Tot ver in de Tachtigjarige Oorlog, kregen ook de inwoners van Wassenaar daarmee direct te maken. In een eerdere aflevering van deze rubriek gaf ik al eens aan dat in februari 1624 een honderdtal ingezetenen gelast werd om met “haecken en bijlen” naar Utrecht te gaan en in een deel van de Vecht het ijs te bijten (kapot te hakken) opdat de vijandelijke troepen deze verdedigingslinie niet gemakkelijk zouden kunnen oversteken.
Vijf jaar later, in de zomer van 1629 was het beleg van ’s Hertogenbosch onder de leiding van stadhouder Frederik Hendrik in volle gang. In verband hiermee trok een Spaanse legermacht toen in juli de IJssel over. Troepen van de Duitse keizer sloten zich nog bij dit leger aan en zo trokken ze gezamenlijk vanuit het oosten de Veluwe op. De verwachting bestond dat dit tot een beëindiging van het genoemde beleg zou leiden, maar dit werd onverminderd voortgezet. Amersfoort werd toen door de vijandelijke legermacht bezet en Hilversum platgebrand. Dit maakte de Vecht voor Holland weer erg belangrijk als verdedigingslinie en besloten werd om bij de sluis en de dam in de Vecht bij Weesp, een schans te bouwen.
Om dit voor elkaar te krijgen, ontving ook de baljuw van Wassenaar een door de Staten van Holland en West-Friesland gedrukt bericht van 29 juli 1629, als gebruikelijk beginnende met “Eersame vroome discrete besondere goede vrunden”. Er werd gelast dat "den sesten man van alle de huys-luyden tusschen de oude ende nieuwe Mase ende Texel", boven de 18 en beneden de 60 jaren, voorzien van spaden en bijlen en lijftocht voor vijf of zes dagen, zullen marcheren naar de Hinderdam bij Weesp in de Vecht. De Schout en nog een bestuurder moeten hen daarbij geleiden. Daar aangekomen zullen ze dan nadere instructies krijgen. Aan het eind van het schrijven is nog wel benadrukt, dat bij het in gebreke blijven, straffen zullen volgen voor het niet ten dienste van het land willen staan.
De bestuurders van de ambachten Wassenaar en Zuidwijk zetten zich meteen in, want van twee dagen later, 31 juli, is er een lijst van de namen waaruit ze de zesde man geloot hebben. Het ging hierbij steeds om de huisvaders, niet ook nog kinderen van boven de 18 jaar. Voor de namen van wie werden ingeloot, is in de marge dan steeds ‘Vecht’ geschreven. Voor ‘Wassenaer’ waren dat er 13, voor ‘Zuidwijk’ 7 en voor ‘het deurp’ 12. We komen namen tegen die we ook nu nog in Wassenaar kennen als bijvoorbeeld Leendert Arijensz Ruychrock, Gerrit Jacobsz Hillenaer en Cornelis Leendertsz Loijesteijn. Het lijkt overigens niet uitgesloten, dat personen die zijn ingeloot, zich hebben laten vervangen door anderen.
Er is helaas geen verslag over de tocht, zodat er geen absolute zekerheid bestaat, dat de groep ook daadwerkelijk naar de Vecht is getogen en daar aan het werk is gegaan. Het lijkt echter wel aannemelijk, want er is wel een schans gebouwd. En pas nadat bijna drie weken later een legergroep van Frederik Hendrik het bevoorradingscentrum van de vijandelijke troepen had ingenomen, de vestingstad Wezel, moesten deze de aftocht blazen.
Albert Niphuis