Als er iets is dat jonge kinderen in deze tijd al heel snel kunnen, is het wel het op de juiste manier gebruik maken van een smartphone. Wanneer ik hier problemen mee heb, kan Simon mijn kleinzoon van tien jaar me wel even uit de brand helpen. Uit onderstaande tekst blijkt dat dat vroeger wel anders was.

Telefoons, vroeger en nu
In een Verslag van de Hoofdinspectie van het Lager Onderwijs over het jaar 1941 kwam ik het volgende tegen: “Ook in 1941 is het telefoononderwijs op de scholen voortgezet. Over dit onderwijs op de scholen in de gemeente Wassenaar lezen we het volgende in het verslag van den inspecteur in de inspectie Delft: Het telefoononderwijs wordt gegeven aan de kinderen der twee hoogste klassen en wel gedurende twee maal een half uur per week. Voor dit doel zijn speciale telefonistes aangewezen die tevens in het bezit zijn van het diploma van onderwijzeres. De telefoniste roept een bepaalden leerling aan het toestel en de les begint onmiddellijk. De allereerste moeilijkheid is nochtans de kinderen snel hun echt Hollandse schuchterheid te doen overwinnen en hen aan het praten te krijgen. Als het gelukt is, dezen eersten schroom te overwinnen, volgt de rest geleidelijk als vanzelf, al heeft ook het ene kind een radder tongetje dan het andere. Hoofdzaak is, dat de kunst van doeltreffend telefoneren en telefoongebruik aan allen eigen wordt gemaakt. En dit lukt wonderwel. Allereerst leren de kinderen dusdoende het toestel gebruiken, luisteren naar wat gezegd wordt, correct antwoorden en de kiesschijf draaien. Dan leren de kinderen de verschillende signalen kennen: kiestoon, wektoon, bezettoon en informatietoon. De lessen worden, indien de klasse-onderwijzer dit nodig oordeelt, voorbereid. Eens per jaar brengt de ‘telefoonjuffrouw’ een bezoek aan de klas, om haar leerlingen, die zij slechts ‘bij stem’ kent, ook persoonlijk te leren kennen. Dat dit steeds een typische ontmoeting betekent voor beide partijen, zal ieder kunnen begrijpen. De praktijk van het leven doet hier haar intrede in de school, door het telefoononderricht raken de kinderen vertrouwd met dit zo belangrijke en onmisbare hulpmiddel uit het dagelijks leven. Zij leren zelf kort en duidelijk antwoorden en gearticuleerd spreken. De kinderen zelf voelen blijkbaar de waarde en het genoegen ervan aan, als zij op het bepaalde uur spontaan het belletje beantwoorden met: ‘Ha fijn, telefoonles!’ In alle opzichten ben ik dan ook een voorstander van dit onderwijs.”
Carl Doeke Eisma