In vroeger eeuwen was de jacht voorbehouden aan de adel. Een fraai geklede heer gezeten op een paard, een geweer in de hand en vergezeld van een jachthond, dat was zo’n beetje het ideaalbeeld van de aristocratie. Door de jacht onderscheidde de edelman zich van het gewone volk.
Daarnaast was de jacht vooral een sociaal gebeuren. Door met een groep op jacht te gaan, kon de aristocraat met standgenoten contacten onderhouden. Op de Wassenaarse kastelen en buitenplaatsen speelde de jacht dan ook een belangrijke rol. Wassenaar kent vanouds een aantal belangrijke jachtgebieden, zoals bijvoorbeeld de duinen en het landgoed De Horsten. Ook op Duinrell werd de jacht bedreven. In het familiearchief Van Zuylen van Nijevelt in het Nationaal Archief wordt een bijzonder document bewaard, dat hierop betrekking heeft. Op 18 april 1780 ondertekende stadhouder prins Willem V een akte waarin hij aan Dirk baron van Boetzelaer, heer van Kijfhoek, gedurende zijn verdere leven vrijheid van jacht verleende op en rond zijn buitenplaats Duinrell. Dirk van Boetzelaer (1746-1819) was een welgestelde regent (hij was in 1790 zelfs even raadpensionaris van Holland) die van zijn vader de ambachtsheerlijkheid Kijfhoek (later opgegaan in Zwijndrecht) en Duinrell had geërfd.
In de akte worden de grenzen van het jachtgebied rond Duinrell nauwkeurig beschreven. Het gebied strekte zich aan de noordzijde uit vanaf de Noordzee door de duinen naar de buitenplaats Coxhorn (bij de hoek Kokshornlaan/ Katwijkseweg) en dan verder langs huize Bellesteyn aan de Oostdorperweg. Vandaar liep de grens naar de Hogeboomse brug en vervolgens langs de Zijlwatering naar de Lange Kerkdam. De grens kroop verder langs de buitenplaats Wildrust van Baron Du Tour (aan de Groot Haesebroekseweg) en dan langs de duinpan “vanouds genaamd het Bierlap” om tenslotte weer bij de Noordzee uit te komen. Overigens kennen we tegenwoordig het duingebied Kijfhoek en Bierlap, dat zijn eerste naam ontleent aan de ambachtsheer van Kijfhoek, oftewel Dirk van Boetzelaer. Het jachtgebied moest op last van de stadhouder gemarkeerd worden met palen met het opschrift “Duinrel, vrijheid van Jagt”.
In de negentiende eeuw waren er in Wassenaar meerdere grote jachtgebieden, die eveneens met palen werden gemarkeerd. Het grootste terrein was van prins Frederik. Hij kocht meerdere landgoederen aan zoals De Paauw, Backershagen, Groot Haesebroek en De Horsten. Zijn hardstenen jachtpalen met de tekst “Eigen Jagt van Z.K.H. Prins Frederik” zijn nog op verschillende plaatsen in de gemeente te vinden. Veel van die palen zijn inmiddels verplaatst en geven dus niet meer precies de grens van het prinselijke jachtgebied aan. Ook Otto baron Van Wassenaer van Catwijck had een flink jachtgebied dat zich vanuit Wassenaar uitstrekte tot aan Katwijk. In zijn territorium bezat hij verschillende boerderijen waaronder Bellesteyn en Rozenstein. Ook dit jachtgebied werd gemarkeerd met stenen palen. Een ervan is te vinden op de hoek van de Oostdorperweg en de Kokshornlaan. Hij stamt uit ongeveer 1860 en draagt het opschrift “Baron van Wassenaer van Catwyck Eigen Jagt”. Stropers die binnen het jachtgebied van de baron werden betrapt konden rekenen op zware boetes.
Robert van Lit

Jachtpaal van prins Frederik der Nederlanden aan de Schouwweg (foto Mariëtte van Lit).