Hoewel Kees Stip (1913 - 2001) in Utrecht klassieke talen gestudeerd heeft, is hij vooral bekend geworden als puntdichter. Een puntdicht, ook wel epigram of sneldicht genoemd, is een kort en bondig gedicht waar vrijwel altijd een woordspeling inzit. Het woord epigram komt uit het Grieks en betekende oorspronkelijk opschrift.
Vanaf 1951 maakte hij gebruik van het pseudoniem Trijntje Fop en onder deze naam heeft hij een groot aantal puntdichten geschreven. De naam Trijntje Fop heeft hij overigens van Eduard Douwes Dekker - of zo u wilt Multatuli - geleend. In de verzameling verhalen over Woutertje Pieterse komt een meisje voor dat gedichten schrijft en zij heet Trijntje Fop. In de Leeuwarder Courant vond ik een tweetal van dit soort gedichten die iets met ons dorp te maken hebben. Hij speelt hierin onder andere met het begrip de Wassenaarse Slag. Betekenissen als: van slag zijn en zijn slag slaan gebruikt hij hierin op een originele manier. Ook de rell in het woord Duinrell geeft hij een andere betekenis. Een rell is een bron en een rel is iets totaal anders zoals u weet; kijkt u maar:
Op een nachtegaal
Een nachtegaal uit Wassenaar
wou graag bij iemand passen, maar
zijn driftig zoeken naar een bruid
liep meestal op een Duinrell uit
en daar was hij dan nacht en dag
van, van zijn Wassenaarse Slag.
Op een hond
Een worst lag moederziel alleen
in moeders keuken, en dat scheen
een hongerige hond te ruiken
die in de Wassenaarse struiken
gereedstond om van daarvandaan
zijn Wassenaarse slag te slaan.
De een vindt zoiets knap bedacht, de ander vindt dit een beetje flauw. Aan u de keuze.
Carl Doeke Eisma
