Een heerlijk weekendje weg in Gaasterland voerde mij en mijn vrouw naar een voormalige boerenschuur in een Fries kustplaatsje, die volgestouwd was met oude spulletjes. Smalle looppaadjes voerden door onafzienbare hoeveelheden koopwaar. Struikelend over enkele scheepskatrollen stond ik ineens voor een fraai mahoniehouten kastje.
Het was ongeveer 45 cm lang, 25 cm breed en 40 cm hoog. Verzonken in de bovenkant zat een soort kompas met een wijzertje, gevuld met vloeistof. Toen ik het loodzware kastje omdraaide, bleek er op de bodem een plakkaat te zitten, zo te zien uit de jaren vijftig. Volgens de tekst was het kastje geproduceerd door J.G. Mieremet, Rijksstraatweg 165 te Wassenaar. Het was gepatenteerd en diende ter bestrijding van kwalijke aardstralen.
Weer thuis gekomen ging ik op zoek naar de herkomst van dit Wassenaarse kastje. Wie was de bouwer en wat bewoog hem? Johannes George Mieremet bleek een beroemdheid geweest te zijn. Een man met een opmerkelijke carrière. Geboren in 1885 als zoon van een Haagse schoenmaker genoot hij eerst bekendheid als pianist. Vervolgens was hij directeur van een aantal bioscopen, tot hij zijn gave als wichelroedeloper ontdekte. In de jaren dertig was er grote belangstelling voor aardstralen die een funeste invloed op de gezondheid konden hebben. Slapeloosheid, vermoeidheid en ernstige ziekten als kanker konden het gevolg zijn van de aanwezigheid van slechte aardstralen. Mieremet kon die straling opsporen met behulp van een wichelroede. Bepaalde woningen konden zo ernstig onder aardstraling lijden, dat ze werden aangeduid als ‘kankerhuizen’. Mieremet was naar eigen zeggen in de leer gegaan bij een eerdere beroemdheid op dit gebied, Freiherr Gustav von Pohl uit Beieren. Vanuit zijn Wassenaarse villa nabij de vleeswarenfabriek van Van den Berg leverde Mieremet zijn aardstralenkastjes van het type Poverni (Potentiaal Verschillen Nivellerend). De kastjes waren peperduur: f 100,- voor een kleintje, f 250,- voor een groter type. Per woning waren meerdere kastjes nodig. De belangstelling was groot. Paleis Soestdijk stond vol met kastjes; niet alleen in de vertrekken van de koninklijke familie, maar ook in de paardenstallen. Het raadhuis van Zandvoort werd aardstralenvrij gemaakt, evenals het Amsterdamse Concertgebouw. Minister Cals bestelde kastjes bij Mieremet voor een katholieke school in Twente.
Met name na de Tweede Wereldoorlog nam de kastjeshandel een hoge vlucht. Tot de wetenschap zich ermee ging bemoeien. De Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen stelde in 1948 een commissie in, die de zaak ging onderzoeken. Hoewel Mieremet bezwoer dat de kastjes niet geopend mochten worden, omdat ze dan onmiddellijk hun werking verloren, wierpen geleerden toch een blik op het inwendige. De aardstralenkastjes bleken spiegels, stukjes metaal, condensatoren en schakelaars te bevatten. De proeven pakten vernietigend uit voor Mieremet. Of de wichelroedeloper uit Wassenaar nadien nog veel kastjes heeft verkocht, valt te betwijfelen. Wel werd de productie van de kastjes na Mieremets dood nog een tijdje voortgezet door de winkelier A.J. van den Berg uit Rheden. Tot slot nog een vraag aan de lezers: wie heeft nog zo’n kastje staan en wie heeft er nog persoonlijke herinneringen aan J.G. Mieremet, aardstralenkastjesverkoper te Wassenaar?
Robert van Lit

De onderkant van een aardstralenkastje uit de collectie van de Stichting Historisch Centrum Wassenaar. Foto Mariëtte van Lit, 2012