In De Wassenaarse Krant van 16 juli van dit jaar stond een artikel met als kop: “Nationaal Onderwijsmuseum Dordrecht dolblij met letterkast uit Wassenaar.” Omdat ik weet dat dit soort letterkasten – een leermiddel van zo’n tweehonderd jaar oud – uiterst zeldzaam zijn, was mijn nieuwsgierigheid gewekt.
Op de begeleidende foto staat onze dorpsgenoot Bets de Graaf en het leek me verstandig om haar te gaan vragen wat er precies aan de hand was. Bets vertelde me dat haar grootvader het huis waarin ze woont in 1932 gekocht heeft en dat ze er zelf sinds de Tweede Wereldoorlog woont. Ze heeft de opleiding tot kleuterleidster in Den Haag gevolgd en vervolgens vele jaren als kleuterleidster en als directrice van een kleuterschool hier in Wassenaar gewerkt. Op die manier kwam ze in aanraking met de betreffende letterkast.
Zoals ik al schreef gaat het hier om een leermiddel dat al zo’n tweehonderd jaar geleden ontwikkeld is. De directeur van de Haarlemse Kweekschool, P.J. Prinsen (1777-1854) had in navolging van de Leidse onderwijzer Dellebarre bedacht, dat de manier waarop drukkers woorden vormden door middel van losse letters ook in het onderwijs bruikbaar zou kunnen zijn. Hij noemde dit een leesmachine. Deze machine bestond uit een tweetal letterkasten en een zetraam. De leerlingen konden met behulp van de letters uit die letterkasten woorden en zinnen op het zetraam plaatsen. Deze leesmachine stond op een tafeltje zodat de kinderen er makkelijk bij konden. Dit geheel werd meestal door een plaatselijke timmerman gemaakt en daarom verschillen ze sterk in kwaliteit.

In 1859 besloot dominee L.J. van Rhijn samen met enkele gefortuneerde inwoners van ons dorp in het gebouwtje op het adres Plein 2 “een klein kinder en bewaarschool” op te richten, onder de naam “Vereniging tot welzijn van de jeugd van de Nederlands Hervormde Gemeente.” Naatje Bakker werd benoemd als de eerste bewaarjuffrouw. Het is aannemelijk, dat één van de begunstigers toen de letterkast aan deze vereniging geschonken heeft. In 1933 werd er naar een ontwerp van de gemeentearchitect A. Bontenbal in de Johan de Wittstraat een kleuterschool gebouwd en is men hierheen verhuisd. Eind jaren vijftig ging Bets op deze school werken en ze vertelde mij dat de letterkast in één van de lokalen stond en dat de kinderen er aanvankelijk mee mochten ‘spelen’. Midden jaren ’90 kwam er een kinderdagverblijf in dit gebouw en is de letterkast verhuisd naar het adres van de toenmalige secretaresse van de genoemde vereniging die inmiddels een stichting geworden was. Vele jaren later kwam de kast in een opslagruimte van een plaatselijke interieurontwerper terecht en onlangs is men zich gaan afvragen waar zo’n leermiddel het beste tot zijn recht zou komen en men heeft toen voor het Onderwijsmuseum gekozen. Thijs van Ruiten, de directeur van dit museum, spreekt terecht van een topstuk.
Carl Doeke Eisma