Vele eeuwen lang waren de inwoners van ons dorp voor het verkrijgen van meel aangewezen op de molenaar van de korenmolen Windlust. Sinds 1907 is dat niet meer het geval. In de Kroniek van den Molen Windlust te Wassenaar in 1927 door de toenmalige molenaar, Cornelis Mansvelt, op schrift gesteld, valt onder meer te lezen: “Het behoeft niet gezegd dat dit angstige en schokkende tijden waren …” Vanwaar deze sombere woorden? Een in 1957 verschenen boekje geeft antwoord op deze vraag.

De Historische Vereniging Oud Wassenaer heeft getracht de rechthebbenden van afbeeldingen te achterhalen. Degene die de auteursrechten hierop heeft, wordt daarom uitgenodigd met de secretaris contact op te nemen. Voor de duidelijkheid in relatie tot de tekst zijn enkele foto’s bewerkt.
Een jubileumboekje
In dat jaar verscheen het jubileumboekje van de Coöperatieve Landbouwvereniging “Samenwerking” , getiteld: Een halve eeuw agrarisch leven in en om Wassenaar, geschreven door C. F. Roosenschoon. Op 22 juli 1907 verleenden Burgemeester en Wethouders bij raadsbesluit toestemming tot het oprichten van een graanmaalderij in het Oostdorp aan de haven, waarbij als mechanische kracht een ‘zuiggasmotor’ van 43 P.K. werd gebruikt. Deze motor werd zo’n 8 jaar later vervangen door een motor van 100 P.K. , waaruit we kunnen opmaken, dat er sprake was van een flinke productie.
Een geduchte concurrent
Dit verklaart de sombere woorden in voornoemde Kroniek. De molenaar kreeg er een geduchte concurrent bij! De vereniging die hiervan gebruik ging maken, was opgericht door de heren: S. van der Stoel, C. Nell, J.J. Nell, D. van Straalen en L.A. van den Bosch. Er werden aandelen van honderd gulden uitgegeven en een groot aantal boeren uit Wassenaar kocht deze aandelen. Overigens niet alleen boeren, zo kom ik – als voorbeeld – ook de namen: Baron van Pallandt, Jonkvrouwe van Brienen en de heer Jochems van Duindigt tegen. De Boerenleenbank verleende een krediet en men kocht een stuk grond nabij de haven. Begin oktober van datzelfde jaar werd het gebouw dat hierop gebouwd werd al opgeleverd en zo kon de maalderij van start gaan. Dit gebouw staat nog steeds aan de Hofcampweg, al is het interieur wel ingrijpend verbouwd. In het boekje valt ook te lezen, dat er zo rond 1900 ongeveer 3200 mensen in ons dorp woonden en meer dan 10 % hiervan werd tot de agrarische sector gerekend. In 1957 ging dit nog slechts om minder dan 5 %.
Grote veranderingen in de jaren ’60
Tot eind jaren ’60 is de maalderij in bedrijf geweest. Van concurrentie met de molen was toen al geen sprake meer, omdat de laatste beroepsmolenaar Cornelis Mansvelt de molen in 1962 aan de gemeente verkocht heeft.
Carl Doeke Eisma