Na de in het tweede deel besproken Willem Brooks, was Rozeveld 20 jaar eigendom van de Rotterdamse burgemeestersvrouw Ewouda Verschuur, die er in 1752 overleed. Haar erfgenamen zetten Rozeveld in de krant te koop.
Medio 1753 mochten Fredrik Stork te Honselaarsdijk en Claes van Duijn, meester timmerman aldaar, zich de nieuwe eigenaren noemen.Zij hebben niet lang van hun lusthof genoten. In de 18e eeuw werd de economische toestand in Nederland gaandeweg steeds minder florissant. Vermoedelijk om die reden had een aantal landgoedbezitters behoefte aan lastenvermindering en sloopte hun buitenhuis. In Wassenaar werden in die tijd 10 van de van 24 buitenhuizen ‘geamoveerd’, zoals men dat toen noemde.
Mogelijk hebben economische overwegingen ook bij Rozeveld een rol gespeeld. In elk geval maakte het duo Stork – Van Duijn vier maanden na hun aankoop bekend het buitenhuis te gaan afbreken, de oude beplanting om te hakken en alles publiek te verkopen. Ook tuingereedschap, “broeibakken” en bouwmateriaal was “zoo goed als nieuw” in de aanbieding. Geïnteresseerden konden hun (zware) koopjes ter plaatse inschepen en via de vaarsloot afvoeren. Het enige dat in 1754 nog overeind stond was het “tuinmanshuis”, een uit de 16e eeuw stammende boerderij die de naam Rozeveld overnam.
Na de sloop van het buitenhuis verkocht Stork zijn helft van het resterende vastgoed in 1756 aan Abraham Douglas, baljuw en schout van ’s-Gravenzande en omstreken. Hij en Van Duijn verkochten later delen van het land aan verschillende kopers. Boerderij Rozeveld met ruim 60 procent van het oorspronkelijke terrein kwam in 1780 in handen van de bestuurder en politicus Dirk baron van Boetzelaer. In 1807 deed hij de boerderij over aan zijn pachter, Jan van Paassen. Deze verkocht de zaak enkele decennia later aan de Haagse kruidenier Godefridus Knaapen. Vanaf die tijd waren Augustijn Knijnenburg en zijn nazaten ruim een eeuw lang de pachters. Zij hielden zich vooral bezig met veeteelt.
Intussen had de familie Knaapen de boerderij in 1866 verkocht aan de Sint Willibrordus parochie. Tenslotte verwierf de Gemeente de boerderij met de bijbehorende vijf hectare grond in 1964 voor 227.620 gulden, in verband met de voorgenomen bouw van de tegenwoordige woonwijk ‘Zijlwatering’. De laatste pachter, J.J.A. van der Kroft, was bereid om afstand te doen van zijn pachtrechten tegen een schadeloosstelling van 39.722,60 gulden. Boerderij Rozeveld werd afgebroken in 1969. Wat later verdween de grote ronde vijver – ooit een centraal element van de buitenplaats – onder de oprukkende woningbouw. Hiermee was de zichtbare geschiedenis van het landgoed Rozeveld definitief uitgewist.
Albert Clobus
Jeugdportret van Dirk baron van Boetzelaer (1746-1819), eigenaar van Rozeveld in de periode 1780-1807 (pasteltekening door Pierre Frédéric de la Croix uit 1753, collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).