Oud Wassenaer

  • Home
  • Vereniging
    • Wie zijn we en wat doen we
    • Bestuur, commissies, werkgroepen
    • Statuten
    • Huishoudelijk reglement
    • Lid worden
    • Contact
    • Beleidsplan
    • Jaarverslagen
    • Ledenvergadering
    • Privacyverklaring
  • Nieuws
    • Nieuwsberichten
    • Nieuwsarchief
  • Activiteiten
    • Open Monumentendag
    • Cursussen
    • Cursusarchief
    • Excursies
    • Lezingen
    • Monumentenborden
    • Schenkingen
    • Tentoonstellingen
    • Bibliotheek
  • Publicaties
    • Publicaties
    • Capita Selecta
  • Actueel Verleden
  • 2e Wereldoorlog
    • Namenlijst Wassenaarse slachtoffers 2e Wereldoorlog
    • Struikelstenen
    • Verhalen
    • Herdenkingen
    • 80 jaar vrijheid
    • Diverse onderwepen
  • Links
  • Contact
  • Zoek

Oud Wassenaer

  • Home
  • Vereniging
    • Wie zijn we en wat doen we
    • Bestuur, commissies, werkgroepen
    • Statuten
    • Huishoudelijk reglement
    • Lid worden
    • Contact
    • Beleidsplan
    • Jaarverslagen
    • Ledenvergadering
    • Privacyverklaring
  • Nieuws
    • Nieuwsberichten
    • Nieuwsarchief
  • Activiteiten
    • Open Monumentendag
    • Cursussen
    • Cursusarchief
    • Excursies
    • Lezingen
    • Monumentenborden
    • Schenkingen
    • Tentoonstellingen
    • Bibliotheek
  • Publicaties
    • Publicaties
    • Capita Selecta
  • Actueel Verleden
  • 2e Wereldoorlog
    • Namenlijst Wassenaarse slachtoffers 2e Wereldoorlog
    • Struikelstenen
    • Verhalen
    • Herdenkingen
    • 80 jaar vrijheid
    • Diverse onderwepen
  • Links
  • Contact
  • Zoek

Bunkers in Wassenaar

Kees Neisingh ©

8 augustus 2025.


Inleiding

In de vroege ochtend van 10 mei 1940 werd Wassenaar opgeschrikt door de Duitse aanval op ons land. De slag op en nabij het vliegveld Valkenburg speelde zich deels af op Wassenaarse bodem. Hierbij sneuvelden veel Nederlandse militairen. Het begin van de Tweede Wereldoorlog voor Wassenaar.

Hoewel het leven na de capitulatie van de Nederlandse troepen ook in Wassenaar zijn gewone gang leek te hernemen, kwam Wassenaar in de loop der vijf bezettingsjaren steeds meer in de greep van de bezetter. De Joodse inwoners werden verwijderd, mannelijke inwoners moesten naar Duitsland voor de Arbeitsinzet. De Duitse bezetting werd steeds drukkender. Er heerste terreur, armoede en honger. De militaire aanwezigheid in Wassenaar werd zeer zichtbaar. Zo liet de Wehrmacht veel militaire objecten bouwen. De kust werd in verdediging gebracht en in het achterland verschenen hoofdkwartieren. En als bijna letterlijke klap op de vuurpijl werden op 8 september de eerste ballistische raketten uit de Tweede Wereldoorlog vanuit Wassenaar richting Londen gelanceerd.

Na het einde van de Tweede Wereldoorlog werden de ruim 300 Duitse bouwwerken in Wassenaar, deze ‘littekens van de oorlog’ uit het zicht gebracht. Vaak werden ze afgebroken of onder het zand gewerkt.
Sommige Duitse bunkercomplexen in de duinen kregen een nieuwe rol: zij werden verblijf- en overwinteringsplaats voor vleermuizen. Het complex aan het Wassenaarse Slag kreeg daarmee zelfs een nieuwe naam ‘Vleermuisbunker’. De naoorlogse spanning tussen Oost en West bezorgde de schuilbunker van Reichskommissar Seyss-Inquart in Clingendael en het in Rijksdorp gebouwde hoofdkwartier een ‘tweede leven’, dat zou duren tot het einde van de Koude Oorlog.

Nu, tachtig jaar na het einde van de oorlog heeft de oorlog en bezetting in Wassenaar op het eerste oog weinig fysieke sporen achtergelaten. Maar toch zijn er her-en-der verspreid betonnen ‘littekens van de oorlog’. Waarom werden de bunkers gebouwd? Waar werden ze neergezet? Wie bouwden ze? Hoeveel bunkers zijn er nog? Zijn ze het behouden waard, als gedenktekens van de oorlog?

Kustverdediging

Met de term kustverdediging wordt in ons land doorgaans het vrijwaren van ons land tegen het oprukkende zeewater bedoeld. Hoe houden we droge voeten? In militaire kringen wordt met kustverdediging iets anders beoogd, namelijk het voorkomen en afweren van een vijandelijke aanval, gericht op de kust. In het kader van de Nederlandse neutraliteitspolitiek kende de Nederlandse defensie tijdens de eerste Wereldoorlog, het Interbellum en de mobilisatieperiode verdediging aan de kust, ook in Wassenaar.

De Duitse bezetter nam de kustverdediging over en bouwde deze gaandeweg uit tot de Atlantikwall. Maar in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, ging dat niet volgens een vooraf opgesteld masterplan, maar was het een incrementeel proces, waarbij gaandeweg structuur werd aangebracht. Hoe ging de bouw van de kustverdediging in zijn werk?

Fasering (1940-1945)

Er zijn grofweg vier fasen te onderscheiden in de ontwikkeling van de Duitse kustverdediging in ons land:

Fase 1: Offensieve voorbereiding, verdediging van specifieke locaties (havens) en bewaking van de kustlijn (1940- 1941);
Fase 2: Lineair gesloten verdedigingslinie tegen aanvallen vanuit zee (eind 1941);
Fase 3: Rondom gesloten verdedigingslinie tegen aanvallen vanuit zee, de lucht en vanuit het achterland (eind 1942-eind 1943);
Fase 4: Proactieve verdediging en verdieping verdedigingslinie (eind 1943-1945).

Van bewaking naar verdediging (fase 1)

Offensieve voorbereiding, verdediging van specifieke locaties (havens) en bewaking van de kustlijn (1940- 1941)

De Duitsers vallen op 10 mei 1940 Nederland binnen en stoten door naar het centrum van het land. Na de capitulatie van de Nederlandse troepen trekken de troepen door het gehele land op naar de kust. Al meteen komt ook de Duitse marine (Kriegsmarine) naar de havens. De hoofddoelstelling in de zomer van 1940 is het herstel en het verdere gebruik van de Nederlandse havens als uitvalsbasis voor de geplande invasie in Engeland. Om deze uitvalsbases te beschermen wordt terstond een provisorische vorm van kustverdediging ingericht. Geen wonder dat de Nederlandse stellingen, die vaak voorzien zijn van gewapend betonnen schuilplaatsen, meetposten en rekenkamers, terstond in gebruik worden genomen. Het geschut is echter voor een groot gedeelte nog vóór de capitulatie door de Nederlandse troepen vernield, zodat de Duitsers daar geen profijt van hebben.

Begin juli 1940 hebben de Duitsers de westkust van Europa van het noorden van Noorwegen tot het zuiden van Frankrijk in handen. Vanaf dat moment vormt de kustlijn de buitengrens van het Derde Rijk. Vooralsnog wordt deze door de Wehrmacht slechts op primitieve wijze bewaakt omdat men nog in het offensief is. De Wehrmacht bestaat uit het leger (Heer), de marine (Kriegsmarine), luchtmacht (Luftwaffe) en eenheden van de Waffen-SS. Van een verdediging (soms met bunkers) is slechts sprake op strategisch belangrijke locaties zoals de grote havens aan de kust en de prestigieuze Kanaaleilanden.

De Luftwaffe weet de heerschappij in de lucht boven het beoogde invasiegebied in Engeland niet te verkrijgen, maar Duitsland blijft het offensief door de lucht en over zee voeren, richting Engeland. Totdat Duitsland op 22 juni 1941 de Sovjet-Unie aanvalt.
De Wehrmacht plaatst geleidelijk aan meer radarposten aan de kust. Een aantal marine kustbatterijen wordt opgesteld. Die kunnen vuur uitbrengen bij havens, de naderings- mogelijkheden over zee en zeegaten.
Ons land blijft van grote strategische waarde als uitvalsbasis voor vliegtuigen en oorlogsschepen, mits beveiligd tegen onverhoedse (commando-) acties van de Engelsen.

De Neue Westwall (fase 2)Lineair gesloten verdedigingslinie tegen aanvallen vanuit zee (eind 1941- medio 1942)

Op 14 december 1941 beveelt Hitler de bouw van de Neue Westwall. Het verdedigingsconcept dat hieraan ten grondslag lag gaat uit van een groot incasseringsvermogen (gebieden moeten zich langere tijd zelfstandig kunnen verdedigen zodat er tijd is om versterkingen vanuit het achterland aan te voeren) en efficiënte inzet van manschappen (de te verdedigen kustlijn heeft namelijk een enorme lengte). Deze uitgangspunten zijn enerzijds ingegeven door de toenemende dreiging van een geallieerde invasie en anderzijds door de noodzaak om steeds meer soldaten aan het Oostfront in te zetten.

De verdere uitbreiding van de bestaande verdedigingswerken tot een gesloten verdedigingslinie “von Eismeer bis zur Biscaya” moet derhalve uiteindelijk met duizenden zogenaamde Ständige Bunker (St-Bunker) plaatsvinden. Deze linie zal de belangrijkste kustlocaties, met name havengebieden, beschermen tegen vijandelijke aanvallen vanuit zee en de lucht, uiteraard met inzet van “alle ter beschikking staande middelen”.
Daarnaast heeft de Neue Westwall volgens Hitler een grote symbolische- en dus propagandawaarde. De realisering blijkt vooralsnog een te grote bouwkundige opgave en dat leidt tot aanpassing van de plannen.

Aanvankelijk worden dan ook de meeste bouwwerken (zoals open geschutsopstellingen, munitiebergplaatsen, commandoposten en gevechtsschuilplaatsen) grotendeels uitgevoerd in metselwerk, maar met een vloer en dak van gewapend beton. Tegelijkertijd wordt een duurzame uitvoering in gewapend beton voorbereid. Hiervoor grijpt men allereerst terug op de in de Westwall (verdedigingslinie aan de Duits-Franse grens) in de jaren 1938 tot 1940 gebruikte standaardtypes. Deze blijken evenwel voor de vereiste grootschalige toepassing langs vrijwel de gehele West-Europese kust te gecompliceerd, te duur en te kostbaar aan grondstoffen (pantserdelen). Hierop worden nieuwe, gestandaardiseerde ontwerpen gemaakt, die beter geschikt zijn voor massaproductie. De praktische voorbereidingen (veldverkenningen, opmetingen en grondmonsters) zijn eind 1941 afgerond.

De Atlantikwall (fase 3)
Rondom gesloten verdedigingslinie tegen aanvallen vanuit zee, de lucht en vanuit het achterland (medio 1942 - eind 1943)

Nog geen week na de op 13 augustus 1942 gehouden zogenaamde ‘Atlantikwall-conferentie’ vindt de mislukte geallieerde aanval op Dieppe plaats. Die gebeurtenis versterkt Hitler in zijn opvatting dat bomvrije bunkers, zogenaamde Ständige Bunker, noodzakelijk zijn omdat open veldstellingen en lichte bunkers te kwetsbaar zijn voor luchtaanvallen. Dat leidt op 25 augustus 1942 tot bevel nummer 14 van veldmaarschalk Gerd Von Rundstedt, opperbevelhebber van alle Duitse troepen aan het Westelijk front. Hierin wordt de uitbouw van de Kanaalkust en de Atlantische kust tot een “onneembare vesting” aangekondigd. De bouw van St-bunkers krijgt nu de hoogste prioriteit.

Het bevel betekent ook een aanpassing van het verdedigingsconcept, omdat “onneembaar” nu zowel betrekking heeft op de voor- als op de achterzijde van de linie. Dat impliceert naast het Seefront aan de voorzijde ook een Landfront aan de andere zijde, mede bedoeld om de stellingen te verdedigen tegen tangbewegingen en achterwaartse luchtlandingen. Dit leidt tot de aanleg van tankhindernissen (tankmuren, drakentanden) en naast natuurlijk aanwezige waterhindernissen tot het graven van tankgrachten.
De uitbreiding van het Seefront met een Landfront vereist daarmee ook een (nog) grotere integratie van al bestaande en nieuw te bouwen bunkercomplexen (bijv. hoofdkwartieren, vliegvelden en radarstations) binnen een bepaald gebied. Dat zorgt voor clustering van de bunkercomplexen in zogenaamde Stützpunktgruppen. Het verdedigingsconcept vereist verregaande afstemming tussen de drie krijgsmachtdelen Kriegsmarine, Heer en Luftwaffe.

Als de Duitsers vastlopen in Rusland en het bommenwerper-offensief tegen Engeland definitief mislukt is, verandert de strategische situatie drastisch. De geallieerden nemen het initiatief over, zowel in de lucht (nachtbombardementen door de RAF en – later – dag- bombardementen door de US Air Force) als ter zee. Een invasie van het vasteland door de geallieerden is nu niet langer ondenkbaar.
De aanvallen in het kader van het strategisch luchtoffensief tegen Duitsland brengen de oorlog naar Duitse bodem. Voor Hitler is een onhoudbare meer-fronten oorlog (te land en in de lucht) te verwachten.
In de herfst van 1942 besluit Hitler tot:
1. Een verregaande systematische versterking van de gehele Atlantische Kust en de Noordzeekust door de bouw van permanente verdedigings- werken, zodat een geallieerde invasie onmogelijk of zeer kostbaar wordt gemaakt;
2. Versterkte propaganda, zowel gericht op de tegenstander, als op het Duitse volk met als doel het eigen moreel te verhogen en hiermee de defensieve waarde van de West-Europese kust- lijn te doen overschatten. Hiermee wordt de Atlantikwall-mythe geboren.

Alles of niets: Rommel (fase 4)
Proactieve verdediging en verdieping verdedigingslinie (eind 1943-1945)

Eind 1943 wordt het verdedigingsconcept verder aangepast op last van veldmaarschalk Erwin Rommel, namens Hitler inspecteur van de Atlantikwall. Hij is op grond van zijn frontervaringen in Afrika van oordeel dat de aanvaller bij een invasie al op zee vernietigd moet worden en dat in het uiterste geval het beslissende gevecht op het strand moet plaatsvinden. Het geallieerde luchtoverwicht maakt het snel manoeuvreren met reserves uit het achterland immers bijkans onmogelijk. De Wehrmacht zal volgens hem niet in staat zijn de vijand te verslaan als het de tegenstander zou lukken vaste voet aan de grond te krijgen. Begin 1944 laat Rommel daarom allerlei versperringen aan de vloedlijn plaatsen, waaronder grote aantallen schuin ingegraven palen voorzien van mijnen.
Daarnaast onderkent hij het toenemende gevaar van geallieerde luchtlandingen. Om die te verhinderen en tegelijkertijd als rugdekking voor de kustverdediging wordt op Rommel’s bevel de bestaande verdediging van het Landfront en het achterliggende gebied uitgebreid. Laaggelegen gebieden worden onder water gezet (inundaties), en Rommel laat daarnaast extra mijnenvelden, aarden wallen, loopgraven en andere hindernissen aanleggen.

De Atlantikwall als fenomeen

De overblijfselen van de Duitse kustverdediging worden tegenwoordig in totaliteit als ‘De Atlantikwall’ aangeduid. Vanwege hun fysieke verschijningsvorm zijn het zichtbare en tastbare ‘littekens van de oorlog’. Naar verhouding zijn er nog weinig zichtbare sporen van de Duitse bezetting in onze kuststreek over en de laatste jaren is er besef ontstaan dat de Atlantikwall een cultuurhistorische waarde heeft en een bijdrage kan leveren aan de herinneringscultuur (herinneringslandschap). De restanten hebben inmiddels de status van (beschermd) cultureel erfgoed gekregen.

De Atlantikwall kan op verschillende manieren worden gekarakteriseerd, namelijk:
De Atlantikwall als verdedigingsconcept

De Atlantikwall (Neue Westwall) borduurt voort op eerder ontwikkelde Duitse verdedigings-concepten gebaseerd op linies, zoals de Westwall. Het grote verschil met eerdere linies is echter dat de Atlantikwall niet één blauwdruk kent, maar onder invloed van de steeds veranderende oorlogssituatie en op grond van militair-strategische overwegingen vanaf 1941 tot 1945 gaandeweg tot een gesloten linie evolueerde. Vanwege de opeenvolgende verschillende ideeën gedurende de vijf oorlogsjaren kent de kustverdedigingslinie een gelaagdheid van verdedigingsconcepten wat zichtbaar is in de uiteindelijke fysieke structuur zoals die uiteindelijk tot stand kwam.

De Atlantikwall als verdedigingssysteem

Bij een geallieerde aanval op de kust zou de strijd zich ter land, ter zee en in de lucht afspelen. De verdediging was dan ook een samenspel tussen de verschillende Duitse krijgsmachtdelen landmacht, luchtmacht en marine; de verschillende bunkercomplexen in een gebied waren qua functie op elkaar afgestemd om de inzet van wapens en manschappen zo efficiënt en effectief mogelijk te maken.
Voor de vechtende troepen was goede ondersteuning, coördinatie en bevelsvoering onontbeerlijk en de kustverdediging kon niet adequaat functioneren zonder de achterwaarts gelegen hoofdkwartieren van de met deze kustverdediging belaste militaire eenheden, hun logistieke ondersteuning, de communicatie/verbindingen, etc. Kortom, de Atlantikwall is onlosmakelijk verbonden met de Duitse militaire structuur en kan niet los worden beschouwd van de hieraan verbonden achterliggende militaire objecten. Ook de zogenaamde terugvalstellingen, inundatiegebieden en andere meer landinwaarts aangelegde hindernissen hebben ook hun plek in dit verdedigingssysteem. Ze geven namelijk diepte en sterkte aan de gehele Atlantikwall.

De Atlantikwall als fysieke infrastructuur

De Duitse kustverdediging die vanaf medio 1940 werd opgebouwd, had als doel vijandelijke aanvallen vanuit zee (of de lucht) te voorkomen of af te slaan. Ze bestond in het begin vooral uit geschutbatterijen rond de havens, maar groeide in de loop der jaren uit tot een gesloten bunkerlinie langs de gehele kust en kende zowel een See- als Landfront. Op tussenliggende locaties werden onder andere U-Boot-bunkers (Unterseeboot, een onderzeeboot), en S-Boot-bunkers (Schnellboot, een motortorpedoboot), vliegvelden, luchtafweerstellingen en radarstellingen gebouwd. Deze objecten en complexen liggen in hetzelfde gebied van de kustverdedigingslinie die we nu Atlantikwall noemen, terwijl ze formeel geen (wezenlijk) onderdeel van de Atlantikwall waren. Door hun noodzakelijke tactische of strategische aanwezigheid in dat gebied, werden deze objecten evenwel - ook voor hun beveiliging - min of meer geïntegreerd in de kustverdediging. Dikwijls hadden ze een eigen vorm van verdediging, die echter ook weer gebruikt kon worden bij de taakstelling van de Atlantikwall.
Kortom: de Atlantikwall als fysieke kustverdedigingsstructuur bestaat uit losse elementen en ensembles waarin militaire objecten zijn geïntegreerd die al om andere redenen langs de kuststrook aanwezig waren. Doorgaans worden deze objecten als onderdeel van de Atlantikwall aangemerkt, hoewel ze het strikt genomen niet hoeven te zijn.

De gestandaardiseerde vorm van vestingbouw

De gestandaardiseerde vorm van vestingbouw komt in de Atlantikwall tot uiting door:
- de centraal aangestuurde bouw van de Atlantikwall en de hiërarchie van verdedigingslocaties op basis van de categorieën Widerstandsnest, Stützpunkt, Stützpunktgruppe, Verteidigungsbereich en Festung;
- de standaardisatie van bunkers en objecten

St-Bunkers, oftewel bunkers in Ständiger Ausbau, zijn technisch vernuftige ontwerpen met een muur- en dakdikte van minimaal twee meter gewapend beton. Er zijn honderden verschillende gestandaardiseerde typen, bedoeld voor onder andere het onderbrengen van manschappen, munitie, voorraden en wapens. Bunkers met minder dikke muren en daken en bouwwerken van metselwerk waren niet bomvrij en werden als Verstärkt feldmässiger Ausbau aangeduid (letterlijk: versterkte veldwerken). Tegenwoordig kunnen we stellen dat de St.- Bunkers de iconen van de Atlantikwall vormen.

In Duitse bronnen wordt de linie ook wel beschreven als Perlen am Perlenschnur, waarbij de stellingen de parels vormen en de tussengelegen kustgedeeltes (Freie Küste) het parelsnoer waren.
In totaal zijn er in heel West-Europa tussen 1941 en 1945 ruim 17.000 Ständiger Ausbau-bunkers gebouwd, waarvan ruim 2.000 in Nederland. Het merendeel daarvan was onderdeel van de Atlantikwall. Behalve deze zwaar uitgevoerde bunkers bouwden de Duitsers in ons land circa 21.000 kleinere bunkers en bouwwerken van beton of metselwerk. Hierbij zijn niet inbegrepen de zogenaamde Deckungslöcher, éénmans-putringen, die op ruime schaal werden geplaatst.
De lengte van de Atlantikwall bedraagt ongeveer 6.200 kilometer. Dat is op basis van rechte kustlijnen zonder inhammen en fjorden, en gemeten vanaf de grens van Noorwegen met Rusland tot de grens van Frankrijk met Spanje, inclusief de kustlijn van de Kanaaleilanden.
Naast de bovengenoemde permanente verdedigingswerken van gewapend beton of steen werden er op zeer grote schaal zogenaamde veldversterkingen gebouwd. De loopgraven, schuttersputten, open mitrailleur- en mortieropstellingen etc. werden gegraven en soms van binnen met hout bekleed. Waar de betonnen of stenen bouwwerken als de zogenaamde ‘harde resten’ worden aangeduid, spreekt men van de vaak nog vaag in het terrein zichtbare contouren van loopgraven etc. van ‘zachte resten’. Ook de vorm van deze veldversterkingen was gestandaardiseerd in voorschriften.

De Atlantikwall als propagandaterm

In oorlogsjournaals, kranten en tijdschriften werd bewust het beeld gecreëerd van de Atlantikwall als een ondoordringbare muur die de ‘Festung Europa’ onneembaar maakte. Deze propaganda-boodschap moest de Duitse bevolking gerust stellen en het moreel van de soldaten hoog houden, de bevolking van de bezette gebieden imponeren en tegelijkertijd de vijand ontmoedigen en demoraliseren.

Het Nederlandse deel van de Atlantikwall

De marine legt in de eerste twee fasen het zwaartepunt uiteraard op de voor dat krijgsmachtdeel belangrijke faciliteiten en infrastructuur. Van noord naar zuid langs de kust zijn dat: de havens van Delfzijl/Emden, Den Helder, IJmuiden, Rotterdam en Vlissingen. De batterijen van de Duitse marine hebben doorgaans redelijk modern scheeps- of kustgeschut. Het kustgebied tussen de havens wordt in deze fasen amper verdedigd. Slechts lichtbewapende infanterie is langs de kust geplaatst om landingen te kunnen waarnemen en te melden. De stranden zijn voor het publiek zelfs nog toegankelijk!

Met de gedachte van de Atlantikwall in de derde fase verandert het concept: een integrale verdediging wordt nu beoogd. Omdat het niet mogelijk en vaak ook onnodig is om overal troepen aan de lange kustlijn te legeren, wordt gekozen voor een stelsel van zwaartepunten waarbij – anders dan in 1938 het geval was bij de Westwall – een bewegelijke (mobiele) verdedigingstactiek wordt gekozen.
Prioriteit wordt uiteraard gelegd op de strategisch-belangrijke gebieden, zoals de reeds eerder versterkte havens. Maar ook bv het gebied Den Haag (zetel van het Duitse gezag), de Waddeneilanden en de zeegaten worden zwaar versterkt. Het strategisch minder belangrijke tussenliggende gebied (kleine havens, stranden) wordt voorzien van versterkte posities. Het overblijvende kustgebied wordt beschermd met stellingen, voorzien van bij voorbeeld stukken antitankgeschut, die flankerend vuur uitbrengen op het strand. Een voorbeeld hiervan vormt de stelling aan de Wassenaarse Slag.
Naast de kustbatterijen van de marine stelt de landmacht nu ook een deel van zijn artillerie aan de kust op in permanente verdedigingswerken. Hierbij wordt hoofdzakelijk gebruik gemaakt van buitgemaakte artillerie, veelal van matige kwaliteit. Vaak zijn onvoldoende richtmiddelen en munitie beschikbaar.

Modulaire opbouw

De kleinste module van de Atlantikwall is het Widerstandsnest, bemand door infanterie met groepswapens (zoals mitrailleur en Panzerfaust), later ook wel met anti-tank geschut. Op bepaalde plaatsen worden deze modules versterkt en/of samengevoegd tot een Stützpunkt, waarin stukken antitankgeschut, mortieren, enz. zijn opgesteld. Belangrijke gevechtsfuncties (kust- en luchtdoel- batterijen, radarstations, enz.) worden eveneens ondergebracht in Stützpunkte. Een aantal met elkaar samenhangende Stützpunkte vormt op belangrijke plaat- sen een Stützpunktgruppe. Extra aandacht wordt geschonken aan havens, die meer uitgebreide Stützpunktgruppen krijgen. Hier heeft de commandant bovendien grotere zelfstandigheid. Zijn gebied wordt Verteidigungsbereich genoemd. In een latere fase van de oorlog wordt in 1944 overgegaan tot het benoemen van gebieden van vitaal belang tot Festung.

Organisation Todt

Eind 1942 wordt begonnen met het gigantische bouwprogramma dat vooral in 1943 zal leiden tot het realiseren van de Atlantikwall. Het strand wordt tot verboden gebied verklaard, grote delen van de bebouwing aan de kust (bv Scheveningen en Katwijk) worden ontruimd en zelfs gesloopt. Herkenningspunten (torens) langs de kust worden afgebroken. Schootsvelden worden zonder pardon geruimd. Grote bunkers - een door de Duitsers tot soortnaam gemaakte term - worden door de Organisation Todt (OT) gebouwd. Alles volgens standaard-ontwerpen met systeembouw op het gebied van balken, deuren, pantserdelen, enz.

Zoveel mogelijk wordt systeembouw toegepast, waarbij standaard-ontwerpen worden voorgeschreven. Door middel van een uniek typenummer kan op eenvoudige wijze overal in West-Europa snel gewerkt worden, waarbij de besluitvorming zowel op het gebied van inzet van de werkkracht als van de toewijzing van grondstoffen, enz. centraal vanuit Berlijn geschiedt. Een complete stop wordt afgekondigd op civiele bouwwerken; slechts met vergunning kan er nog gebouwd worden.

Een opvallend detail vormt het gegeven dat de OT in ons land de lokale aannemers op grote schaal de vrije hand kan laten: zo groot is het vertrouwen in de Nederlanders. Bij de bouw van bunkers en andere versterkingen worden aannemers ingeschakeld die zich voor dat werk hebben ingeschreven. Zij hebben hoofdzakelijk vrijwilligers in dienst, maar ook worden er mensen verplicht tewerkgesteld. Zeker op het laatst van de oorlog dwingen de Duitsers vele bewoners hieraan mee te werken. Zo worden boeren met paard en wagen ingezet om materialen te transporteren. Voor de toevoer van bouwmaterialen wordt ook gebruik gemaakt van smalspoor. In Wassenaar wordt speciaal voor deze bouw een smalspoor aangelegd, dat loopt van de haven in Wassenaar door de woonwijk naar Rijksdorp en De Klip.

Vitale functies

Bij de bouw van de Atlantikwall worden allereerst de primaire functies (vuurleidingsposten, geschutopstellingen, verbindingsposten, commandoposten, munitiebergplaatsen, verbandplaatsen in werken van gewapend beton (Ständige Bau) ondergebracht, terwijl voor het overige wordt volstaan met bakstenen werken (woonschuilplaatsen, bakkerijen, keukens, badhuizen, privaten, garages, enz.)

Bovendekking

Later blijkt de dreiging uit de lucht voor de Duitsers zó groot te zijn, dat de kustverdediging moet worden voorzien van bescherming tegen luchtaanvallen. Vaak worden dan afstandmeters van kustbatterijen en open geschutsopstellingen alsnog voorzien van een betonnen bovendekking. Hierdoor worden echter de schootssectoren beperkt, hetgeen later een probleem zal blijken te vormen bij het landinwaarts uitbrengen van vuur en de onderlinge vuursteun van de stellingen. Ook de woonfuncties worden vanwege het luchtgevaar steeds meer in betonnen bouwwerken ondergebracht.

Landzijde
De kust vormt de hoofdweerstandslijn voor de verdediging, door de Duitsers, het Seefront genoemd. Daarnaast kent elk steunpunt een Landfront, om te voorkomen dat elders gelande of doorgebroken vijanden de posities van opzij of van achteren kunnen oprollen.
Hiervoor worden veelal geschutkazematten toegevoegd aan de landzijde, waarin veldgeschut kan worden opgesteld.

Typisch voorbeeld van een Landfront: daar, waar natuurlijke (tank-)hindernissen ontbreken worden drakentanden (Höcker), vooraan zichtbaar een tankmuur (achter zichtbaar met ‘gekartelde’ bovenkant. Waar de terreingesteldheid het toelaat vormt een tankgracht (Panzergraben) een goedkoper alternatief. Wassenaar M 52 (1973). (Foto: Jan Stegeman, Gemeentearchief Wassenaar)

Wassenaar tussen twee Stützpunktgruppen

Wassenaar ligt tussen twee zwaartepunten in, te weten tussen de Stützpunktgruppe Katwijk (met vliegveld Valkenburg) en de Stützpunktgruppe Scheveningen (waar in 1942 op het in de Gemeente Wassenaar gelegen landgoed Clingendael de bunker van Reichskommissar Seyss-Inquart werd gebouwd). De zee wordt beheerst door de zware kustbatterijen die in die zwaartepunten geplaatst zijn, zoals in Scheveningen-Noord (nabij het Zwarte Pad) en Katwijk. De Stützpunktgruppen worden geacht een aanval rondom te kunnen weerstaan.
Van zowel de Stützpunktgruppe Katwijk als de Stützpunktgruppe Scheveningen zijn bouwwerken op Wassenaars grondgebied gebouwd.

Maarschalk Rommel in Wassenaar

De door de gevechten in Noord-Afrika vermaarde Generalfeldmarschall Rommel wordt eind 1943 door Hitler benoemd tot commandant van Legergroep B, aan welke de kustverdediging is opgedragen in de bezette gebieden Nederland, België en Frankrijk. Hij maakt een inspectiereis – waarbij hij op 3 januari 1944 het Stützpunkt XXXVII H (nu de Vleermuisbunker) aan de Wassenaarse Slag bezoekt. Enkele weken later komt hij op 25 maart 1944 weer naar Wassenaar, waar hij de lunch gebruikt in het Wehrmachtsheim (Parochiehuis) in de Kerkstraat. Vervolgens inspecteert hij de opstellingen van de divisiereserve in het gebied ten westen van Wassenaar en het hoofdkwartier van het 31e Luftwaffe Jäger Regiment in het bunkercomplex Rijksdorp.
Stützpunktgruppe Katwijk
Het militaire belang van Wassenaar is voor de Duitsers aanvankelijk niet groot. In het noorden gaat de aandacht in de derde fase, de opbouw van de Atlantikwall, uit naar het gebied rond Katwijk. Hier wordt de Stützpunktgruppe Katwijk ingericht ter verdediging van het tactisch belangrijke vliegveld Valkenburg, de monding van de Oude Rijn (met spuisluis) en ter bescherming van de kuststrook. In dit gebied komen een kustbatterij van de marine: Batterie Nordwijk (4 x 15,5 cm), alsmede twee kustbatterijen van de landmacht Batterie Katwijk Alt (4 x 7,6 cm) en Katwijk Neu (3 x 17 cm). Het vliegveld zelf krijgt een rondom-verdediging en wordt voorzien van luchtafweer. Het zuidelijk gedeelte van het vliegveld en het Landfront in dat gedeelte liggen in de gemeente Wassenaar (bv de tankmuur en tankgracht).

Freie Küste

Het gebied tussen de Stützpunktgruppe Scheveningen en Stützpunktgruppe Katwijk wordt door de Duitsers slechts licht verdedigd. Deze strook heet Freie Küste. Lichte pantserafweerkanonnen en zware mitrailleurs zijn in flankerende kazematten in de duinenrij op Wassenaars grondgebied tussen Katwijk en Scheveningen opgesteld. Men gebruikt het achterland voor de commandopost voor een infanterieregiment in Rijksdorp. Daarnaast, aan De Klip, bouwt men een commandopost voor een afdeling artillerie.

 

Stützpunktgruppe Scheveningen
Den Haag is van meet af aan een zwaartepunt in de Duitse militaire inspanningen in ons land. Als zetel van de Reichskommissar Seyss-Inquart wordt aan de beveiliging van de stad grote aandacht besteed. Rondom de Stützpunktgruppe Scheveningen worden tankgrachten gegraven en tankmuren, drakentanden of andere tankhindernissen gemaakt.

Als bijdrage aan de kustverdediging worden twee marine kustbatterijen opgesteld: Batterie Scheveningen Nord (4 x 15 cm) en Batterie Westduin (4 x 10,5 cm). Hitler beslist dat Reichskommissar Seyss-Inquart in Den Haag moet blijven. Zijn woonverblijf te Clingendael wordt daarom opgenomen in de Stützpunktgruppe Scheveningen, die daarmee ook deels op Wassenaars grondgebied komt te liggen.

Commandostructuur

De Duitse militaire en civiele bezettingsautoriteiten vestigen zich met hun staven aan de kust, namelijk in Den Haag. Onder commando van de Wehrmachtbefehlshaber in den Niederlanden, General der Flieger Christiansen, die zich aanvankelijk vestigt in Wassenaat, komen verschillende militaire eenheden te staan. In de loop van de oorlog wordt het aan de kust te onveilig en verplaatsen de militaire autoriteiten hun hoofdkwartieren naar het centrum van het land. Zo gaat de staf van het LXXXVIII.Armeekorps (88e Legerkorps) naar Utrecht en later naar Bilthoven.

Divisies
Over het algemeen zijn er twee tot vier divisies van het leger aanwezig, naast eenheden van de marine en de luchtmacht. Zij worden ingedeeld bij het LXXXVIII.Armeekorps (88e Legerkorps).
In juni 1940 wordt langs de kust tussen IJmuiden en Hoek van Holland het SS Totenkopf-regiment nr. 4 gelegerd. De commandopost wordt gevestigd in Scheveningen. In verband met de Duitse aanval op Rusland vertrekt het regiment eind mei 1941 naar het oosten.
De verdedigingstaken in de kustsector tussen Kijkduin en Den Helder worden overgenomen door de 82 Infanterie Division. In april/mei 1942 vertrekt ook deze divisie weer en arriveert de 167 Infanterie Division. Van deze divisie plaatst men een regiment aan de kust in het gebied tussen Den Haag en Katwijk. Het reservebataljon en de regiments commandopost worden in Wassenaar ondergebracht. Deze divisie is aangevuld met Polen van Duitse origine, die verplicht in Duitse dienst zijn opgeroepen. Begin 1943 wordt deze infanteriedivisie ingezet tegen Rusland. De kustverdediging wordt nu overgedragen aan de 16 Luftwaffe Feld Division. Direct nadat de geallieerden in juni 1944 in Normandië zijn geland, wordt de divisie uit de Nederlandse kust losgemaakt en in Normandië ingezet (en geheel uitgeschakeld). Ervoor in de plaats komen de SS Ersatz und Ablösungs Truppen, die evenmin lang blijven: midden oktober 1944 vertrekken ook zij uit deze kennelijk niet bedreigd geachte kuststrook. Wat overblijft, zijn marine en luchtmachteen- heden die in december tot een ‘divisie’ worden samengevoegd als Division zur besondere Verwendung.

Een overzicht van Duitse stellingen in Wassenaar

Wij bezien hierna de diversen bunkercomplexen van Wassenaar van Noord naar Zuid.
Eerst komt het zuidelijke deel van de Stützpunktgruppe Katwijk aan de orde. Vervolgens bespreken wij de kuststrook (Freie Küste) Katwijk-Scheveningen van Noord naar Zuid. Dan komt een klein gedeelte van de noordelijke flank van de Stützpunktgruppe Scheveningen aan de orde. Om vervolgens de in het achterland gelegen complexen te bezien.

Binnen de stippellijnen het noordelijke deel van het grondgebied van Wassenaar. De bunkercomplexen zijn aangegeven met een letter. Losse werken zijn met een Z ingetekend. Bij complex M zijn de contouren van de tankmuur- en tankhindernissen zichtbaar. Verder het zig-zag verloop van de tankgracht tot de Zijlwetering.

Stützpunktgruppe Katwijk

De bouwwerken op het Wassenaarse gedeelte zijn:
L 1 luchtafweerbunker gb Standaard L/401 (13206)
L 2 luchtafweerbunker gb Standaard L/401 ( 13205)
L 2a tobroek gb
L 3 luchtafweerbunker gb Standaard L/401 (13207)
L 4 toiletgebouw mw/gb
L 5 waterbergplaats
L 6 bergplaats mw/gb (type 573a)
L 7 bergplaats mw/gb (type 573a)
L 8 kantine mw/gb (type 537a)
L 9 bergplaats (Kohlenbunker Type 577)
L 10 luchtafweerbunker gb Standaard L/409 (L13208)
L 11 zoeklichtremise gb met afrit gb
L 12 luchtafweerbunker gb Standaard L/404 (L13210)
L 13 luchtafweerbunker gb Standaard L/409 (3209)
L 14 tobroek gb
L 15 luchtafweerbunker gb Standaard L/409 (13211)
L 16 woonschuilplaats mw/gb met uitbouw mw/gb
L 17 woonschuilplaats mw/gb met bergplaatsen mw/gb (type 530)
L 18 toiletgebouw mw/gb
L 19 garage (paardenstal) (Type 580)
L 20 garage (Type 580)
L 21 garage (paardenstal) (Type 580)
L 22 bergplaats (Type 579 )
L 23 garage mw met dekking en vloer
L 24 woonschuilplaats met bergplaats (Küver 467 t520)
L 25 woonschuilplaats met bergplaats (Küver 467 t520)
L 26 muurresten woonschuilplaats
L 27 woonschuilplaats mw/gb met bergplaatsen mw/gb (type 530)
L 28 woonschuilplaats mw/gb met bergplaatsen mw/gb (type 530)
L 29 waterpompgebouw mw/gb

Widerstandsnest 63 HL (Wassenaar M)

Bij hectometerpaal 90 was het meest zuidelijke stuk van het Seefront van de Stützpunktgruppe Katwijk, met Widerstandsnest 63 H., bemand door Heer (landmacht) en Luftwaffe. Hier sloot het Seefront aan op het zuidelijk Landfront van de Stützpunktgruppe Katwijk. Deze positie werd bezet door 25 man, onder bevel van een officier.

De bouwwerken van dit Widerstandsnest zijn:
M 1 bergplaats mw/gb
M 2 bergplaats mw/gb
M 3 toiletgebouw mw/gb
M 4a tobroek gb
M 4b overdekte gang
M 4c woonschuilplaats
M 4d tobroek gb
M 5 toiletgebouw mw/gb
M 6 gevechtsschuilplaats gb (Küver 452b zonder dagverblijf)
M 7 gevechtsschuilplaats gb (Küver 452b zonder dagverblijf)
M 8 waterbergplaats mw/toog
M 9 levensmiddelenbergplaats mw/toog
M 10 keukengebouw mw/gb
M 11 keukengebouw mw/gb bakkerij
M 12 keukengebouw mw/gb met watertankbergplaats
M 13 tobroek gb (type R65a)
M 14 bergplaats mw/gb
M 15 woonschuilplaats mw/gb
M 16 munitiebunker gb
M 17 tobroek gb luchtafweer
M 18 schuilplaats met aangebouwde woonschuilplaats
M 19 overdekte gang
M 20 gevechtsschuilplaats gb met aangebouwde woonschuilplaats mw/gb (Küver 413)
M 21 tobroek gb met pantserkoepel
M 22 woonschuilplaats mw/gb
M 23 woonschuilplaats mw/gb
De verdere nummering van complex Wassenaar M betreft het landinwaarts gelegen deel van het zuidelijke Landfront.)

Zuidelijk landfront van Stp.Gr. Katwijk (Wassenaar M)
Vanaf bovengenoemd Widerstandsnest 63 HL (Wassenaar M) liep het zuidelijke Landfront van het Stützpunkt Katwijk landinwaarts. Het bestond uit drakentanden (Höcker), tankmuur, tankgracht; dit alles onder vuur gehouden vanuit kazematten, enz.

De bouwwerken van dit deel van het Zuidelijk Landfront zijn:
M 24 mitrailleurkazemat gb
M 25 schuilplaats
M 26 tankmuur gb
M 27 mitrailleurkazemat gb
M 28 mitrailleurkazemat gb
M 29 woonschuilplaats
M 30 mitrailleurkazemat gb
M 31 a,b,c versperringen etc. gb, mw/gb
M 32 tobroek gb ((Ringstand 65a – 221) )
M 33 tobroek gb ((Ringstand 65a – 221) )
M 34 mitrailleurkazemat gb
M 35 mitrailleurkazemat gb
M 36 mitrailleurkazemat gb
M 37 versperring gb drakentanden
Tankmuur gb
M 38 mitrailleurkazemat gb
M 39 woonschuilplaats
M 40 mitrailleurkazemat gb
M 41 tobroek gb ((Ringstand 65a – 221) )
M 42 mitrailleurkazemat gb
M 43 mitrailleurkazemat gb
M 44 mitrailleurkazemat gb
M 45 tobroek gb
M 46 mitrailleurkazemat gb
M 47 mitrailleurkazemat gb
M 48 schuilplaats mw
M 49 mitrailleurkazemat gb
M 50 bergplaats mw
M 51 tankgracht
M 52 tankmuur

Een voor ons land uniek bouwwerk type Vf 261, een opstelling voor luchtafweer, is gelegen op Wassenaars grondgebied. Deze is niet door de genie geregistreerd en pas onlangs ontdekt.

Freie Küste Scheveningen-Katwijk
Ten zuiden van de Stützpunktgruppe Katwijk begon de Freie Küste Katwijk-Scheveningen, over ongeveer zes kilometer. Daarin bevonden zich enkele infanterieposities: Wassenaar N, D, C en B. Ten zuiden daarvan begon de Stützpunktgruppe Scheveningen.

Widerstandsnest 63a H en 63b H (Wassenaar N)

Ter hoogte van hectometerpaal 91 bevonden zich twee kleine Widerstansnester 63a H en 63 b H.

De bouwwerken zijn:
N 1 t/m 4 Deze registraties zijn vervallen, omdat ze bij complex Wassenaar D behoorden.
N 4 waterbergplaats mw/toog
N 5 munitiebunker mw/toog
N 6 munitiebunker mw/toog
N 7 waterbergplaats mw/toog
N 8 waterbergplaats mw/toog
N 9 woonschuilplaats gb
N 10 Nederlandse schuilplaats 1914-1918
N 11 Nederlandse schuilplaats 1914-1918
N 12 Nederlandse schuilplaats 1914-1918 (ingedeeld bij Wassenaar D)
N 13 Nederlandse schuilplaats 1914-1918 (ingedeeld bij Wassenaar D)

Stützpunkt XXXVII H (Wassenaar D)

Tussen hectometerpalen 92 en 93 (Wassenaarse Slag) bevond zich Stützpunkt XXXVII H. De Wassenaarse Slag werd door de Duitsers gezien als een belangrijke plaats om te versterken. Hier was een goede weg door de duinen naar het achterland. De bezetting bedroeg 60 man, onder commando van een officier.

De bouwwerken zijn:
D 1 kanonkazemat gb
D 2 kanonkazemat gb Standaard 667 (8699)
D 3 kanonkazemat gb Standaard 612 (8698)
D 4 vloerplaat beton
D 5 tobroek gb
D 5A tobroek gb
D 6 tobroek gb vlammenwerper (type 64a - 216)
D 6A tobroek gb vlammenwerper (type 64a - 216)
D 7 vloerplaat betonfundering
D 8 zoeklichtopstelling mw
D 9 gevechtsschuilplaats gb met aangebouwde woonschuilplaats mw/gb (Küver 413)
D 10 munitiebunker gb
D 11 commandopost commandant gb (Küver 434)
D 12 munitiebunker gb
D 13 gevechtsschuilplaats gb met aangebouwde woonschuilplaats mw/gb (Küver 413)
D 14 gevechtsschuilplaats gb met aangebouwde woonschuilplaats mw/gb (Küver 413)
D 15 munitiebunker gb
D 16 munitiebunker gb
D 17 gevechtsschuilplaats gb met aangebouwde woonschuilplaats mw/gb (Küver 413)
D 18 gevechtsschuilplaats gb met aangebouwde woonschuilplaats mw/gb (Küver 413)
D 19 schuilplaats met observatiepost gb
D 20 zoeklichtremise mw/gb
D 21 tobroek gb
D 21A tobroek gb
D 22 watertankbergplaats mw/toog
D 23 levensmiddelenbergplaats mw/toog
D 24 levensmiddelenbergplaats mw/toog
D 25 watertankbergplaats mw/toog
D 26 badgebouw mw
D 27 tobroek gb met tankkoepel
D 28 levensmiddelenbergplaats mw/toog
D 29 gebouw watertank mw/gb
D 30 keukengebouw mw/gb met aangebouwde watertankbergplaats
D 31 levensmiddelenbergplaats mw/toog
D 32 watertankbergplaats mw/gb
D 33 gevechtsschuilplaats gb Vf52a verstärkt (zie N1)
D 34 Vervallen)
D 35 waterpompgebouw mw/gb
D 36 watertankbergplaats mw/toog
D 37 toiletgebouw mw/gb
D 38 tobroek gb
D 39 observatiepost gb
Twee Nederlandse betonnen schuilplaats uit de Eerste Wereldoorlog lagen iets ten noorden van dit steunpunt en zijn door de Duitsers gebruikt.
N 12 Nederlandse schuilplaats 1914-1918
N 13 Nederlandse schuilplaats 1914-1918

Widerstandsnest 64 H (Wassenaar C)

Nabij hectometerpaal 94 (Moffenslag) bevond zich Widerstandsnest 64 H. Deze landmachtpositie telde een bezetting van 40 man, onder commando van een officier. Twee Nederlandse betonnen schuilplaats uit de Eerste Wereldoorlog werden gebruikt voor dit weerstandsnest.

De bouwwerken zijn:
C 1 badgebouw mw/gb
C 2 waterbergplaats mw/gb
C 3 Nederlandse schuilplaats 1914-1918
C 4 levensmiddelenbergplaats, mw/toog
C 5 watertankbergplaats mw/gb, aangebouwd tegen:
C 6 Nederlandse schuilplaats 1914-1918
C 7 keukengebouw met waterbergplaats mw/gb
C 8 waterpompgebouw mw/gb
C 9 woonschuilplaats mw/gb
C 10 bergplaats gb
C 11 bergplaats gb
C 12 tobroek gb
C 13 woonschuilplaats mw/gb met gang
C 14 toiletgebouw mw/gb
C 15 woonschuilplaats mw
C 16 woonschuilplaats mw/gb
C 17 gevechtsschuilplaats gb Standaard 668 (8107)
C 18 observatiepost mw/gb
C 19 kanonkazemat gb Standaard 667 (8697)
C 20 kanonkazemat gb Standaard 612 (8664)
C 20a tobroek gb
C 21 gang mw

Stützpunkt XXXIX H (Wassenaar B)

Tussen hectometerpalen 95 en 96 (Meyendelse Slag) bevond zich Stützpunkt XXXIX H. Deze landmachtpositie telde een bezetting van 58 man, onder commando van een officier.
De bouwwerken zijn:
B 1 mitrailleurkazemat gb Type 681 (8109)
B 2 tobroek gb
B 3 toiletgebouw mw/gb
B 4 onbekend
B 5 onbekend
B 6 onbekend
B 7 onbekend
B 8 onbekend
B 9 toiletgebouw mw/gb
B 10 tobroek gb
B 11 kanonkazemat gb Standaard 612 (8665)
B 12 observatiepost
B 13 tobroek gb
B 14 tobroek gb
B 15 tobroek gb
B 16 kanonkazemat gb Type 612 (8666)
B 17 onbekend
B 18 onbekend
B 19 verbindingsgang mw

Stützpunktgruppe Scheveningen
Enkele elementen van het noordelijke Landfront van de Stützpunktgruppe Scheveningen waren gelegen in de gemeente Wassenaar. Dat betrof aan het Seefront een Widerstandsnest 65 H. Daar was ook de aansluiting tussen Seefront en Landfront. Laatstgenoemde lag vrijwel geheel in de gemeente Den Haag; uitzondering hierop vormde het gebied Oosterbeek en Clingendael (Wassenaar E).

Widerstandsnest 65 H (Wassenaar A)

Iets ten noorden van de Marine Küsten Batterie Scheveningen-Nord, nabij hectometerpaal 97 bevond zich het Widerstandsnest 65 H. Deze landmachtpositie telde een bezetting van 25 man, onder commando van een officier.

De bouwwerken zijn:
A 1 mitrailleuropstellingA 2 observatiepost mw
A 3 tobroek gb
A 4 kanonkazemat gb Type 612 (8589), in aanbouw
A 5 tobroek gb
A 6 onbekend beton
A 7 levensmiddelenbergplaats mw
A 8 woonschuilplaats mw
A 9 tobroek gb
A 10 verbindingsgangen

Clingendael (Wassenaar E)
Reichskommissar Seyss-Inquart opdracht om in Den Haag te blijven. Dat betekende dat het gebied van de Stützpunktgruppe Scheveningen moest worden uitgebreid met een ‘uitsteeksel’ om landgoed Clingendael ‘mee te nemen’ in het te verdedigen gebied. Tankgrachten werden gegraven en om een vrij schootsveld te krijgen werd een heel gebied aan de Waalsdorperlaan en de Van Brienenlaan van bebouwing (huizen, Marechausseekazerne, enz.) en begroeiing ontdaan. Naast het Landhuis Clingendael verscheen een schuilplaats voor Seyss-Inquart. Later werd er een speciale ständige schuilbunker voor hem gebouwd, nu bekend als de Commandopost Clingendael [in de Koude Oorlog nuttig gebruikt door de Bevelhebber der Landstrijdkrachten]. In Clingendael en park Oosterbeek werd de verdediging van het Landfront ingericht, waardoor Widerstandsnest 303a en een deel van Widerstandsnest 304 zich op Wassenaars grondgebied bevonden.

De bouwwerken zijn:
E 1 garage mw
E 2 garage mw
E 3 garage mw
E 4 transformatorbunker
E 5 schuilplaats gb
E 6 waterreservoir mw/gb
E 7 badgebouw mw/gb
E 7A sceptictank
E 8 woonschuilplaats mw/gb
E 9 woonschuilplaats mw/gb
E 10 toiletgebouw mw/gb
E 11 tobroek gb (type 201)
E 12 woonschuilplaats mw/gb
E 13 tobroek gb (type 201)
E 14 toiletgebouw mw/gb
E 15 kanonkazemat gb Standaard 625 (R 8734)
E 16 woonschuilplaats mw/gb
E 17 commandopost gb S.K. (R 8732) Seyss-Inquartbunker
[Commandopost Clingendael]
E 17 keukenbunker gb tweemaal Standaard 645 (R 8750)
E 17a tobroek gb
E 17b tobroek gb
E 17c tobroek gb
E 17d tobroek gb
E 18 kanonkazemat gb Standaard 625 pag (R 8733)
E 19 woonschuilplaats mw/gb
E 20 toiletgebouw mw/gb
E 21 tobroek gb (type 201)
E 22 schuilplaats mw/toog
E 23 schuilplaats mw/toog
E 24 woonschuilplaats mw/gb
E 25 kanonkazemat gb Standaard 625 (R 8731)
Z 11 tankgracht

Binnenland

De complexen de Klip en Rijksdorp

Het gebied gelegen ten westen van de Katwijkseweg wer door de Duitsers gezien als een geschikte plaats voor hoofdkwartieren. Dit gebied in Wassenaar lag gedeeltelijk onder de bomen en had geen hoge grondwatestand. Ten zuiden van de weg naar het Wassenaarse Slag werd gevestigd de Artillerie Abteilungs Gefechtsstand (commandopost van de afdeling artillerie) van de sector Katwijk-Scheveningen van de kustverdediging (beide Stützpunktgruppen inbegrepen). Ten noorden van de weg kwam een Regiments Gefechtsstand (commandopost van een regiment), eveneens van de sector Katwijk-Scheveningen van de kustverdediging (beide Stützpunktgruppen inbegrepen). Ook was er een verbandplaats.

Widerstandsnest 289, Artillerie Abteilungs Gefechtsstand (Wassenaar G)

Bij De Klip waren geen overdekte loopgraven aanwezig maar wel een gedekte trap naar de top van het duin.

De bouwwerken zijn:
G 1 badgebouw met waterbergplaats mw/gb
G 2 levensmiddelenbergplaats mw/toog
G 2A watertankbergplaats/mw/toog
G 3 gevechtsschuilplaats gb Standaard 621 (8662)
G 3A watertank mw/toog
G 4 keukengebouw mw/gb
G 5 gevechtsschuilplaats gb Standaard 502 (7230) gang
G 7 watertank mw/toog
G 8 woonschuilplaats mw/gb
G 9 gevechtsschuilplaats gb Standaard 622 (8663)
G 10 watertank mw/toog
G 11 levensmiddelenbergplaats mw/toog
G 12 toiletgebouw mw/gb
G 13 woonschuilplaats mw/gb
G 14 watertankbergplaats mw/toog
G 15 lokalen mw/gb
G 16 commandopost gb Standaard 608 (7231)
G 17 woonschuilplaats mw/gb
G 18 woonschuilplaats mw/gb
G 19 observatiepost mw/gb
G 20 woonschuilplaats mw/gb

Widerstandsnest 289,Regiments Gefechtsstand (Wassenaar H)

Vanwege de geschikte ligging onder de bomen en met een lage grondwaterstand, moesten in 1942 alle inwoners van Rijksdorp evacueren.

De bouwwerken zijn:
H 1 waterbergplaats mw/toog
H 2 geneeskundige post gb Standaard 118a (7233) met waterbergplaats mw/toog
H 3 waterbergplaats mw/toog
H 4 levensmiddelenbergplaats mw/toog
H 5 waterbergplaats mw/toog
H 5A waterbergplaats mw/toog
H 6 gevechtsschuilplaats gb Standaard 502 (7232)
H 7 badgebouw mw
H 8 toiletgebouw mw/gb
H 9 gevechtsschuilplaats gb Standaard 502 (7234)
H 10 watertank mw/toog
H 11 keukengebouw mw/gb
H 12 toiletgebouw mw/gb
H 13 waterbergplaats
H 14 watertank mw/gb
H 15 levensmiddelenbergplaats mw/toog
H 16 watertank mw/toog
H 17 waterbergplaats mw/toog
H 18 geneeskundige post gb Standaard 117a neu (7236)
H 19 watertankbergplaats mw/toog
H 20 waterbergplaats mw/toog
H 21 gevechtsschuilplaats gb Standaard 502 (7235)
H 22 watertankbergplaats mw/toog
H 23 munitiebunker gb Standaard 607 (7352)
H 24 bergplaats mw
H 25 bergplaats mw
H 26 observatiepost stalen uitkijktoren
H 27 septic tank
H 28 telefoonbunker gb
H 29 onbekend mw gebouw
H 30 wachthuis mw/betonbakken met zand

Stützpunkt XXXVI H Bellesteyn (Wassenaar K)
Nabij hoeve Bellesteyn was een opstelling voor een batterij (door paarden) getrokken artillerie. Vanuit deze positie konden de kanons indirect vuur uitbrengen op het strand. Een voorwaartse waarnemer kon vanuit de observatiepost aan de Wassenaarse Slag (Wassenaar D 19) correcties doorgeven naar de batterij. De batterij was mobiel en kon dus andere vuurposities innemen.

De bouwwerken zijn:
K 1 woonschuilplaats mw/gb
K 2 open geschutsopstelling
K 3 open geschutsopstelling
K 4 tobroek gb
K 5 tobroek gb
K 6 munitiebunker
K 7 toiletgebouw mw/gb
K 8 munitiebunker
K 9 fundering gebouw
K 10 badgebouw met waterbergplaats mw/toog
K 11 tobroek gb

Diverse Widerstandsnester in de duinen tussen Watertoren Scheveningen en Wassenaarse Slag (Wassenaar F)

Naast de opstellingen in de voorste duinenrij waren er enkele posities voorbereid om een eventueel doorgebroken vijand te kunnen vertragen of afstoppen. In het gehele duinterrein van de freie Küste tussen de Stützpunktgruppe Katwijk en Stützpunktgruppe Scheveningen waren posities, veelaal in de vorm van veldversterkingen, zoals loopgraven en schuttersputten. Een cluster bevond zich ten westen van Meyenedell.

De bouwwerken zijn:
F 1 waterbergplaats mw/toog
F 2 tobroek gb ((Ringstand 65a – 221) )
F 3 woonschuilplaats mw
F 4 munitiebunker mw
F 5 onbekend mw
F 6 munitiebunker mw
F 7 woonschuilplaats mw
F 8 woonschuilplaats mw
F 9 waterbergplaats
F 10 levensmiddelenbergplaats mw/toog
F 11 keukengebouw mw/gb
F 12 waterbergplaats
F 13 levensmiddelenbergplaats mw/toog
F 14 badgebouw mw/gb
F 15 watertankbergplaats vat mw/gb
F 16 toiletgebouw mw/gb
F 17 waterpompgebouw mw/gb
F 18 onbekend
F 19 woonschuilplaats mw/gb
F 20 woonschuilplaats mw/gb
F 21 woonschuilplaats mw/gb
F 22 geneeskundige post mw/gb
F 23 onbekend
F 24 onbekend
F 25 onbekend
F 26 onbekend
F 27 waterbergplaats mw
F 28 waterbergplaats mw
F 29 bergplaats gb
F 30 bergplaats gb

Widerstandsnest 374 Ganzenhoek (Wassenaar O)

De bouwwerken zijn:
O 1 waterbergplaats toog
O 2 waterbergplaats toog
O 3 munitiebunker b/gb
O 4 munitiebunker b/gb

Zuidwijk

Het landgoed Zuidwijk werd door de Duitsers ingericht als verbandplaats. Er werden op het terrein drie betonnen hospitaalbunkers gebouwd. Deze zijn na de oorlog door de genie niet geregistreerd en zijn daardoor relatief onbekend gebleven.

De bouwwerken zijn:
1 hospitaalbunker, gb
2 hospitaalbunker, gb
3 hospitaalbunker, gb

Losse objecten in het dorp, Nieuw Rijksdorp (Wassenaar J)

De bouwwerken zijn:
J 1 bergplaats mw
J 2 bergplaats mw
J 3 bergplaats mw
J 4 bergplaats mw/gb
J 5 bergplaats mw/gb

Losse objecten elders in Wassenaar (Wassenaar Z)

De bouwwerken zijn (adressen soms bij benadering):
Z 1 telefoonbunker gb
Groot Haesebroekseweg 55 (bij postkantoor)
Z 2 schakelhuis gb
Johan de Wittstraat, naast nummer 7. Grond van PTT.
Z 3 schuilplaats mw
Lange Kerkdam, achter nummer 3 (deels in tuin Hugo de Grootstraat ongeveer nr. 43)
Z 4 schuilplaats mw
Lange Kerkdam, in tuin nummer 3, tegen nr 5 aan
Z 5 schuilplaats mw
Victorialaan 9
Z 6 schuilplaats mw
Victorialaan 7-9, , achtertuin Lange Kerkdam 64A
Z 7 cilindrische bergplaats mw
Victorialaan 7-9, tegen achtertuin Lange Kerkdam 64A
Z 8 schuilplaats mw
Prinses Marielaan 3-5, achtertuin Lange Kerkdam 64
Z 9 schuilplaats mw
Lange Kerkdam 76
Z 10 schakelhuis
Rijksstraatweg 799
Z 11 tankgracht landgoed Clingendael en Oosterbeek
Z 12 schuilplaats
Lange Kerkdam 84
Z 13 telefoonbunker
In een weiland zuid van het complex Maaldrift langs de Rijksstraatweg (later A 44), nabij Ammonslaantje.

Drama bij Wassenaarse Slag

De Atlantikwall heeft in ons land niet dé Invasie hoeven te weerstaan. Die vindt in juni 1944 plaats in Normandië. In het najaar van dat jaar wordt in Zeeland een frontale aanval op de Duitse stellingen geopend ter verovering van Walcheren, om zo de Schelde te kunnen beheersen. Een zware strijd volgt, waarbij ondanks het onder water zetten van Walcheren, de Duitse versterkingen pas na “man- tegen-man” gevechten kunnen worden veroverd.

Toch speelt ook het bescheiden Stützpunkt XXXVII H een rol in de krijgsgeschiedenis. Dit voorval is in 1985 bekend geworden als “Het Drama bij Wassenaarse Slag”.

Na de bouw van de Atlantikwall is het strand met zijn bunkers, prikkeldraadversperringen en mijnenvelden verboden gebied. Duitse wachtposten staan permanent opgesteld. In Engeland zitten de Geallieerden niet met de handen over elkaar. Uit de nachtelijke duisternis duiken soms plotseling marineschepen op om geheime agenten af te zetten of om vertegenwoordigers van het verzet op te pikken (men denke aan Erik Hazelhoff Roelfzema, ‘Soldaat van Oranje’). Niet altijd lukt dit en het lot van hen, die hierbij in handen van de bezetter vielen, is afgrijselijk. Geen wonder dat de Geallieerden voortdurend naar wegen zoeken om de veiligheid, en daarmee de overlevingskansen, van de agenten te vergroten.
In de zomer van 1943 trekken de Wassenaarse duinen de aandacht van inlichtingendiensten in Londen. Welke zouden de mogelijkheden zijn voor een Nederlandse geheim agent om daar vei- lig landinwaarts te trekken? Commando’s ontvangen opdracht dit ter plekke na te gaan.
Nadat twee eerdere pogingen mislukt zijn, landen in de nacht van 27 op 28 februari 1944 zes Franse commando’s onder bevel van kapitein Charles Trépel op het Wassenaarse strand, bij paal 91, ten noorden van het Wassenaarse Slag. De groene baretten moeten een verken- ning landinwaarts uitvoeren (Operation Premium). Bij paal 91 is de verdediging van de Duitsers erg zwak. Aan het einde van de nacht moeten de commando’s weer inschepen op het Engelse schip, dat hen aangevoerd heeft.

Helaas krijgt de Duitse kustbewaking van de 16e Luftwaffe Felddivison lucht van de activiteiten op het strand en komt in actie. Het op zee wachtende Britse marinepersoneel ziet hoe vanuit het noorden (de Katwijkse kant) rode en vervolgens groene vuurpijlen in de lucht geschoten worden, later gevolgd (“bevestigd”?) door witte vuurpijlen van de locatie Wassenaarse Slag. Zijn de Fransen op struikeldraadlicht- seinen gestoten en proberen zij zich in veiligheid te stellen? Heeft een wachtpost iets gehoord of gezien en alarm geslagen?

Of heeft een post in het noorden de Motor Torpedoboot (MTB) op zee waar- genomen? Vanuit zee wordt door het marinepersoneel niet gereageerd en slechts toegekeken. Er klinkt gegil, gevolgd door gekerm. Men ziet een Duitse patrouille met zaklantaarns naar de landingsplaats gaan. Enkele uren later is het stil. Op het afgesproken tijdstip, aan het einde van de lange nacht, komen de Franse commando’s niet opdagen en vertrekt de MTB weer voor de ochtend- schemering terug naar Engeland.

Aan de Engelse kant blijft het gissen naar wat er gebeurd is. De volgende dag is het weer te slecht om de Fransen per boot op te halen, zoals afgesproken (24 uur later zelfde tijd, zelfde plaats). Aan Duitse kant echter gebeurt wel het een en ander. In de ochtend van 29 februari, dus de volgende nacht, wordt de bezetting van Stützpunkt XXXVIIH gealarmeerd door geroep op zee. Enige tijd later ontdek ken de Duitse militairen een omgeslagen rubberboot, die naar het strand drijft en waar zich drie ontzielde lichamen bij bevinden. Kennelijk is de dood nog maar net ingetreden, want de Duitsers proberen nog de drenkelingen te reanimeren. Een vierde lichaam spoelt later op de dag aan. In de volgende dagen spoelen ten
zuiden van het Wassenaarse Slag nog twee lichamen aan. De actie heeft de zes Fransen het leven gekost.

Ter nagedachtenis van hen werd een monument opgericht. Dit gedenkteken staat vlakbij één der kazematten en symboliseert door zijn plaats mede de relatie tussen de heldhaftige commandoactie van 1944 en de nog steeds aanwezige bunkers en gangen.

Na de oorlog

Registratie en sloop
Kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog kondigden de militaire autoriteiten een verbod op de sloop van de Duitse bouwwerken af. Er begon een project voor de registratie van deze verdedigingswerken. Voor toestemming of aanpassing van de bunkers was een vergunning van de Chef Generale Staf vereist. In de tijd van oplopende internationale spanning bezag die de aanvragen vooral met het oog op de mogelijkheden voor hergebruik door defensie of b.v. Bescherming Bevolking.

Op plaatsen waar de bunkers letterlijk in de weg stonden werden deze vergunningen doorgaans snel verleend. De Wederopbouw ging voor. Daar was bovendien voor provincies, gemeentes en waterschappen een financiële stimulans bij, de zgn. Sloopregeling, waaraan het Rijk bijdroeg.

De Watersnoodramp 1953

De Stormramp van 1 februari 1953 veroorzaakte grote schade aan de duinenrij. Op diverse plekken werd zand om en onder bunkers weggespoeld, waardoor verzakkingen ontstonden. Nadat de eerste stormschade was opgeruimd, zijn verdere maatregelen genomen om dit soort schade in de toekomst te voorkomen. Het was immers gebleken, dat bunkers een risico vormden. Als gevolg hiervan is een hele serie bunkers in de voorste duinenrij gesloopt. Exacte gegevens hierover hebben wij niet, maar uit de opnemingen van het complex Wassenaarse Slag weten wij dat daar alle werken in de voorste 20 meter zijn gesloopt.

Koude Oorlog

De Koude Oorlog zorgde bij twee Duitse bunkercomplexe voor militair hergebruik. Naast de in Den Haag gelegen Prinses Julianakazerne bevond zich de schuilplaats van Reichskommissar Seyss-Inquart. Deze schuilplaats – geregistreerd Wassenaar E 17 - werd in de loop van de jaren ’50 geschikt gemaakt voor de moderne oorlogvoering (vooral bescherming tegen nucleaire-, biologische of chemische wapens). In een latere fase van de Koude Oorlog werd eveneens bescherming tegen elektromagnetische pulsen aangebracht. De Bevelhebber der Landstrijdkrachten kon met delen van zijn staf deze commandopost gebruiken. Voor verbindingen werd de kanonkazemat – geregistreerd Wassenaar E 18 – eveneens in militair hergebruik genomen.

Iets soortgelijks was het geval met het complex in Rijksdorp, geregistreerd als Wassenaar H. Hier werd de oorlogsstaf van de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten gevestigd. Ook dit complex werd in de loop van de jaren ’50 geschikt gemaakt voor de moderne oorlogvoering (vooral bescherming tegen nucleaire-, biologische of chemische wapens). In een latere fase van de Koude Oorlog werd eveneens bescherming tegen elektromagnetische pulsen aangebracht. De luchtmacht bouwde aanvullend aan de Duitse bunkers een dieselbunker en een commandopost/verbindingscentrum. Verder werden vier tobroeks van elders aangevoerd en op het perceel geplaatst. Twee gietstalen kanonkoepels werden nabij de (gewijzigde) inrit geplaatst.

Na het einde van de Koude Oorlog zag defensie verder af van het vergunningenstelsel voor sloop of aanpassing van de Duitse bunkers. De genoemde Sloopregeling werd eveneens afgeschaft. De eigenaar van grond, waarop een Duitse bunker werd gebouwd, is nu dan ook vrij daarover te beschikken.

Van Verdediging naar bescherming

Na de oorlog moesten alle objecten die in de weg stonden verdwijnen. Maar dat niet alleen. Uiteraard was daarbij ook sprake van een psychologische dimensie. De voormalige Duitse verdedigingswerken waren tastbare, zichtbare herinneringen aan, zelfs symbolen van, de zo verfoeide bezetter en bezettingstijd. Iedereen, die deze herinneringen achter zich wenste te laten, pleitte dan ook voor opruimen.
De rijksoverheid met haar zuinige subsidiebeleid verhinderde echter sloopwerk dat slechts met emotionele argumenten gemotiveerd was. En zo bleven de restanten die het functioneren van de samenleving niet in de weg stonden achter. Zij werden als betonkolossen en als een amorfe groep objecten beschouwd. "Bunkers" werd hun verzamelnaam. Zij waren - hoe typerend - kort na de Tweede Wereldoorlog voor het oorspronkelijke militaire doel alweer ongeschikt en slechts sporadisch herbruikbaar. Voor de generaties die de bezetting mee hadden gemaakt, hadden deze bunkers een negatieve betekenis en waren zij door hun symboolwerking onbemind. Voor de naoorlogse generaties waren de werken betekenisarm. En onbekend maakte ook onbemind,

Dat is inmiddels veranderd. Voor de jongere generaties zijn bunkers fysieke restanten van de Tweede Wereldoorlog. Deze vormen een illustratie bij de verhalen over de oorlog. De Rijksoverheid heeft in 2024 een visie geformuleerd op het erfgoed van de Atlantikwall. Hierin staat onder meer:
De (resten van de) Atlantikwall vormen een samenhangende landschappelijke militair-historische structuur die een bijzonder en gelaagd verhaal vertellen. De structuur bezit een hoge erfgoedwaarde. Ruim 80 jaar na afloop van de Tweede Wereldoorlog verdienen deze een zorgvuldige erfgoedinclusieve omgang. Daarin is oog voor dat bijzondere verhaal, de samenhang tussen de onderdelen én voor de minder opvallende landschappelijke sporen. Een integrale blik en benadering zijn van belang, omdat voor de Atlantikwall bij uitstek geldt dat het geheel meer is dan de som der delen. Integraal betekent dat eveneens aandacht besteed
wordt aan de geschiedenis van het gebruik en de omgang in de naoorlogse periode door overheden en de samenleving.

De provincie Zuid-Holland ontwikkelde al eerder dan het Rijk een visie op de Atlantikwall en stelde de Erfgoedlijn Atlantikwall Zuid-Holland in. Met behoorlijke geldelijke bijdrages stuimuleerde de provincie de kennis over de Atlantikwall. Maar ook het behoud en bekleefbaar maken van Duitse bunkers werd onderdeel van de activiteiten van de erfgoedlijn. Daar werkten overheden, terreinbeheerders, erfgoedorganisaties en vrijwilligers samen.

In lijn met de Rijksvisie en de Erfgoedlijn Atlantikwall van de Provincie Zuid-Holland is er aanleiding om een inventarisatie te maken van nog aanwezige bunkers in de gemeente Wassenaar. Om vervolgens te bezien, op welke manier er met dit erfgoed omgegaan kan worden. Hierbij kan het instrumentarium van zowel de Monumentenwet als de Omgevingswet een rol spelen.

Op dit moment is de Commandopost Clingendael (Wassenaar E 17) aangewezen als Rijksmonument. Evenals de tankgracht ten zuiden van Vliegkamp Valkenburg tussen Lentevreugd en de Zijlwatering (Wassenaar Z 11),
Op gemeentelijk niveau is het bunkercomplex aan de Wassenaarse Slag (Wassenaar D) beschermd.

Het hierboven gegeven overzicht van Duitse stellingen en losse objecten in Wassenaar geeft een gedetailleerd overzicht van de tijdens de oorlog in Wassenaar gebouwde verdedigingswerken. In totaal zijn er in Wassenaar ongeveer 340 verdedigingswerken gebouwd, waarvan 31 bunkers van de zwaarste categorie (‘ständig’). De veldversterkingen (‘zachte resten’) zoals loopgraven, schuttersputten enz. zijn niet meegerekend.

Zeer onduidelijk daarentegen is de huidige stand van zaken. Zo zijn na de Stormramp van 1953 langs de gehele kust de aan de voorste duinenrij gelegen bunkers geruimd. Welke dat exact zijn, is op dit moment niet bekend. Onderzoek in de archieven van Rijnland en Dunea kan hierover mogelijk meer duidelijkheid verschaffen. Een groot aantal bunkers in de duinen is onder het zand gewerkt; op enkele plekken zijn ze toegankelijk voor vleermuizen. Bunkers in het bollenland bij Bellesteyn zijn snel geruimd. Delen van de tankmuur en de tankgracht zijn gesloopt of gedicht; binnenkort wordt de tankgracht weer hersteld. Jarenlang stond er naast de A 44 een bunker, totdat die voor een basketbalveld moest wijken. In enkele tuinen zijn nog schuilplaatsen aanwezig.

Overzicht anno 2025

Hieronder een overzicht van de op dit moment veronderstelde stand van zaken op dit moment.

Stützpunkt XXXVI cL, Luchtafweerbatterij (Katwijk A, Wassenaar L)
Deze stelling is grotendeels onder het zand gewerkt.

Widerstandsnest 63 HL (Wassenaar M)
Bunkers in de voorste duinenrij zijn gesloopt.

Widerstandsnest 63a H en 63b H (Wassenaar N)
Bunkers in de voorste duinenrij zijn gesloopt.

Stützpunkt XXXVII H (Wassenaar D)
Bunkers in de voorste duinenrij zijn gesloopt.

Widerstandsnest 64 H (Wassenaar C)
Bunkers in de voorste duinenrij zijn gesloopt.

Stützpunkt XXXIX H (Wassenaar B)
Bunkers in de voorste duinenrij zijn gesloopt.

Widerstandsnest 65 H (Wassenaar A)
Bunkers in de voorste duinenrij zijn gesloopt.

Clingendael (Wassenaar E)
Vrijwel volledig aanwezig.

Widerstandsnest 289, Artillerie Abteilungs Gefechtsstand (Wassenaar G)
Vrijwel volledig aanwezig.

Widerstandsnest 289,Regiments Gefechtsstand (Wassenaar H)
Vrijwel volledig aanwezig.

Stützpunkt XXXVI H Bellesteyn (Wassenaar K)
Vrijwel geheel gesloopt.

Diverse Widerstandsnester in de duinen tussen Watertoren Scheveningen en Wassenaarse Slag (Wassenaar F)
Onbekend.

Widerstandsnest 374 Ganzenhoek (Wassenaar O)
Onbekend.

Zuidwijk
Volledig aanwezig.

Losse objecten in het dorp, Nieuw Rijksdorp (Wassenaar J)
Alle gesloopt.

Losse objecten elders in Wassenaar (Wassenaar Z)
Op enkele plaatsen nog aanwezig.

Conclusie
De Tweede Wereldoorlog heeft in Wassenaar sporen achtergelaten. Niet alleen in de vorm van collectieve herinneringen en herdenkingsmonumenten. Maar ook in de vorm van achtergelaten verdedigingswerken. De generaties die de oorlog meegemaakt hebben, koesterden geen waren gevoelens bij Duitse bunkers, symbolen van de bezetting. Jongere generaties zien ze juist als getuigen van een bijzondere periode in de geschiedenis.
Er is nog onderzoek nodig om de exacte omvang van deze fysieke erfenis van de oorlog vast te stellen. En ook om de waarde van dit cultureel erfgoed vast te stellen.

Historisch Informatie Punt (HIP)

Iedere laatste zaterdag van de maand (behalve in de zomermaanden) is het Historisch Informatie Punt (HIP) in de Bibliotheek aan de Langstraat geopend. Tussen 11.00 en 16.00 kunt u hier terecht met vragen en opmerkingen over de geschiedenis van Wassenaar.

Doelstelling

Op de bres staan voor de cultuurhistorie van Wassenaar, dat is wat de vereniging wil. Dat doet zij o.a. door het bevorderen van de lokale monumentenzorg, het organiseren van lezingen, cursussen, excursies en tentoonstellingen en het uitgeven van publicaties.

Contact Historische Vereniging Oud Wassenaer

Secretaris M.F.J. Spierings - info@oudwassenaer.nl