In deze rubriek zijn talloze ‘Wassenaarse’ kunstenaars besproken, maar ook andere bijzondere personen zijn in de loop van de tijd in ons dorp neergestreken. Een van hen was Christiaan Snouck Hurgronje (1857-1936). Hij was Arabist en islamoloog en trad lange tijd op als onderzoeker voor en adviseur van de Nederlandse regering. Tijdens zijn emeritaat woonde hij enkele jaren in Wassenaar. Hij werd geboren in 1857 in Oosterhout. Snouck studeerde aanvankelijk theologie in Leiden, maar stapte na enkele jaren over op de studie van Arabisch. Hij rondde zijn studie af met een proefschrift over de hadj, de islamitische bedevaart naar Mekka.
In Nederlands-Indië was al enige tijd sprake van onrust. De Nederlandse regering wist weinig van het islamitische geloof van haar koloniale onderdanen en wilde graag weten welke ideeën de Indische pelgrims opdeden in Mekka, dat verboden gebied was voor niet-moslims. Door de regering werd aan Snouck opgedragen daar onderzoek naar te doen. In 1884 arriveerde hij in Jeddah, waar een Nederlands consulaat was gevestigd om de hadj van de Indische rijksgenoten in goede banen te leiden. Snouck bekeerde zich tot moslim en verschafte zich zo toegang tot Mekka. Doordat hij onbedoeld betrokken raakte bij een moord, moest hij na iets meer dan vijf maanden hals over kop Mekka weer verlaten en keerde hij terug naar Nederland. Hij bracht meerdere publicaties uit over zijn ervaringen, onder meer het Duitstalige boek Mekka (1888-1889).
In meerdere regio’s van de Indische archipel was een jihad uitgebroken tegen het koloniaal gezag. Snouck reist naar Indië met de opdracht van de regering om de instellingen van de islam te bestuderen. Hij richt zich op Java en maakt er in 1889-1890 een rondreis. Dat resulteert in een rapport over de variaties van de islam op Java. Daarna wordt hij benoemd tot beleidsadviseur voor Atjeh, waar een guerrilla-oorlog wordt gevoerd tegen het koloniaal gezag. Snouck adviseert krachtdadig optreden tegen de opstandelingen. Na een periode van vrede breekt er opnieuw opstand uit en onder leiding van J.B. van Heutsz wordt het verzet neergeslagen. In 1903 is de Atjehoorlog afgelopen; in 1906 keert Snouck terug naar Nederland, hij zal niet meer in Indië terugkomen.
Snouck wordt hoogleraar Arabisch in Leiden. Tijdens zijn hele carrière heeft hij veel gepubliceerd en met name in zijn Leidse jaren wordt hij een internationaal vermaard deskundige op het terrein van het Arabisch en de islam. In de latere jaren van zijn leven pleit hij voor een onafhankelijk Indië. In 1919 koopt hij een monumentaal pand aan het Rapenburg in Leiden, dat ook nu nog bekend staat als het Snouck Hurgronjehuis. Na zijn emeritaat in 1927 koopt hij ook nog een groot huis in Wassenaar, aan de Lange Kerkdam, huisnummer 70, waar hij daadwerkelijk heeft gewoond. Hij overlijdt in 1936 in Leiden.
Zijn privéleven was bepaald uitzonderlijk. In Mekka kocht hij een slavin ‘voor op de matras’. Op Java trouwde hij islamitisch met het 17-jarig nichtje van een regent en krijgt met haar vijf kinderen. Na haar overlijden trouwt hij opnieuw islamitisch, ook weer met een zeer jong meisje uit een adellijke Indische familie; met haar krijgt hij één kind. Voordat hij terugkeert naar Nederland laat hij zich van haar scheiden volgens de regels van de islam. Na zijn terugkeer in Nederland trouwt hij een Nederlandse, nu in een protestantse kerk; ook met haar krijgt hij één kind. Zijn begrafenis had trekken van een islamitische uitvaart.
Aan de oprechtheid van zijn bekering tot de islam is, sinds zijn verblijf op Mekka, levenslang en nog langer, getwijfeld. En ook vanwege zijn privéleven en zijn rol ten aanzien van de Atjeh-oorlog is hij een omstreden figuur.
Marry Niphuis-Nell

Christiaan Snouck Hurgronje (1857-1936).
De Historische Vereniging Oud Wassenaer heeft getracht de rechthebbenden van afbeeldingen te achterhalen. Degene die de auteursrechten hierop heeft, wordt daarom uitgenodigd met de secretaris contact op te nemen. Voor de duidelijkheid in relatie tot de tekst zijn enkele foto’s bewerkt.