In het eerste deel van het omvangrijke werk: De waterkeeringen, waterschappen en polders van Zuid-Holland beschrijft Jhr. L. F. Teixeira de Mattos het Hoogheemraadschap van Rijnland. Dit deel is in 1906 bij Martinus Nijhoff verschenen. Uiteraard komen de Wassenaarse polders ook aan bod. Naast de korenmolen stonden er in die tijd 10 poldermolens op Wassenaars grondgebied. Overigens is het niet zo, dat de toenmalige polders alleen tot de gemeente Wassenaar gerekend konden worden. In verreweg de meeste gevallen viel een deel ervan onder één van de gemeenten Voorschoten, Veur of Valkenburg. Alleen de Zuidwijksche polder en de Oostdorper- en Huisterweerpolder vielen geheel binnen de gemeentegrens van ons dorp.
Tot 1877 werden deze polders bemalen door een schepradwindmolen. Aan zo’n scheprad zaten schoepen, die het water - ongeveer één meter - konden opvoeren. De vlucht van deze molens - de lengte der wieken - was zeer verschillend. Van 13.77 meter tot 22.90 meter om precies te zijn.
Het gaat om de volgende polders:
De Veenzijdsche polder
De Raaphorsterpolder
De Duivenvoordsche polder
De Fluitpolder
De Papenwegsche polder
De Zuidwijksche polder
De Stevenshofjespolder
De Ommedijksche polder
De Oostdorper- en Huisterweerpolder
De Gecombineerde Ruijgelaansche en Zonneveldsepolder
In 1877 werd besloten de eerste vier polders samen te voegen en te laten bemalen door een stoomgemaal van 17 waterpaardekracht. Dit betekende onder andere, dat de betreffende molens geen functie meer hadden. Hoewel… In artikel 8 van het besluit van 6 maart 1877 staat vermeld, dat de Raaphorstermolen in eigendom en onderhoud zou blijven bij Z.K.H. Prins Willem Frederik Karel der Nederlanden, waaruit mag worden opgemaakt, dat het plan bestond die molen voorlopig te behouden.
Het stoomgemaal werd tevens de hoofdseinmolen - in die tijd werd een gemaal ook wel schepradmolen genoemd - hetgeen betekende, dat de machinist door middel van een seinpaal aangaf, wanneer het maalpeil bereikt was. Hij kreeg hiervoor per jaar 50 gulden uit de kas van Rijnland.
Carl Doeke Eisma