Een ideaal oord voor de vrije vogels der maatschappij (Nr 543)
De naam Wassenaarse Slag wordt zowel gebruikt voor een deel van het strand voor de kust van ons dorp als voor de weg ernaartoe. Het woord ‘slag’ heeft diverse betekenissen waaronder niet verharde weg door de duinen, diep karrespoor en voetpad.
Over de vraag of we van ‘het slag’ of ‘de slag’ moeten spreken zijn de meningen verdeeld. Ik geef zelf de voorkeur aan het lidwoord het. Zowel Nelleke Noordervliet als Boudewijn Büch gebruiken in één van hun boeken de benaming de Wassenaarse Slag. Beide mogelijkheden worden gebruikt.
In het Algemeen Handelsblad van 27 juni 1931 kwam ik een artikel tegen dat een beeld geeft van het gebruik van dit deel van het Wassenaarse strand in die tijd. Het paviljoen dat in dit artikel genoemd wordt, heet momenteel De badmeester. Daarvoor heette het St. Moritz aan Zee en aanvankelijk het Paviljoen Zeebad. De eigenaar had voor 350 gulden zo’n 100 meter van het strand gepacht en hier een badhuis met consumptietent en 75 badhokjes laten plaatsen. De badmeester staat niet op dezelfde plaats maar is na de Tweede Wereldoorlog bovenop een bunker in de duinen gebouwd. Ik neem een deel van het artikel over.
“Nu hebben we een badplaats Wassenaar gekregen. Dat wil zeggen aan het strand, waar de weg naar zee, die van het dorp Wassenaar westwaarts loopt, uitmondt, is een paviljoen verrezen, en de baderij zal er nu volgens vaste regelen geschieden en niet meer in het wilde weg, zooals tot nu toe het geval was. Want het strand van den Wassenaarschen Slag was, wat het baden betreft, tenminste, een wild strand. Ieder kon daar nog vrijwel doen en laten wat hij verkoos, het was er een ideaal oord voor de vrije vogels der maatschappij, die zich niet of in elk geval zoo weinig mogelijk wenschten te storen aan wet en conventie en die zich daar, verweg van het Scheveningsche strand met deszelfs strenge badbepalingen, zoo prettig voelden als een vogel in de lucht. Dat heeft een zekere charme en zelfs een zeer groote charme. Zoo groot dat er onder de categorie voorzichtige menschen ook altijd wel een percentage is, dat zich tot dat leven-in-de-vrije-natuur, mits in gepaste mate, aangetrokken voelt. Maar als die ook naar zoo’n wild oort beginnen heen te trekken, dan is het daarmee al ten doode opgeschreven. Want er gebeuren wel eens dingen, die niet heelemaal door den beugel van conventioneele netheid en fatsoen kunnen. Dan kan het niet anders of zoo’n wild strand vraagt, roept, schreeuwt om orde en wet en dan is het eerste zaadkorreltje gelegd voor een nette badplaats met alles wat er aan vast zit. En zoo gaat het nu ook met Wassenaar. Daar komt nog bij, dat de Wassenaarders zoo dolgraag een eigen badplaats wilden hebben en er al jaren op aangestuurd hebben. Wassenaar-aan-Zee klinkt lang niet slecht.”
U ziet het, het is uiteindelijk toch goed gekomen met dat wilde strand, al moet ik u wel bekennen dat ik nieuwsgierig ben geworden naar de situatie van vóór 1931. Wat zou er zich daar allemaal afgespeeld hebben?
Carl Doeke Eisma

Het Paviljoen Zeebad rond 1930.
De Historische Vereniging Oud Wassenaer heeft getracht de rechthebbenden van afbeeldingen te achterhalen. Degene die de auteursrechten hierop heeft, wordt daarom uitgenodigd met de secretaris contact op te nemen. Voor de duidelijkheid in relatie tot de tekst zijn enkele foto’s bewerkt.