In de Leeuwarder Courant van 31 januari 1954 staat een artikel, dat uitgaat van een publicatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek waarin wordt aangetoond dat Wassenaar de rijkste en Borgharen de armste gemeente van ons land is. In Wassenaar hebben de bewoners een gemiddeld vermogen van f. 17.583,- in Borgharen moeten ze het stellen met f. 106,- per persoon. Let wel, dit was in 1954 het geval. Het gaat mij in dit artikel vooral om de manier waarop Wassenaar in dit krantenartikel beschreven wordt.
Borgharen was voor 1970 een zelfstandige gemeente onder de rook van Maastricht. In 1970 was er sprake van een annexatie door Maastricht. Waarom Borgharen de armste gemeente was in die tijd, wordt als volgt omschreven: “ De voornaamste reden hiervan is, dat het uitvaagsel van Maastricht enige tientallen jaren geleden in de goedkoopste krotten is gaan wonen.” Dit laat niets aan duidelijkheid te wensen over, lijkt me zo.
Kasten van huizen
“De inwoners van Wassenaar hebben ‘kasten van huizen’ gebouwd, door prachtige tuinen omringd en gelegen aan fraaie lanen, die een aanzienlijk deel van de gemeente tot één groot villapark hebben gemaakt. Ze hebben hier, midden in de randstad Holland, een uniek stuk natuurschoon met bos en duin en strand voor vernieling en ontluistering gespaard en er een deftig forensendorp van gemaakt, waaruit de grote hotels en brede boulevards met het mondaine strandleven angstvallig zijn geweerd. In de loop der jaren werden in Wassenaar tal van buitenplaatsen op de fraaie landgoederen gebouwd en vele voorname eigenaars hebben daar jarenlang gewoond. Van de enorme bezittingen zijn er echter vele herverkaveld of verdeeld. Was Wassenaar in 1890 nog een dorp van 3400 inwoners – met drie kernen waar zich behalve een kleine middenstand en enkele tuinders ook tuinlieden, koetsiers en ander dienstpersoneel van de buitenplaatsen gevestigd hadden – na de eeuwwisseling begon de gemeente uit te groeien tot het tegenwoordige forensendorp met 14.500 inwoners. Na de ingebruikneming van het onlangs opgeheven spoorlijntje naar Scheveningen vestigden er zich grote Rotterdamse zakenlieden, later door hoge ambtenaren gevolgd, toen in 1923 een tramverbinding met Den Haag geopend werd. Nog weer later gingen enkele bouwondernemingen Wassenaar exploiteren en kwamen er ook middelbare en lagere ambtenaren naar het rijke villadorp, dat op het gebied der gemeentebelastingen een eiland van goedkoopte was. Geleidelijk kwamen er ook enkele diplomaten naar Wassenaar, welk voorbeeld na de oorlog door een tiental missiehoofden en vele attachés en consulaire ambtenaren werd gevolgd. Zo ontstond rond Wassenaar een aureool van nationale en internationale voornaamheid, gepaard met een welstand die Wassenaar naar de top voerde van de lijst der vermogensbelastingbetalers. Maar voor de tuinlieden en chauffeurs en ruim 5000 andere Wassenaarse gezinnen, die rond moeten komen van enkele tientallen guldens per week moet het een schrale troost zijn dat hun gemiddelde vermogen [dat van alle Wassenaarders] op ruim f. 17.000,- wordt gesteld. Wat hen betreft is er met Borgharen maar weinig verschil.”
En zo komen we aan het eind van dit krantenartikel weer met beide benen op de grond. Ook toen al waren lang niet alle inwoners van ons dorp grootgrondbezitters.
Carl Doeke Eisma

Omslag van een publicatie van Het Centraal Bureau voor de Statistiek