Bij onderzoek naar 18e-eeuwse vastgoedtransacties in de omgeving van Den Deijl, vond ik meermaals een “Milady Cadogan” vermeld. Zij was toen de eigenaresse van het kasteel en het landgoed Raaphorst. Dat riep de vraag op hoe een Engelse adellijke dame in Wassenaar terecht kwam en wie eigenlijk de bijbehorende Lord was.
Omdat ik op zoek was naar herbergen, liet ik de zaak rusten. Onverwacht werd mijn interesse echter opnieuw gewekt bij een bezoek aan Blenheim Palace, gelegen vijftien kilometer ten noordwesten van Oxford. Dit enorme paleis op dito landgoed was een cadeau van de toenmalige Britse vorstin, Queen Anne, aan John Churchill, eerste hertog van Marlborough. Hij kreeg dit als beloning voor de beslissende overwinning die hij behaalde als opperbevelhebber van het leger tijdens de Spaanse Successieoorlog (1701-1713). In het paleis hangt een serie wandtapijten waarop afgebeeld de gewonnen veldslagen met natuurlijk prominent op de voorgrond de hertog. In zijn directe nabijheid staat enkele keren een William, Lord Cadogan. Was dit de Lord die bij de Wassenaarse Milady hoorde? Ja inderdaad.
William Cadogan was een dermate bekwaam en succesvol officier in het Britse leger dat hij al op jonge leeftijd de aandacht trok van bevelhebber Marlborough en snel promotie maakte. Begin 1709 werd de 36 jaar oude Cadogan bevorderd tot luitenant-generaal. Hij zou zijn leven lang rechterhand en vertrouweling van Marlborough blijven. Cadogan was niet alleen militair, maar ook diplomaat. Zijn werkzaamheden brachten hem vele malen in Holland. Zo ontmoette hij Margaretha Cecilia Munter, die in 1675 te Den Haag werd geboren. Zij was een dochter van de zeer bemiddelde Jan Munter, in die tijd raadsheer bij het Hof van Holland. Cadogan en Munter trouwden op 10 april 1704 te Den Haag. Daar was William Cadogan vanaf 1707 – met onderbrekingen – vele jaren Brits gevolmachtigde en ambassadeur, overigens naast zijn bezigheden als generaal.
Cadogan werd in 1716 door King George I in de adelstand verheven, met als aanspreektitel “Lord”. Margaretha Munter liet zich vervolgens consequent “Milady” noemen. Een aanspreektitel die trouwens in allerlei akten fonetisch op verschillende manieren opgeschreven werd, zoals “Mielaidie”. Rest nog de vraag hoe de Cadogans op Raaphorst terecht kwamen. Dit zal in het tweede deel van dit verhaal aan de orde komen.
Albert Clobus

Milady Cadogan, geboren Margaretha Cecilia Munter (olieverfschilderij door Sir Godfrey Kneller, foto uit: J.N.P. Watson, “Marlborough’s Shadow”, 2003).