Oud Wassenaer

  • Home
  • Vereniging
    • Wie zijn we en wat doen we
    • Bestuur, commissies, werkgroepen
    • Statuten
    • Huishoudelijk reglement
    • Lid worden
    • Contact
    • Beleidsplan
    • Jaarverslagen
    • Ledenvergadering
    • Privacyverklaring
  • Nieuws
    • Nieuwsberichten
    • Nieuwsarchief
  • Activiteiten
    • Open Monumentendag
    • Cursussen
    • Cursusarchief
    • Excursies
    • Lezingen
    • Monumentenborden
    • Schenkingen
    • Tentoonstellingen
    • Bibliotheek
  • Publicaties
    • Publicaties
    • Capita Selecta
  • Actueel Verleden
  • 2e Wereldoorlog
    • Namenlijst Wassenaarse slachtoffers 2e Wereldoorlog
    • Struikelstenen
    • Verhalen
    • Herdenkingen
    • 80 jaar vrijheid
    • Diverse onderwepen
  • Links
  • Contact

Oud Wassenaer

  • Home
  • Vereniging
    • Wie zijn we en wat doen we
    • Bestuur, commissies, werkgroepen
    • Statuten
    • Huishoudelijk reglement
    • Lid worden
    • Contact
    • Beleidsplan
    • Jaarverslagen
    • Ledenvergadering
    • Privacyverklaring
  • Nieuws
    • Nieuwsberichten
    • Nieuwsarchief
  • Activiteiten
    • Open Monumentendag
    • Cursussen
    • Cursusarchief
    • Excursies
    • Lezingen
    • Monumentenborden
    • Schenkingen
    • Tentoonstellingen
    • Bibliotheek
  • Publicaties
    • Publicaties
    • Capita Selecta
  • Actueel Verleden
  • 2e Wereldoorlog
    • Namenlijst Wassenaarse slachtoffers 2e Wereldoorlog
    • Struikelstenen
    • Verhalen
    • Herdenkingen
    • 80 jaar vrijheid
    • Diverse onderwepen
  • Links
  • Contact

Radiostation Meyendel (1) (Nr 331)

 

Vrijwel iedereen weet dat er in Kootwijk een radiostation was gevestigd van waaruit het telegrafie- en later ook het telefoonverkeer met Nederlands-Indië, het latere Indonesië, werd verzorgd. Vooral het tot de verbeelding sprekende gebouw van de architect J.M. Luthmann, waarin de zender was ondergebracht, geniet grote faam en is thans een Rijksmonument. Minder bekend is dat in Kootwijk alleen de zender stond opgesteld. Het ontvangen van de signalen uit de Oost vond om praktische redenen plaats op een ver van de zender gelegen plaats. Aanvankelijk worden de signalen uit Nederlands-Indië opgevangen in het nabij het Brabantse Boxtel gelegen plaatsje Sambeek en vanaf 1924 in Meyendel.

 

Laten we beginnen bij het begin. In 1897 lukt het de jonge uitvinder Marconi om tussen twee punten die enkele kilometers van elkaar verwijderde lagen, ‘draadloos’ seinen over te brengen. Hiermee was de radio geboren. In 1899 worden in Nederland de eerste proefnemingen gehouden. In 1902 komt de eerste draadloze verbinding tot stand tussen Hoek van Holland en het voor de kust liggende lichtschip ‘Maas’. Op 1 januari 1906 wordt gestart met het radiostation Scheveningen Haven (het latere ‘Scheveningen Radio’). Aanvankelijk wordt de radio hoofdzakelijk voor het contact met zeeschepen gebruikt.

In die tijd heeft Nederland in de Oost een geweldig groot gebied te besturen: Nederlands-Indië. Alle contact, zowel bestuurlijk als op handelsniveau, gaat per brief. Brieven die altijd met de op de Oost varende boten moeten worden meegegeven. De mogelijkheid om niet drie maanden te hoeven wachten op een reactie, maar via de ether in seconden contact te hebben met ‘De Gordel van Smaragd’ is een ware uitdaging. Toch wilde men in eerste instantie nog gebruik maken van Britse en Duitse kabels waarmee grote afstanden overbrugd konden worden. Maar na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vallen de verbindingen via Berlijn en Moskou al snel weg. Geen wonder dat na het uitbreken van deze oorlog Nederland de mogelijkheid onderzoekt een eigen rechtstreekse verbinding te krijgen met Nederlands-Indië. Een commissie adviseert in april 1917 een ‘wereldstation’ op te richten. In juni 1918 valt de beslissing dat in Kootwijk een zendstation zal verrijzen en in de Brabantse plaats Sambeek het ontvangststation komt. Om technische redenen kunnen zend- en ontvangstapparatuur niet naast elkaar worden opgesteld. Een afstand van ongeveer 50 km tussen beide installaties is noodzakelijk, omdat anders de krachtige zender de ontvangst van de zwakke signalen uit de Oost zou verstoren. Al in november 1919 worden de eerste morseseinen uit Nederlands-Indië te Sambeek ontvangen. En op 7 mei 1923 wordt de zender in Kootwijk officieel in gebruik genomen.

Verhuizing naar Meyendel

Het ontvangststation in Sambeek functioneert echter niet naar ieders tevredenheid. Het Haagse dagblad Het Vaderland bericht hierover op 25 juni 1924: ‘Speciaal het ontvangststation in Sambeek scheen niet te voldoen. De uit Ned.-Indië verzonden draadlooze telegrammen kwamen of in het geheel niet aan of gebrekkig, zoodat de technische dienst van het Hoofdbestuur der Posterijen en Telegrafie op middelen zon om hierin verbetering te krijgen’. Het blijkt ook omslachtig en tijdrovend om alle telegrammen eerst in Sambeek te ontvangen en vervolgens door te seinen naar het centrale telegraafkantoor te Amsterdam. Daarom wordt gezocht naar een goede plaats in het westen van het land, ergens tussen Amsterdam en Rotterdam en in de buurt van het regeringscentrum. Besloten wordt het ontvangststation te vestigen in een villa in het Wassenaarse Meyendel

Dagblad Het Vaderland van 25 juni 1924: ‘Men heeft te Meyendel onder Wassenaar antennes opgericht, waarvoor de werkzaamheden eenige maanden in beslag namen. Men is tenslotte zoover gekomen, dat proeven genomen kunnen worden met een draadlooze verbinding tussen het Ned. Indische station Malabar en Meyendel. Men koos deze laatste plaats als ontvangststation, omdat door de ligging in de nabijheid der zee een gunstiger resultaat werd verwacht en ook omdat men een verbinding met Amerika hierdoor waarschijnlijker achtte. Inderdaad zijn de proeven goed verloopen. De uit Indië draadloos verzonden berichten werden zoowel te Sambeek als te Meyendel ontvangen, maar de resultaten waren voor Meyendel veel beter’.

En ook in Dagblad Het Vaderland van 10 juli 1924 worden de voordelen van deze locatie nog eens opgesomd: ‘Het terrein bij Meyendel, met ruim ongerept duingebied, vlak onder het bereik van den technische dienst in Den Haag, gelegen bij den kabel Rotterdam-Den Haag-Amsterdam bood verschillende voordeelen; ook de personeelsvoorziening is in de buurt eener groote stad als Den Haag gunstig. Voor de verbinding met Amsterdam lag de kabel klaar. Het Rijkstelegraafkantoor Kievit met zijn hulpmiddelen is dichtbij. Ook is het terrein dicht aan zee, met relatief weinig last van onweer, een voordeel voor een ontvanginrichting’.

Van de verhuizing wordt gebruik gemaakt door met enige technische aanpassingen de ontvangst van de signalen te verbeteren. Zo wordt een modernere ontvangstinstallatie gebouwd dankzij ten dele opgekocht buitenlands oorlogsmateriaal. Bij vergelijkende proeven tussen Sambeek en Meyendel blijkt Meyendel in vier van de zes proefperioden het beter te doen dan Sambeek, in één periode gelijk en gedurende slechts één periode achter te blijven bij Sambeek. In Meyendel worden vaak vier ontvanginrichtingen gelijktijdig ingeschakeld; twee gericht op Amerika en twee op Indië.

Landhuis ‘De Lokvogel’

De locatie waar in Meyendel de proefnemingen plaatsvinden is een net een jaar eerder gebouwd landhuis, gelegen aan de Meyendelseweg 5c te Wassenaar, met bijbehorende loodsen op een afgerasterd erf. Rond het landhuis worden een aantal grote palen geplaatst waartussen de antennedraden wordt gespannen. (wordt vervolgd)

Frans H. Micklinghoff

 

‘De illustratie die in het oorspronkelijke krantenartikel stond, is mogelijk auteursrechtelijk beschermd. U kunt de illustratie opvragen bij het secretariaat van de Historische Vereniging Oud Wassenaer.’

 Wassenaar   Radiostation in de duinen

 

Nadat meerdere pogingen om de duinen in cultuur te brengen mislukken, wordt Philip Jacob Baron van Pallandt in het jaar 1855 voor f 15.000,- eigenaar van de vallei Meyendel. Hij gebruikt zijn bezit, waaronder ook de gebieden Kijfhoek en Bierlap, om er met zijn vrienden op konijnen en fazanten te jagen.

In het begin van de 20e eeuw wordt de ‘Bouwgrondmaatschappij Meyendel’ eigenaar van deze gronden. Een groots plan wordt opgezet om dit gebied vol te bouwen met villa’s en landhuizen. Een fraaie kaart wordt gemaakt waarop het mogelijke stratenplan staat getekend en hoe de verkaveling zou kunnen gaan verlopen. Het is duidelijk dat de bedenker van dit plan, de directeur van de Bouwgrondmaatschappij Meyendel, J.Th. Wouters, hierbij in zijn achterhoofd heeft hoe de verkaveling en bebouwing van Park De Kieviet verloopt. De Gemeente Wassenaar bemoeit zich prompt met de bouwplannen en bepaalt dat alleen zeer grote kavels mogen worden uitgegeven. Een deel van de geplande wegen, uit te voeren in waalklinkers, wordt daadwerkelijk aangelegd en kan thans nog worden teruggevonden. Ook worden enkele landhuizen in het duinterrein gebouwd die als ‘voorbeeld’ moeten dienen. Maar de ontwikkeling van dit plan verloopt moeizaam vanwege de wel erg geïsoleerde ligging van het  gebied. De aanleg van drinkwater, gas en riolering en andere voorzieningen lukt niet vanwege de hoge kosten die worden veroorzaakt door de te overbruggen lange afstand. En door de eis van de gemeente Wassenaar om uitsluitend te bouwen op ‘grote kavels’ wordt de verkoop ook bepaald niet bevorderd. Een van de eerste huizen die hier wordt gebouwd is het landhuis ‘De Lokvogel’, waarschijnlijk zo genoemd omdat het in deze vogelrijke omgeving de potentiële kopers moet tonen hoe de hier te bouwen landhuizen eruit gaan zien en hen zo tot aankoop te verleiden.

Wanneer wordt gekeken naar een rustige plek voor een ontvangststation voor het telegrafieverkeer met Indië, ergens tussen Amsterdam en Rotterdam en het liefst dichtbij Den Haag, valt het oog van de commissie op dit dan leegstaande landhuis. De directeur van de Bouwgrondmaatschappij Meyendel J. Th. Wouters is bereid het landhuis (landsbelang!) tijdelijk te verhuren voor het doen van proeven. Het is de ‘Maatschappij tot Exploitatie van Onroerende Goederen Meijendel’ die het landhuis verhuurt aan de Staat der Nederlanden voor de vestiging van het Rijksradiostation.

Uitvoerig wordt in Dagblad Het Vaderland van 10 juli 1924 bericht over deze proefnemingen. “Den geheelen winter werden, vaak onder omstandigheden waaronder een ambtenaar gewoonlijk niet wenschte te werken, de proeven op de meest ongeregelde en ongelegen tijden voortgezet. Het onder dr. Koomans werkzame personeel, met den heer Revaillier vooraan, deed hier werk, zooals men gewoonlijk alleen van de hardnekkigste rasamateurs verwacht. Daar werd een heele moderne ontvangstinstallatie opgebouwd, ten deele uit opgekocht buitenlandsch oorlogsmateriaal, dat alweer aan ’s rijks kas geen schatten kostte! Hoofdzakelijk is het gebruik als opvangmiddel van een heel groot raam, van slechts één winding, bestaande uit een draad, aan eenigszins hooge telegraafpalen uitgespannen, verscheidene honderden meters ver, met een tegendraad, die in de grond is gegraven. Dr Koomans vertelde ons nog, dat er twee ontvangperioden zijn: de ochtendperiode en de avond-nachtperiode. De beste uren zijn echter kort vóór zonsondergang tot omstreeks middernacht. De radiografie is dan ook, merkte dr. Koomans lachend op, een werk der duisternis”.

 

Bij de bouwplannen voor Meyendel speelt ook de Duinwaterleidingmaatschappij ’s-Gravenhage, die in 1874 begint met het betrekken van drinkwater uit de duinen, een grote rol. De gemeente Den Haag maakt dan ook bezwaar tegen bebouwing van het gebied dat als waterwingebied wordt gebruikt en eist onteigening. Op 25 september 1925 vindt deze onteigening van het gebied Meyendel inderdaad plaats en de eigenaar van de gronden moet schadeloos worden gesteld. Zo wordt de gemeente ’s-Gravenhage eigenaar van de gronden én de er al op gebouwde landhuizen en neemt de gemeente ook het bestaande huurcontract tussen ‘Maatschappij tot Exploitatie van Onroerende Goederen Meijendel’ en de Staat der Nederlanden over. De gemeente verhuurt vervolgens het pand met het radio-ontvangststation aan de Staat tot 31 december 1928 tegen een huurprijs van f 1850,- per jaar. “Het gebouw mag uitsluitend worden gebezigd ten behoeve van den Dienst der Posterijen en Telegrafie voor radio-stations”. Het landsbelang voor een goede telegraafverbinding met Indië zal hier ongetwijfeld een belangrijke rol hebben gespeeld. Op 17 mei 1927 wordt voor het eerst rechtstreeks radio-telefonisch bericht ontvangen van het radiostation Malabar (Bandoeng). De ‘mededelingen’ uit Bandoeng blijken goed te verstaan.

Ondanks de aanvankelijk goede testresultaten in het begin blijkt de locatie toch niet zo gunstig te zijn. In toenemende mate wordt hinder en storing ondervonden veroorzaakt door autoverkeer op de nabij gelegen wegen. In 1928 verhuist het ontvangststation dan ook naar Noordwijk. In 1950 verhuist de luisterpost vervolgens van Noordwijk naar Nederhorst den Berg.

Landhuis ‘Wilfriede’

Het nu leeggekomen landhuis wordt vervolgens verhuurd aan de heer W.N.J. Ditmar voor een bedrag van f 1000,- per jaar. Hij wijzigt de naam van het huis en noemt het naar de voornaam van zijn vrouw, Wilfriede Elisabeth van Ditmar – von Potobsky, landhuis ‘Wilfriede’. Onder deze naam is het huis op latere kaarten te vinden. De familie Van Ditmar blijft het landhuis bewonen tot 1936. In dat jaar verhuist de familie Van Ditmar naar de nabijgelegen villa ‘Zeedennen’. Nog in hetzelfde jaar wordt het landhuis Wilfriede verhuurd aan de uit Rotterdam afkomstige  Johannes Jacobus de Vos en zijn gezin. In augustus 1944 krijgt de familie De Vos het bevel van de Duitse bezetter het landhuis Wilfriede te ontruimen. Dit bevel heeft als reden de plannen van de bezetter om in het Park De Kieviet V2’s te gaan lanceren. Het landhuis liep aanzienlijke schade op en in 1946 werd ‘Wilfriede’ gesloopt. Vermoedelijk wordt in datzelfde jaar ook gesloopt de tweede door Wouters gebouwde modelwoning die de naam ‘Zeedennen’ droeg.

Tenslotte rest nog de plek te beschrijven waar landhuis ‘De Lokvogel’, alias landhuis ‘Wilfriede’ heeft gestaan. Komende van de Meyendelseweg en over de rotonde gereden, moet nu een lang stuk rechte weg worden gevolgd tot een bocht naar rechts. Ongeveer 70 a 80 meter voor deze bocht heeft aan de linkerkant (zuidkant) van de weg de villa gestaan.

Frans H. Micklinghoff

Onderwerpen

  • Archeologie
  • Bestuur
  • Dorpsleven
  • Dorpskarakter
  • Landelijk gebied
  • Bijzondere gebouwen en plekken
  • Bedrijvigheid
  • Wegen en vervoer
  • Beeldende kunstenaars
  • Schrijvers
  • Diversen

Historisch Informatie Punt (HIP)

Iedere laatste zaterdag van de maand (behalve in de zomermaanden) is het Historisch Informatie Punt (HIP) in de Bibliotheek aan de Langstraat geopend. Tussen 11.00 en 16.00 kunt u hier terecht met vragen en opmerkingen over de geschiedenis van Wassenaar.

Doelstelling

Op de bres staan voor de cultuurhistorie van Wassenaar, dat is wat de vereniging wil. Dat doet zij o.a. door het bevorderen van de lokale monumentenzorg, het organiseren van lezingen, cursussen, excursies en tentoonstellingen en het uitgeven van publicaties.

Contact Historische Vereniging Oud Wassenaer

Secretaris M.F.J. Spierings - info@oudwassenaer.nl