Het gaat hier om de bunker die nog steeds aan het eind van de Wassenaarseweg, ten westen van het fietspad, staat en om misverstanden te voorkomen, deze bunker staat op Wassenaars grondgebied. Aan de andere kant van dit fietspad hebben de Duitsers in 1941 op de plaats van de boerderij Het Uilennest de Julianakazerne gebouwd.
In het Winterprogramma van de Duitsers van 1943 wordt de bunker in Clingendael genoemd. Zelfs de Reichsminister Albert Speer heeft zich met de bouw van deze bunker bemoeid. Het gaat hier om een omvangrijke bunker. Teneinde te voorkomen dat dit gebouw als bunker herkend zou worden, werden er dakpannen op aangebracht en op de muren werden ramen geschilderd. In combinatie ermee werden een tweetal keukens gebouwd. Men sprak dan ook van 'schuilplaats en keuken Seyss-Inquart.'
Dr. Arthur Seyss-Inquart (1892 - 1946)
Arthur is in Stannern, Moravië (Tsjechië) geboren en hij heeft rechten gestudeerd aan de universiteit van Wenen. Na de Anschluss van Oostenrijk bij Duitsland bekleedde hij enkele hoge functies in Oostenrijk en in 1939 werd hij plaatsvervangend goeverneur-generaal van Polen. Op 19 mei 1940 volgde zijn benoeming tot rijkscommissaris van het bezette Nederlandse gebied. Aanvankelijk woonde hij in kasteel Oud Wassenaar en na een grondige renovatie ging hij in het landhuis Clingendael wonen. Omdat men in 1943 bang was voor een geallieerde invasie werd Clingendael extra beveiligd, onder andere met een gracht, tankversperringen en bunkers. Seyss-Inquart werd tijdens de processen in Neurenberg (1946) ter dood veroordeeld en opgehangen.
Na de Tweede Wereldoorlog is de bunker door het Nederlandse leger in gebruik genomen met als oorlogsbestemming commandopost van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten en mede daarom werd er een verbindingscentrum in ondergebracht. In één van de kamers stond telexapparatuur en hier kwamen gecodeerde berichten zowel uit ons eigen land als daarbuiten binnen. Deze kamer bevond zich diep onder de grond en op de verdieping erboven had de marine enkele ruimten in gebruik. In een artikel uit 1995 las ik dat de bunker nog steeds een militaire bestemming had. Er wordt gesproken van een object met een geweldige omvang met een grondvlak van circa 60 x 30 meter. De nokhoogte van het dak ligt ongeveer 15 meter boven het maaiveld.
Uit een artikel in de Haagsche Courant van 6 januari 2002 blijkt dat er over gedacht werd om van de bunker een rijksmonument te maken. "De voormalige bunker van rijkscommissaris Seyss-Inquart aan de Van Brienenlaan op de grens van Den Haag en Wassenaar, zorgt 57 jaar na WO II voor flinke discussie. Dat heeft te maken met de Rijksdienst voor Monumentenzorg uit Zeist die de historische buitenplaats Clingendael als rijksmonument wil aanwijzen. Volgens de dienst hoort de persoonlijke schuilplaats (met keuken) van de in 1946 opgehangen zetbaas van Hitler gewoon bij het landgoed. Omdat het sinistere gebouw nog net binnen haar gemeentegrens ligt, steunt Wassenaar het voorstel. Maar het ministerie van defensie heeft daar een andere mening over. Dit omdat het complex gewoon dagelijks wordt gebruikt door het personeel van de Haagse Prinses Julianakazerne." Op 10 januari 2002 staat in dezelfde krant dat de bunker bij nader inzien niet op de monumentenlijst komt. Hier is ruim tien jaar later verandering in gekomen. Op dit moment is de bunker wél een Rijksmonument onder nummer 532049. Defensie heeft dit gebouw overgedragen aan het Rijksvastgoedbedrijf met als doel de verkoop ervan. Hopelijk kan dit nog voorkomen worden. Ook al hoort men er geen telexapparatuur meer ratelen; de bunker zou als indrukwekkend historisch monument behouden moeten blijven en zo mogelijk opengesteld moeten worden voor belangstellenden. Wie weet kan onze gemeente zich hier sterk voor maken!
Carl Doeke Eisma

Doorsnede van de bunker van Seyss-Inquart aan de Van Brienenlaan. Collectie Ruud Pols, www.Bunkerarchief.nl.