slachtoffers
Onder de titel ’slachtoffers’ volgt in deel II van het boek een beschrijving van de operaties van ‘Operation Contact Holland’. Het deel bevat een goede beschrijving van de lotgevallen van direct en indirect betrokkenen uit deze roerige periode. Dat daar slachtoffers bij vallen is vanzelfsprekend.
Het klimaat in Londen [8]
De aankomst van Engelandvaarders in Engeland versterkt bij Wilhelmina de wens om een eigen en zelfstandige rol te kunnen spelen. Daarom wil zij bepaalde personen uit Nederland over laten komen en direct contact krijgen met het verzet. Bernhard en Van ’t Sant gaan hierin mee, weldra gevolgd door de enthousiaste, uit Nederland ontsnapte jongelui die met rugdekking van eerstgenoemden buiten de reguliere Nederlandse instanties een ‘Kongsi’ [9] vormen om een eigen operatie op touw te zetten: ’Operation Contact Holland’. Met snelle motorboten moeten agenten naar Nederland gebracht worden. Zij verzamelen inlichtingen, helpen het opzetten van verzetskringen en brengen personen naar Engeland.
Alkema beschrijft het ontstaan van dit plan. Het idee komt van Van der Stok. Die bespreekt het onderweg aan boord van de St.Cergue met Tazelaar. Hazelhoff Roelfzema vangt er wel iets van op. Van der Stok werkt het plan uit, zet het op papier en geeft het mee aan Hazelhoff Roelfzema, als die als eerste in Engeland vrijheid in beweging krijgt. Hazelhoff Roelfzema gaat er mee naar Van ’t Sant, hoewel hij weet dat het verzet in Nederland deze secretaris van de Koningin wantrouwt en dat Van der Stok het daar niet mee eens zal zijn. Bij Van ’t Sant presenteert Hazelhoff Roelfzema het plan als ‘het zijne’, waardoor Van der Stok - die daar pas later van hoort - er geen rol meer in wil spelen en naar de Royal Air Force vertrekt. Hazelhoff Roelfzema ontkent deze gang van zaken en constateert dat voor Van der Stok de druiven zuur zijn. Alkema neemt het verwijt van Van der Stok over, namelijk dat een essentieel onderdeel van het originele plan – een ‘safehouse’ aan de Boulevard in Scheveningen – door Hazelhoff Roelfzema weggelaten is.
Tazelaar op het strand [10]
De goedwillende amateurs Hazelhoff Roelfzema, Tazelaar en Krediet krijgen ‘Operation Contact Holland’ in beweging. Hazelhoff Roelfzema schrijft dat hij de algehele leiding over het plan heeft. Alkema signaleert dat fouten dan dus ook onder zijn verantwoordelijkheid vallen; in zijn publicaties geeft hij daarvan echter geen blijk. Al bij het eerste deel van de operaties wijkt men af. Er zou eerst een werkende radioverbinding met bezet Nederland worden ingesteld, alvorens een eigen agent op het strand te zetten. De gedropte agent ter Laak krijgt de beschadigde radio niet aan de praat. Er zijn dus geen werkende verbindingen; toch wordt Tazelaar in de welbekende scene in smoking op het strand gezet. Dit past in de volledig nonchalante sfeer, waarin – zo beschrijft Alkema op overtuigende wijze - enkele niet-gekwalificeerde personen buiten de reguliere kanalen om, met medeweten van de Britten een privé-initiatief ‘Operation Contact Holland’ uitvoeren. Alkema signaleert gebrekkige planning: er is op maandag nooit feest - dus hoezo smoking? – en dat dit door louter geluk goed gaat. Alkema zit er hier naast: de landing vindt plaats op de zondagavond 23 november 1941.
De geplande afhaaloperatie van Tazelaar en Wiarda Beckman wil door allerlei oorzaken maar niet lukken. Vijf keer gaan Hazelhoff Roelfzema en Krediet met de boot op pad en staan Tazelaar, Wiarda Beckman en verzetsstrijders vergeefs klaar op het strand.
De mislukte afhaaloperatie [11]
In bezet Nederland is verrader Ridderhof geïnfiltreerd in de Ordedienst (OD), wat leidt tot de arrestatie en uitschakeling van de top van de OD. Geruchten over de aanwezigheid van Tazelaar en de afhaaloperatie gaan in OD-kringen rond. Alkema: ‘Een professionele veiligheidsdienst had misschien conclusies getrokken uit deze tegenslagen, maar zo niet de leden van de kongsi, die feitelijk samen Contact Holland aanstuurden’. Alkema veronderstelt, dat het nieuws van de arrestaties in korte tijd in Londen bekend werd; dat valt te betwijfelen. Door informant Ridderhof en de arrestaties weet de Duitse contraspionagedienst dat er een afhaaloperatie op het strand aanstaande is. De afhaaloperatie loopt dan ook uit op een fiasco. De passagiers Wiarda Beckman en Goedhart en een begeleider worden op het strand opgemerkt en gepakt. Tazelaar en Dogger weten te ontsnappen.
Alkema signaleert dat Hazelhoff Roelfzema over deze mislukte afhaaloperatie zwijgt en slechts in algemene termen schrijft dat autoriteiten in Londen door onachtzaamheid verantwoordelijk waren voor lekken. Schrijnend is, dat Hazelhoff Roelfzema wél iets over deze nacht schrijft, namelijk dat het de 20e vaart is en dat er ter viering champagne op gedronken wordt.
Alkema is zeer kritisch over de personen, die naar Engeland overgebracht hadden moeten worden; zij vraagt zich af of onderzoeker Kluijters gelijk heeft dat het hier ging om het creëren van een machtsbasis voor de terugkeer van de Oranjes naar Nederland.
Slachtoffers
Alkema constateert dat vrijwel alle agenten die aan land zijn gebracht, en de personeen die opgehaald zouden worden om het leven zijn gekomen. Ook neemt zijn een lijst op van 26 plus 7 indirecte slachtoffers. De estafette van oorzaak en gevolg gaat volgens haar terug ‘naar de onprofessionele en deels onbegrijpelijke beslissingen van de Kongsi en de uitvoering daarvan’. Wij komen op dit punt nog terug.
Nabespreking van de operatie [12]
Het hoofdstuk Spookridder gaat slechts zeer indirect over het onderwerp van Deel II Slachtoffers. Alkema bespreekt de gang van zaken in Londen na de mislukte operaties. De na enkele weken via een vluchtroute uit Nederland in Londen aangekomen Tazelaar en Dogger worden afgeschermd van de Nederlandse autoriteiten en direct naar de Koningin en de kring van opdrachtgevers, de Kongsi gebracht. Alkema breekt hier de staf over, schrijvende dat ‘een kleine coup is gepleegd, waarbij de legitieme Nederlandse regering buitenspel is gezet.’ Hierbij gaat zij, in navolging van socialist Vorrink verder in op de autoritaire tendensen in Londen en het weinig democratisch gehalte van de Orde Dienst. Over die organisatie geeft zij haar mening: ‘Toch hebben andere verzetsorganisaties meer en nuttiger werk gedaan om mensen te helpen met onderduiken en vluchten en ook op het gebied van gewapend verzet tegen de bezetter’.
Wilhelmina wil dat haar ‘helden’ tot Ridder in de Militaire Willemsorde worden geslagen. Als vrijwel enige bron van informatie ligt hiervoor het rapport dat Hazelhoff Roelfzema in mei 1942 opstelde. Ondanks het negatieve advies van het waarnemend kapittel krijgen Hazelhoff Roelfzema, Krediet en de Britse marineofficier Goodfellow de onderscheiding. Tazelaar zal pas veel later volgen. Over het rapport van Hazelhoff Roelfzema constateert Alkema: ‘het gaat echter helemaal voorbij aan de gemaakte fouten en het veroorzaakte leed en concentreert zich alleen op Hazelhoff’s eigen belevenissen’. Zij vraagt zich af het mogelijk zou zijn de Militaire Willemsorde benoeming ongeldig te verklaren. Wij merken op dat de toekenning destijds procedureel vreemd is verlopen, maar dat met de kennis van nu deze benoeming volkomen terecht moet worden geacht. Dat er fouten zijn gemaakt, dat operaties mislukken en dat er slachtoffers in een oorlog vallen zijn geen redenen om persoonlijke moed, beleid en trouw niet in beschouwing te nemen.
Englandspiel [13]
Een op zichzelf goed geschreven hoofdstuk gaat over het Englandspiel en de vele slachtoffers, die deze Duitse misleidings-operatie maakte. De uitzending van marconist Van der Reijden voor ‘Contact Holland’ blijkt een evidente misser. Deze marconist op de koopvaardij wordt aangewezen ter vervanging van Ter Laak, die geen verbinding kan maken tussen Tazelaar en Engeland. Van der Reijden komt weliswaar veilig aan land, maar de radio is in zee gevallen. Hij wordt na korte tijd gearresteerd en slaat, naar zeggen van de Duitsers, door. Op indirecte wijze is dat een deel van het begin van het Englandspiel, want hij geeft enkele geheimen prijs. Alkema verwijt Hazelhoff Roelfzema de selectie van de marconist, in weerwil van in Engeland levende bezwaren. Ook dat Hazelhoff Roelfzema het in zijn publicaties bij arrestaties op toeval houdt, wat niet zo was: ‘enige eigen verantwoordelijkheid voor het risico van de hele operatie lijkt hem volledig vreemd te zijn.’
De relatie van ‘Operation Contact Holland’ met het Englandspiel is met Van der Reijden zeer beperkt. Desalniettemin ontwikkelt Alkema een hypothese over het ontstaan van het Englandspiel. Zij legt verband tussen eerdergenoemde dubbelspion Van Koutrik en het Englandspiel. Haar hypothese zou volgens haar het ontbrekende puzzelstuk kunnen zijn.
Laatste actie Noordwijk [14]
Deze actie op 12 mei 1942 bij Noordwijk wordt een mislukking. In dit hoofdstuk schenkt Alkema bredere aandacht aan de gewenste overtocht van socialistische voormannen Vorrink en Althoff. Dit past in Wilhelmina’s streven naar terugkeer naar Nederland van een sterke regering onder leiding van het Huis van Oranje. Alkema signaleert dat deze afhaaloperatie niet gericht is op verzetshanddelingen die de bevrijding dichterbij zouden kunnen brengen of mensen in bezet gebied zouden kunnen helpen. Na deze mislukte actie wordt Prins Bernhard in de luwte gezet, de contacten worden verbroken. Het opzetten van de club ‘Oranjehaven’ voor Engelandvaarders moet gezien worden in het licht van opvattingen van Wilhelmina over vernieuwing, enz. Tijdens gesprekken in die club komen er wilde (dronkemans) ideeën op tafel, zoals het wegsturen van ministers en hen yervangen door de jongelui zelf; Alkema ziet hier plannen voor een staatsgreep.
Mosquito-vlieger [15]
Alkema besteedt relatief weinig woorden aan de belevenissen van Hazelhoff Roelfzema in de drie verdere oorlogsjaren na de operatie ‘Contact Holland’. Hij gaat in opleiding tot vlieger bij de Royal Air Force en volbrengt na brevettering een groot aantal missies als vlieger van een Mosquito. Deze snelle jager wordt gebruikt voor precisiebombardementen en voor het markeren van de doelen (Pathfinder) voor een bombardement door formaties grote bommenwerpers.
Zij schrijft over deze periode opvallend badinerend: ’Op dat moment was de oorlog al gekanteld…’, ‘vloog sneller dan Duitse jachtvliegtuigen en nauwelijks opgemerkt door Duitse radars. Het was al een van de veiligste vliegtuigen van Bomber Command…’, ‘de verliezen waren nog veel kleiner geworden, onder andere doordat men alleen ’s nachts ging vliegen’, ‘hierna volgden honderden bommenwerpers, meestal ook Mosquito’s, die vanaf grote hoogte.’. Als bron gebruikt Alkema het boek van Martin W. Bowman ‘Mosquito Missions’.[16] Hier is wat tegen in te brengen. Zo vloog de R.A.F. al vanaf de eerste oorlogsjaren ’s nachts, vanwege het gevaar van de Duitse luchtafweer overdag. Wij citeren de rapportage van de toenmalige commandant van de Pathfinder Force, air vice marshal Bennett: ‘The contribution of an aircrew member of Bomber Command who completed an operational tour or died in the process – measured in terms of danger of death, both in intensity and duration – was, in my view, far greater than that of any other fighting man, RAF, Navy or Army. The contribution of a Pathfinder, in the same terms of intensity and duration of danger – and indeed of responsibility – was at least twice that of other Bomber Command crews.’ iWikipedia schrijft bij voorbeeld dat Jan Bosch, ook Mosquito-vlieger in hetzelfde 139 squadron optrad: ‘niet als gevechtspiloot, maar – nóg gevaarlijker – als pathfinder. Bosch markeerde de doelen voor de bommenwerpers die hem volgden.’
Alkema schrijft: ‘In Het leven van de Soldaat van Oranje geeft Hazelhoff Roelfzema als enige cijfer dat zijn squadron in twee maanden tijd 40% van zijn bemanning was verloren, Daarvoor is in de annalen van 139 squadron geen bewijs te vinden.’ En ze vervolgt: ‘heeft op al zijn missies samen een kans van 3,3 procent gelopen om neergeschoten te worden. Dat is net iets meer dan de gemiddelde kans per jaar op een auto-ongeval in Nederland ‘.
In de Britse archieven zijn de inzetten van Hazelhoff Roelfzema terug te vinden in de Air Operations Record Books. Hij voltooide 72 missies, waarvan 25 naar Berlijn. Op internet zijn de annalen van 139 (Jamaica) Squadron weergegeven. [17]
In 1944-1945 had die eenheid gemiddeld 12-18 vliegtuigen, met voor elk vliegtuig minstens twee man bemanning. In 1944 zijn 24 vliegers gesneuveld, In 1945 15 vliegers. Waaronder in maart 1945 de Nederlander Andreas Antonius Johannes van Amsterdam. Wij constateren dat het relaas van Hazelhoff Roelfzema op dit onderwerp dichter bij de historische werkelijkheid ligt dan de weergave van Alkema. Ook moet aan de verlening van het Vliegerkruis en het Distinguished Flying Cross waarde worden toegekend. [18]
Deel III Geheimen [19]
Dit deel dwaalt mijns inziens af van de kern van het boek, namelijk de kritische beoordeling van de door Hazelhoff Roelfzema beschreven gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat betreft immers de door hemzelf bedachte en geschetste rol als ‘Soldaat van Oranje’. Alleen al in de titel van zijn autobiografie ‘Het leven van de soldaat van Oranje’ komt tot uiting dat zijn oorlogsbelevenissen centraal staan. De naoorlogse levensloop van deze ‘soldaat’ doet eigenlijk amper ter zake, ook al is die vanzelfsprekend voor een deel een vervolg op oorlogsbelevenissen. Dat geldt trouwens voor alle oud-soldaten, zijn generatiegenoten. Zeker ook gezien de daaropvolgende Koude Oorlog.
Dat hij daarbij in duister en geheim vaarwater terecht komt, wordt door Alkema in een lange lijn van een rechtse en amper democratische gezindheid gepositioneerd. Dat komt zowel tot uiting in zijn acties- buiten de reguliere kanalen om – al tijdens ’Contact Holland’, en later in zijn rol naar de Zuid-Molukken, de CIA, Radio Free Europe, TV op de Noordzee, enz. Om niet te spreken over embryonale gedachten over een ‘staatsgreep’. Het grootkapitaal zoals Heineken, Philips, Unilever, Verolme, enz. wordt er bij gehaald en vervult een negatieve rol. De toonzetting van Alkema laat zien, dat zij zich verre van het conservatieve anticommunistische gedachtengoed positioneert. Haar eigen politieke standpunt schemert nadrukkelijk door in dit deel III.
De publicatie Soldaat van Oranje [20]
Het schrijversbloed had Hazelhoff Roelfzema al vroeg in zijn loopbaan laten vloeien, getuige zijn vooroorlogse publicaties over de Verenigde Staten en de Fins-Russische oorlog. En ook tijdens de oorlog was zijn rapport in mei 1942 over operatie ‘Contact Holland’ een episch document, dat de basis legde voor zijn hoge onderscheiding en zijn latere publicaties. Alkema constateert dat Hazelhoff Roelfzema beroemd wilde worden. Zo wilde hij bij voorbeeld op de cover van het tijdschrift ‘Time’ komen. Er moest tijd overheen gaan, voordat het zo ver kon komen. Volgens Alkema: ‘er waren nog te veel mensen in leven met verse herinneringen aan zijn opportunisme en amateurisme. Het zou nog 25 jaar duren voor zijn eerste boek zou verschijnen.’
Rond 1970 begint het met de reeks artikelen in Nieuwe Revu en het boek ‘Het hol van de ratelslang’. Later omgewerkt naar ‘Soldaat van Oranje’, dat wordt gepresenteerd in het Kurhaus. Een boek waarin hij zelf de held is. De plek van zijn mislukking wordt zo plaats van succes. In 2003 volgt er een naamgeving op die plek van het ‘Soldaat van Oranjestrand’. Ook volgen film en musical. Een misser van Hazelhoff Roelfzema betreft de beroemde dansscene van hem met de jaargenoot, die bij de NSB zit. Hij laat - op televisie bij Willem Duys - de gelegenheid onbenut om deze filmische onjuistheid te corrigeren; hij bevestigt deze juist impliciet door op te merken dat hij ’alleen met meisjes danst’.
Met de verfilming (1970), het verschijnen van een autobiografie ‘Het leven van de Soldaat van Oranje’ (2000) en de musical (2010) worden de gebeurtenissen uit boeken, film en musical welhaast aan elkaar vastgeklonken. Zij krijgen een sacrale, zoniet ‘officiële’ status. Dit omdat drie claims steeds weerkeren: waargebeurd, verzet gepleegd, leven in de waagschaal gesteld; ‘iemand moet het toch doen’. Hierbij ontstaat er een onverbrekelijke verbinding tussen Koningshuis, het verzet en Hazelhoff Roelfzema.
Oordeel
Dekt de titel de lading: Is Hazelhoff Roelfzema inderdaad ontmaskerd
Alkema onderzocht een veelheid aan bronnen en legde die naast de publicaties van Hazelhoff Roelfzema, de film en de musical. Zij ‘ontmaskert’ Hazelhoff Roelfzema in die zin dat zij veel van wat hij schrijft terugbrengt tot de historisch ware proporties. De essentie van de rol die hij speelde blijft evenwel onveranderd. Dat ‘ontmaskeren’ geldt in de grootste mate voor het beeld, zoals het met artistieke vrijheid door anderen is neergezet in film en musical, zoals dat van ‘verzetsheld’. Deze beeldvorming op film en musical valt Hazelhoff Roelfzema niet direct aan te rekenen.
Bevatten zijn publicaties leugens
Bij de beschrijvingen van de gebeurtenissen en zijn eigen rol daarin is Hazelhoff Roelfzema niet terughoudend; over anderen wel. Enkele verhalen zijn aangedikt, maar in essentie niet onwaar. De eerste publicaties verschenen 25 jaar na de oorlog en bevatten zeker overdrijvingen en achteraf te constateren onjuistheden. Ook ontbreken relevante stukken informatie. Wij zien geen leugens, beweringen waarvan Hazelhoff Roelfzema wist dat die in strijd waren met de waarheid. Wel is hij selectief en overdrijft hij. De kwalificatie door de zoon van Chris Krediet is doeltreffend: ‘lying by omission’.
Heeft hij slachtoffers op zijn geweten
Het is onmiskenbaar dat er in Engeland grove onzorgvuldigheden zijn geweest, zowel bij de Nederlandse autoriteiten als bij de betrokken jongelui die de vrije hand kregen bij ‘Contact Holland’, om maar te zwijgen over het ‘Englandspiel’. Alkema legt expliciet een deel van de verantwoordelijkheid voor de slachtoffers bij Hazelhoff Roelfzema. Zij haakt daarvoor aan bij de wat opschepperige toon van Hazelhoff Roelfzema zelf, die zich als dé verantwoordelijke voor Contact Holland neerzet. Daar rekent zij hem op af. Naar onze mening kunnen hem dit soort algemene verwijten niet zomaar gemaakt worden. Alkema noemt geen slachtoffers die direct aan zijn handelen of nalaten te wijten zouden zijn. Los daarvan treft haar verwijt wel doel, namelijk dat hij in zijn publicaties weinig aandacht schenkt aan mislukkingen en slachtoffers.
Wat te zeggen van de geheimen
De geheimen die in het boek worden besproken zijn ‘oude bekenden’ uit de Koude Oorlog. Zij kleuren de persoonlijkheid van Hazelhoff Roelfzema en zijn politieke oriëntatie verder in. De relevantie van deel III voor zijn rol in de oorlog ontgaat ons.
Is de titel en aanprijzing van het boek (te) sensationeel gesteld
De kaft, de titel en de opmaak zijn evident bedoeld om lezers te interesseren: het heeft een hoog ‘kleren van de keizer’ gehalte. Zoals gezegd, valt er op de weergave en de beeldvorming in boeken, film en musical het nodige af te dingen, maar voor de beoogde publieke demystificatie van Hazelhoff Roelfzema is meer nodig. Wij zien na lezing van de publicatie van Alkema geen wezenlijke verandering in onze appreciatie van de rol van Hazelhoff Roelfzema tijdens de oorlog. Hij was Engelandvaarder, deed ‘Operation Contact Holland’, was oorlogsvlieger, en zeker een held. [21]
Geeft Alkema antwoord op haar eigen vragen (zie de achterflap)?
Welke motieven speelden een rol in Hazelhoffs keuzes?
Een duidelijk antwoord komt er naar onze mening niet. Of het moet het beeld zijn van ‘rechtse Corpsbal, die zijn hele leven conservatief/autoritair was’.
Welke contacten onderhield hij tijdens de oorlog, ook met de Duitse bezetter?
Bij zijn pogingen om naar Engeland te ontkomen kwam hij in onbedoeld contact met verraders en de Abwehr. Voor de verschijning van het boek over de Fins-Russische oorlog was instemming van Duitse autoriteiten nodig; de contacten hierover liepen via de uitgever Sijthoff. Zijn aanmonstering op de St.Cergue is niet scherp te reconstrueren. Alkema geeft geen bevredigend antwoord op de suggestief gestelde vraag, althans of er sprake zou zijn geweest van een ‘foute’ of opportunistische instelling van Hazelhoff Roelfzema.
Wat was zijn betrokkenheid bij het Englandspiel?
Ook op deze suggestieve vraag is het antwoord van Alkema onduidelijk. Er is maar een enkele connectie, te weten de uitzending van marconist Van der Reijden. Duidelijk is, dat Hazelhoff Roelfzema geen relatie had met het Englandspiel, en dus evenmin met de slachtoffers. Ook al worden er veel woorden aan dit drama gewijd en komt er zelfs een hypothese op tafel.
Hoe moet zijn naoorlogse samenwerking met prins Bernhard en de Amerikaanse inlichtingendiensten worden geduid?
Deze vraag wordt afdoende beantwoord; dit naoorlogse onderwerp ligt echter naar onze mening buiten de kern van het boek.
Werpt zij ook licht op de bredere invloed van geheime diensten op de Nederlandse politiek in de twintigste eeuw
Op dit gebied hebben wij geen nieuwe inzichten verkregen; ook dit uiterst brede onderwerp ligt buiten de kern van het boek. Althans, valt niet onder de beoogde ‘ontmaskering’.
Wat is de waarde van dit boek voor de geschiedschrijving/waarheidsvinding
Alkema heeft zowat alle mogelijke bronnen bestudeerd en gebruikt. Zij heeft daarbij de verhoren van de Parlementaire Enquêtecommissie niet vergeten. Zij stelt – naar goede opsporingsgewoonte – een tijdlijn op. Haar noten en bronvermeldingen zijn in orde. Er is een register van hoofdrolspelers. De minutieuze wijze, waarop Alkema de bronnen heeft geanalyseerd en daarmee de discrepanties met boeken, en zeker ook met de film en de musical aangeeft, resulteert in een zinvolle aanvulling. Zij laat overtuigend zien, dat Hazelhoff Roelfzema de gebeurtenissen vanuit zijn eigen perspectief heeft beschreven, maar dan wel selectief en niet wars van enige overdrijving. Daarbij laat hij hoofdrolspelers en belangrijke gebeurtenissen buiten beeld of plaatst ze in de schaduw. Het derde deel (Geheimen) is daarbij overbodig.
Wat is je oordeel over het boek en de auteur
In het boek laat de schrijver zich door het plaatsen van subjectieve toevoegingen naar mijn mening wel eens gaan. Haar motivatie daarvoor blijkt dan ook uit haar voorwoord: ‘om op die manier aan de kaak te stellen waar hij [Hazelhoff Roelfzema] politiek en maatschappelijk gezien voor staat’. Kennelijk is het nodig om over dit soort mensen de staf te breken, los van hun verdiensten. Daarmee begeeft zij zich in een opiniërende, zo niet stigmatiserende richting. Dat is onnodig; haar inhoudelijke bevindingen spreken voor zich. Wij kwalificeren haar beschrijving van de rol van Hazelhoff Roelfzema als oorlogsvlieger als ‘beneden de maat’. Zij doet niet alleen hem maar veel andere oorlogsvliegers hiermee ernstig te kort. Het boek is desondanks een nuttige aanvulling.
Kees Neisingh Wassenaar, 8 augustus 2026.
[1] Zie 1. SPANNING OVER HET WATER
[2] Zie 2. INDIRECTE KANALEN
[3] Zie 3. NA ONDERLING OVERLEG en 4. HET ARCHIEF VAN DE GEMEENTEPOLITIE LEIDEN
[4] Zie 5. NAAR HET ORANJEHOTEL
[5] Zie 2. INDIRECTE KANALEN en 5, NAAR HET ORANJEHOTEL
[6] Zie 6. HET HUISORKEST VAN DE GENTESCHESTRAAT; 7. EERSTE KENNISMAKING MET HET HUISORKETS – EEN RECONSTRUCTIE en ’9. VERZETS-CV
[7] Zie 9. MET MEDEWETEN EN GOEDKEURING
[8] Zie 10. HET NIAGARA-GEVOEL en 11. HET STELEN VAN EEN PLAN
[9] Kongsi, Maleis woord. Omschrijving van de groep die Contact Holland organiseerde
[10] Zie 12. TWEE ZOMERS en 13. DE MAN OP HET STRAND
[11] Zie 14. DE NACHT DIE ER NOOIT GEWEEST IS
[12] Spookridder
[13] Zie 16, ENGLANDSPIEL
[14] Zie 17. HET ORANJEGEVOEL
[15] Zie 17. HET ORANJEGEVOEL
[16] Mosquito Missions (eBook), By Martin W Bowman, Imprint: Pen & Sword Aviation, ISBN: 9781783830053, Published: 2nd January 2013
[17] http://www.rafupwood.co.uk/139lossesin1944.htm, 8 augustus 2026.
[18] Gesneuveld op 27 maart 1945 bij een raid naar Berlijn. Het was zijn 101e missie. Hij landde per parachute en werd door onbekenden gedood. Hij ontving net als Hazelhoff Roelfzema het Vliegerkruis en de Distinguished Flying Cross. Op 7 juli 1944 werd Vlielander Hein, de vaste navigator van Hazelhoff Roelfzema, neergeschoten aan de Franse kust bij (terugkeer van) een raid met een andere vlieger naar Berlijn. Hij kon ontsnappen.
[19] Zie de hoofdstukken 18 t/m 20
[20] Zie 20. SOLDAAT VAN ORANJE
[21] Wij kunnen het dan ook niet eens zijn met het citaat van NRC (op de kaft vermeld): ‘Van het heldendom van de Soldaat van Oranje blijft in dit boek weinig over’. Integendeel.