In Het Volk, dagblad voor de arbeiderspartij van 29 januari 1934 vond ik een artikel onder de kop: Overtreding der Zegelwet. Na enig zoeken werd het me duidelijk dat het van 1917 tot 1972 gebruikelijk was om kwitanties boven de 10 gulden van een fiscaal zegel te voorzien.
Vanaf 1972 is de Wet op Belastingen van Rechtsverkeer (WBR), ook wel de ‘Overdrachtsbelasting’ genoemd, van kracht. Een aardige bron van inkomsten voor de belastingdienst, die Zegelwet. Ik sprak iemand die nog met deze plakzegeltjes gewerkt heeft. Je kon ze in vellen van 25 stuks bij het postkantoor kopen. Laat ik een groot deel van dit artikel overnemen.
Inwoners van Wassenaar zitten in zak en asch
Toen een Wassenaarsche belastingbetaler onlangs reclameerde omdat hij meende dat de fiscus hem te hardhandig had aangepakt, werden zijn papieren door een inspecteur der belastingen aan een onderzoek onderworpen. Bij deze papieren bleek een groot aantal kwitanties te zijn voor bedragen grooter dan f 10,- welke niet van een tiencentsplakzegel waren voorzien. De kwitanties waren voor het meerendeel uitgeschreven door winkeliers te Wassenaar. Zooals men weet, maakt men zich bij het verstrekken van kwitanties voor bedragen van meer dan f 10,- zonder zegel schuldig aan overtreding van art. 34 van de Zegelwet. Zoo´n overtreder krijgt voor elken vergeten plakzegel f 100,- boete, zoals in art. 39 van de Zegelwet is geregeld. De overtreders in het onderhavige geval ontvingen een brief van het kantoor van registratie, waarin wordt medegedeeld dat zij zullen worden beboet en dat de gelegenheid openstaat een request in te dienen. Naar wij vernamen, zou een Wassenaarsche slager in totaal 50 ongezegelde kwitanties hebben verstrekt, zoodat zijn boete formeel f 5000,- bedraagt. Van bevoegde zijde deelde men ons echter mede, dat deze boete in de practijk meestal veel lager is. Zij wordt bepaald door den directeur van het kantoor van registratie, die daarbij rekening houdt met de levensomstandigheden van den overtreder in kwestie, waarover de ambtenaren van de registratie hem adviseeren. Dit voorval zal zonder twijfel een waarschuwing zijn voor velen. Zij weten nu, dat het volstrekt noodzakelijk is, dat op kwitanties voor bedragen hooger dan f 10,- een plakzegel van tien cent wordt geplakt.
In hoeverre de belastingdienst in deze tijd rekening houdt met de levensomstandigheden van de belastingbetaler is mij niet bekend. Ik krijg de indruk dat dit niet het geval is. Er is wel iets voor te zeggen al lijkt het me niet eenvoudig om uit te maken wie hier wel en wie hier niet voor in aanmerking komen.
Carl Doeke Eisma

Een zegel van tien cent die tot 1972 op kwitanties van meer dan tien gulden geplakt moest worden”.