Het was in de 18de eeuw niet ongebruikelijk dat “tuyn- en houtdieven” actief waren op de Wassenaarse buitenplaatsen. Sloten, hekken, heggen en muren konden de ongewenste individuen niet buiten houden en zo meldde Adriaan Pieter Twent, Raad in de Vroedschap der stad Gouda in 1773, dat “alle ’t Lood van ’t Tuynhuis staande op dessself Buitenplaats ’t Huys te Pauw, aan de Heereweg onder Wassenaar gelegen, gestolen was”.
Zo ook moest Cornelis Johannes Bloys van Treslong in 1774 aan de “Schout en Ambagtsdragers der Baronie van Wassenaar en Zuydwijck” rapporteren dat “een Lood Goot en ook eenige Calkoenen “ gestolen waren op zijn buitenplaats Oud-Clingedael.
De meest belangrijke klager in 1772 was wel Joseph IJorke, Ridder en Ambassadeur en Gevolmachtigd Minister van Zijne Koninklijke Majesteit van Groot Brittannië, bij de Hoog Mogende Heeren Staaten Generaal der Vereenigde Nederlanden. Hij was eigenaar van “Buyteplaats Oosterbeek, geleegen onder Wassenaar”. En hij liet vastleggen dat hij “meer dan eens ontdekt heeft, dat door Baetsoekende menschen, eenig vee en ander Goed, van de Buyteplaets was geroofd”. Overigens kon hij dit niet zelf in het Nederlands schrijven en de Secretaris van Wassenaar deed dat dus voor en namens hem.
Deze drie heren, en met hen nog vele anderen, vroegen in die periode toestemming tot het plaatsen van “Voetangels en Klemmen of Diergelijke Instrumenten” op hun buitenplaatsen teneinde de dieven te betrappen of af te schrikken. Een voetangel is een gestel van drie of vier scherpe punten, waarvan er een, hoe het ook wordt neergeworpen altijd omhoog steekt, terwijl een klem een soort ijzeren beugel met veer is die dichtklapt als men erop trapt. De nood moet hoog zijn geweest want hun “Request” (verzoek) werd altijd positief beoordeeld en het college sprak vervolgens zijn “Fiat ut Petitur” uit dat als volgt werd omschreven.
“Fiat ut Petitur, mits dat derzelve niet gelegt worden als op [alleen op] plaatsen die behoorlijk afgesloten zijn, ’t zij door Slooten, Hekken of anderssints, en dat dezelve zo gelegd worden, dat andere lieden, geen kwaad oogmerk hebbende en op de Plaats komende, daar door in geen ongeluk kunnen komen; en dat rondsom zodanige plaatsen behoorlijke bordjes ter waarschouwinge worden gesteld, Daar op staat, Hier leggen Voetangels en Klemmen”.
We moeten aannemen dat het gewerkt heeft want vele andere eigenaren dienden eenzelfde verzoek in. Zo vinden we in het Wassenaarse Gemeentearchief dergelijke aanvragen onder andere ook nog voor de buitenplaatsenen Wildrust, Schild, Laan en Duin, Clingendael, Duindigt, Groot Haesebroek, Groot Hoefijzer, Marlot en Ryxdorp.
In de huidige tijd is de voetangel geëvolueerd tot kraaienpoot en zijn er alleen nog maar klemmen voor de mollen, maar o wee als je er zelf per ongeluk op stapt!
Symon Visser