Nadat meerdere pogingen om de duinen in cultuur te brengen mislukken, wordt Philip Jacob Baron van Pallandt in het jaar 1855 voor f 15.000,- eigenaar van de vallei Meyendel. Hij gebruikt zijn bezit, waaronder ook de gebieden Kijfhoek en Bierlap, om er met zijn vrienden op konijnen en fazanten te jagen.
In het begin van de 20e eeuw wordt de ‘Bouwgrondmaatschappij Meyendel’ eigenaar van deze gronden. Een groots plan wordt opgezet om dit gebied vol te bouwen met villa’s en landhuizen. Een fraaie kaart wordt gemaakt waarop het mogelijke stratenplan staat getekend en hoe de verkaveling zou kunnen gaan verlopen. Het is duidelijk dat de bedenker van dit plan, de directeur van de Bouwgrondmaatschappij Meyendel, J.Th. Wouters, hierbij in zijn achterhoofd heeft hoe de verkaveling en bebouwing van Park De Kieviet verloopt. De Gemeente Wassenaar bemoeit zich prompt met de bouwplannen en bepaalt dat alleen zeer grote kavels mogen worden uitgegeven. Een deel van de geplande wegen, uit te voeren in waalklinkers, wordt daadwerkelijk aangelegd en kan thans nog worden teruggevonden. Ook worden enkele landhuizen in het duinterrein gebouwd die als ‘voorbeeld’ moeten dienen. Maar de ontwikkeling van dit plan verloopt moeizaam vanwege de wel erg geïsoleerde ligging van het gebied. De aanleg van drinkwater, gas en riolering en andere voorzieningen lukt niet vanwege de hoge kosten die worden veroorzaakt door de te overbruggen lange afstand. En door de eis van de gemeente Wassenaar om uitsluitend te bouwen op ‘grote kavels’ wordt de verkoop ook bepaald niet bevorderd. Een van de eerste huizen die hier wordt gebouwd is het landhuis ‘De Lokvogel’, waarschijnlijk zo genoemd omdat het in deze vogelrijke omgeving de potentiële kopers moet tonen hoe de hier te bouwen landhuizen eruit gaan zien en hen zo tot aankoop te verleiden.
Wanneer wordt gekeken naar een rustige plek voor een ontvangststation voor het telegrafieverkeer met Indië, ergens tussen Amsterdam en Rotterdam en het liefst dichtbij Den Haag, valt het oog van de commissie op dit dan leegstaande landhuis. De directeur van de Bouwgrondmaatschappij Meyendel J. Th. Wouters is bereid het landhuis (landsbelang!) tijdelijk te verhuren voor het doen van proeven. Het is de ‘Maatschappij tot Exploitatie van Onroerende Goederen Meijendel’ die het landhuis verhuurt aan de Staat der Nederlanden voor de vestiging van het Rijksradiostation.
Uitvoerig wordt in Dagblad Het Vaderland van 10 juli 1924 bericht over deze proefnemingen. “Den geheelen winter werden, vaak onder omstandigheden waaronder een ambtenaar gewoonlijk niet wenschte te werken, de proeven op de meest ongeregelde en ongelegen tijden voortgezet. Het onder dr. Koomans werkzame personeel, met den heer Revaillier vooraan, deed hier werk, zooals men gewoonlijk alleen van de hardnekkigste rasamateurs verwacht. Daar werd een heele moderne ontvangstinstallatie opgebouwd, ten deele uit opgekocht buitenlandsch oorlogsmateriaal, dat alweer aan ’s rijks kas geen schatten kostte! Hoofdzakelijk is het gebruik als opvangmiddel van een heel groot raam, van slechts één winding, bestaande uit een draad, aan eenigszins hooge telegraafpalen uitgespannen, verscheidene honderden meters ver, met een tegendraad, die in de grond is gegraven. Dr Koomans vertelde ons nog, dat er twee ontvangperioden zijn: de ochtendperiode en de avond-nachtperiode. De beste uren zijn echter kort vóór zonsondergang tot omstreeks middernacht. De radiografie is dan ook, merkte dr. Koomans lachend op, een werk der duisternis”. (wordt vervolgd)
Frans H. Micklinghoff