Soms kom ik op een wonderlijke manier aan een onderwerp voor een bijdrage aan deze rubriek. In de nalatenschap van mijn ouders vond ik een brief die mijn vader in 1919, hij was toen twaalf jaar oud, aan zijn ouders geschreven heeft. Hierin staat de zin: “De juffrouw leest voor uit Onder het stroodak.”
Catharina Magdalene Gaerthé is op 17 mei 1881 in Zwolle geboren. Ze werd To genoemd. Haar vader was huisarts. Na de lagere school en de middelbare school ging ze naar de kweekschool in Arnhem waar ze de lagere akte behaalde. In 1906 trouwde ze met de classicus dr. G.E.W. van Hille. Ze kregen vier kinderen, twee meisjes en twee jongens. Haar man, Ernst is in diverse plaatsen conrector of rector van een gymnasium of lyceum geweest. Zo werd hij in 1911 conrector van het Nederlandsch Lyceum in Den Haag. Eén van de oprichters van dit eerste lyceum in ons land was Jan Ligthart en zijn vriend Ernst Casimir was er de eerste rector. In 1913 werd Ernst rector van het openbaar gymnasium in Alkmaar en in 1917 keerde het gezin terug naar Den Haag waar hij rector werd van het tweede gymnasium aldaar, het huidige Maerlant Lyceum. Het gezin ging op het adres Van Hogenhoucklaan 20 wonen. Hij is in 1938 met pensioen gegaan en twee jaar later verhuisde hij met zijn vrouw naar de Van Oldenbarneveldtweg 27 in ons dorp. Ernst is in 1944 overleden en zijn vrouw To ging in 1947 bij een van haar zoons in Zuid-Afrika wonen. Enkele jaren later keerde ze in verband met een ernstige ziekte terug naar Den Haag en hier is ze op 31 december 1958 overleden.
Haar werk
To heeft zowel boeken voor oudere kinderen als meisjesboeken en boeken voor volwassenen geschreven. In totaal 24 boeken. Ook schreef ze artikelen en feuilletons in dagbladen als Het Vaderland, de NRC en het Algemeen Dagblad. In 1923 verscheen onder haar leiding het maandblad Droom en Daad. Dit was een tijdschrift voor jonge meisjes. Haar eerste boek Onder het Stroodak verscheen in 1915. Aanvankelijk lukte het haar niet om dit boek in druk te laten verschijnen. Via haar vriendin Maria Nijgh, haar broer was Hendrik Nijgh de uitgever, lukte het haar Onder het Stroodak uitgegeven te krijgen bij Nijgh en Van Ditmar als een soort vriendendienst en ze kreeg er 100,- gulden voor. In 1950 haalde dit boek de twaalfde druk!
De Tooneelclub ‘t Dorpshuis
In de Wassenaarsche Courant van 16 juni 1938 staat een artikel met als kop: Zomerfeest van ’t Dorpshuis. Hierin wordt vermeld dat kinderen en leden van de Toneelclub ’t Dorpshuis het lekenspel ‘De legende van de Witte Wijvenkuil’ gaan opvoeren. Dit lekenspel voor jonge mensen is in 1935 geschreven of liever gezegd bewerkt door C.M. van Hille-Gaerthé. Er werd bij gezongen en gedanst. De Vereeniging ’t Dorpshuis hield jaarlijks zo’n zomerfeest. In de buurt van Lochem bij de Lochemse Berg bevindt zich een diepe kuil en daar komt de naam Witte Wijvenkuil vandaan. Witte Wijven zijn folkloristische wezens die veel in sagen voorkomen.
Carl Doeke Eisma

Het in 1915 uitgegeven boek Onder het Stroodak.