Uit: Geschiedenis van het geslacht Van Wassenaer ( Leiden, 1903 )
In het boekje: De korenmolen van Wassenaar (1989) staat in één van de eerste hoofdstukken onder meer het volgende: “ De vraag, in welk jaar voor het eerst een korenmolen in Wassenaar gebouwd werd, zal wel nooit beantwoord worden. Er zijn geen archiefstukken bewaard gebleven, die hierover uitsluitsel kunnen geven. We komen onze molen tegen in 1406, in een leenregister van de adellijke familie Van Raephorst.”
In: Molenleven in Rijnland (1946) las ik: “Het is aannemelijk, dat omstreeks het midden van de 14de eeuw of eerder op de landgoederen van de familie Van Duvenvoorde – verwant aan de Van Wassenaers – windmolens stonden.” En hoewel het niet duidelijk is waar die windmolens precies gestaan hebben, wil ik u er toch iets over vertellen.
Hoe kan de schrijver van dit boekje, A. Bicker Caarten, vrijwel zeker weten, dat er toen al molens hier in de buurt stonden. Heeft hij een kaart uit die tijd gevonden waarop molens worden vermeld of heeft hij een tekst in handen gekregen? Nee, hij vond de hierbij staande afbeelding van het wapen van de Van Duvenvoordes, zoals het in 1377 gevoerd werd. Het stamslot van dit geslacht lag in de omgeving van Voorschoten. Deze afbeelding bevindt zich op een zegel van Arend van Duvenvoirde, ridder in 1377, hangende aan een charter van het klooster St. Agatha te Delft. (Een charter is een oorkonde, waarin rechtsbeginselen worden vastgelegd en het zegel waarborgt de echtheid ervan.) Een deel van deze afbeelding wordt gevormd door: “Twee verticaal geplaatste molenwieken naast elkaar, als helmteeken.” (Een helmteken is een voor een geslacht kenmerkend teken op een helm.)
Het bezit van één of een aantal molens was kennelijk geen kleinigheid in die tijd!
Carl Doeke Eisma

Uit: Molenleven in Rijnland, Leiden 1946, blz. 16.