“De dwaze mens meent te leven.
De wijzere mens voelt zich heengeleefd worden.”
Uit: Marginalia
Dirk is in Delft geboren. Na de lagere school ging hij in 1900 bij de Koninklijke Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek werken. Tijdens een avondcursus die aldaar gegeven werd, kwam hij in aanraking met de Nederlandse literatuur.
In 1903 nam hij ontslag, omdat hij zich aan die literatuur wilde gaan wijden. Via Brussel kwam hij in Parijs terecht, waar hij kennis maakte met het werk van auteurs als Rimbaud en Flaubert en van deze laatste verscheen in 1906 een vertaling van zijn hand. In 1919 schreef hij een bundel aforismen [kernachtige uitspraken], die in diverse talen vertaald werd. Hoewel hij een autodidact was, dat wil zeggen, dat hij zijn kennis door zelfstudie had verkregen, ging er ook toen al een groot gezag van hem uit. Hij hield lezingen over de Nederlandse literatuur en schreef interessante kritieken. In 1921 verscheen het eerste nummer van het tijdschrift De Stem (dit tijdschrift zou tot 1941 blijven bestaan), dat hij samen met zijn vriend Justus Havelaar (1880-1930) had opgericht. Voornoemd gezag liep een enorme deuk op toen de bekende schrijver E. du Perron (1899-1940) in 1933 Uren met Dirk Koster publiceerde, waarin de hoogdravendheid en verhevenheid, waarvan Dirk gebruik maakte, belachelijk werden gemaakt. Dit had mede tot gevolg, dat het steeds moeilijker werd om werk gepubliceerd te krijgen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij lid van de Kultuurkamer en dat speelde hierbij zeker ook een rol. [Was men lid van deze Kultuurkamer dan hield dat onder meer in, dat men de nationaalsocialistische ideeën onderschreef] Ondanks dit alles – zeker wanneer men door die hoogdravendheid heen kijkt – heeft hij wel degelijk belangrijk werk verricht. Het tijdschrift De Stem wordt wel het brandpunt van humanistische en vitalistische stromingen tussen de beide wereldoorlogen genoemd. In 1956 is hij in Delft overleden.
In het boek Wassenaar…toen ( 1982) las ik op bladzijde 60 de aanhef van een door hem geschreven brief met als datum 17 december 1920: “Wij zijn hier aangekomen; ’t woont hier prachtig aan de rand van een eeuw-oud buiten… “ Naar ik begreep moet het hier om een locatie binnen ons dorp gaan. Ik nam contact op met onze gemeentearchivaris, Carla de Glopper-Zuijderland, en ja hoor, zij wist mij te vertellen om welke locatie het hier gaat: het toenmalige adres: Rijksstraatweg 150a. Van 29 december 1920 tot 18 september 1927 heeft Dirk Koster hier samen met zijn vrouw Elisabeth Cornelia Coster – inderdaad ze had als meisjesnaam dezelfde achternaam als haar man – gewoond.
Tot slot een tweede aforisme van Dirk Koster, waar ouders van deze tijd hun voordeel mee zouden kunnen doen:
“Het kind ontleent zijn feitelijke ervaringen aan het leven, maar de sleutel waarmee het zich deze ervaringen verklaart, ontleent het aan het leven van de ouders.”
Carl Doeke Eisma