Bij Wassenaar denkt de gemiddelde Nederlander onmiddellijk aan villa’s met lommerrijke tuinen, veelal voorzien van een zwembad. De Wassenaarders zelf weten dat hun dorp ook doodgewone rijtjeshuizen kent. Oudere bewoners van de dorpskern zullen zich misschien nog herinneren dat het dorp tot in de jaren vijftig ook nog wel huisjes bevatte die ronduit armoedig genoemd kunnen worden.
Langs de Achterweg stonden bijvoorbeeld “De tien geboden”, een rijtje van tien arbeidershuisjes die aan het eind van de jaren vijftig wel aan het eind van hun Latijn waren. Het waren een soort hofjeswoningen met de ingang aan de achterzijde. Ze hadden een piepkleine woonkamer en er was een smalle vaste trap naar de zolderverdieping, waar vroeger (een deel van) de kinderen sliepen. Bij de aanleg van de Luifelbaan, begin jaren zestig, is dit rijtje woningen afgebroken.
Minder bekend waren “De vijf geboden”, een rijtje huizen aan het begin van de Schoolstraat. Deze woninkjes stonden haaks op de weg, naast huize Bijdorp (dat staat op de hoek Oostdorperweg/ Van Zuylen van Nijeveltstraat).
A.A.G. van der Kleij schreef erover in zijn rubriek “Wat weten we van Wassenaar?” van 14 augustus 1975. Volgens hem bestonden de huisjes uit één vertrek met daarboven een zolder. Onder de trap was een bedstee met een keldertje eronder. Van der Kleij schreef: “Mevrouw Huntelerslag, die mij dit vertelde, woonde in het vierde huisje. In het eerste huisje woonde een kruidenier. In het tweede huisje woonde Blauwe Door met haar zuster Marie. De hele buurt werd een keer ’s nachts opgeschrikt door een vreselijk gegil. Toen men kaarsen opgestoken had en ging kijken, bleek dat beide dames door de bedstee waren gezakt en in de kelder terecht waren gekomen, die vol water stond. Het derde huisje werd bewoond door Piet de Sijs en zijn vrouw Kee van Geest. Het vijfde huisje stond leeg en werd als varkenshok gebruikt. Er was voor de hele buurt één pomp en één plee. Er werd eens een kind geboren (een meisje) dat bij gebrek aan wiegje of krib, in een groentekistje werd gelegd. Toen het kind ’s nachts bleef huilen, bleek er een rat in dat kistje te zitten, die al een stuk van haar oor had opgegeten.”
Volgens Van der Kleij hebben dokter Van Praag en mr. Van Sillevoldt, beiden bestuursleden van de toemalige Wassenaarsche Bouwvereeniging, ervoor gezorgd dat aan deze trieste woonomstandigheden een einde kwam. De bewoners kregen een nieuw onderkomen in een van de straten van de nieuwbouwwijk Oostdorp en het rijtje oude huizen werd gesloopt. “Daarmee verdween dan wel een stukje oud Wassenaar, dat nog steeds voortleeft als de Vijf Geboden en het Jore Hoekie, dat er aan grensde”, aldus Van der Kleij. In dit geval werd de sloop van enkele oude pandjes vermoedelijk door weinigen betreurd.
Robert van Lit

De ‘Tien Geboden’ in de Schoolstraat. Foto uit ca. 1955. Gemeentearchief Wassenaar.