Er blijft niets over, alles gaat voorbij,
Uit: De draad van Ariadne
Wanneer je in een kort bestek als dit iets over Anthonie Donker – dit is één van de pseudoniemen die hij gebruikte – wilt vertellen, moet je jezelf beperkingen opleggen. Los van de gedichten, boeken, toneelstukken en essays die hij op zijn naam heeft staan, was hij hoogleraar in de Nederlandse Taal en Letterkunde aan de universiteit van Amsterdam, heeft hij werk van buitenlandse schrijvers vertaald en daarnaast heeft hij zich met de politiek beziggehouden.
Nicolaas is in 1902 in Rotterdam geboren. Na het gymnasium doorlopen te hebben ging hij in Leiden Nederlands studeren. Ook toen al speelde zijn zwakke gezondheid hem parten. Van 1927 tot 1936 heeft hij in Zwitserland les gegeven en in 1936 werd hij benoemd tot hoogleraar in Amsterdam. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog sloot hij zich aan bij het verzet. In 1942 stelde hij een manifest tegen de Kultuurkamer op en dit had tot gevolg, dat hij gearresteerd werd en achtereenvolgens in de gevangenis te Scheveningen en het kamp in Sint Michielsgestel heeft vastgezeten. Op 15 augustus 1942 werd hij vrijgelaten. In 1945 werd hij – als lid van de Partij van de Arbeid – lid van de Eerste Kamer. Drie jaar later stapte hij over naar de P.S.P., omdat hij het niet eens was met de tweede politionele actie in het toenmalige Nederlands Indië. In 1965 is hij te Amsterdam overleden.
“Donker is allengs van een zachte, vertederende romantiek gekomen tot een nuchterder levensaanvaarding waarin het goedburgerlijke gezinsleven een veilige waarde betekent”, zo heeft Garmt Stuiveling over hem geschreven.
Naast een poortje in de buitenmuur van de gevangenis te Scheveningen is een plaquette aangebracht met de volgende door hem geschreven tekst:
1940 – 1945
GEDENK HUN LAATSTE GANG
DOOR DEZE LAGE POORT
HUN LEVEN
VOOR VRIJHEID EN VOOR RECHT GEGEVEN
ZET HUN STRIJD VOORT
Het volgende detail wil ik u niet onthouden. Nadat hij in 1942 was vrijgelaten, besloot hij onder te duiken op het adres Crocusstraat 14 te Wassenaar en om precies te zijn in een kamer op de eerste etage aan de achterzijde. Van hieruit had hij zicht op de huizen aan de Hyacinthstraat. Op nummer 7 woonde de heer Dadema en niet te vergeten zijn dochter Mies, die studente was aan het conservatorium. Nicolaas genoot van haar pianospel en dit was kennelijk voldoende reden voor hem om contact met haar te zoeken. In 1945 is hij met haar getrouwd.
Carl Doeke Eisma