Wassenaar was rond 1900 een klein boerendorp, omringd door uitgestrekte wei- en hooilanden, bollenvelden, bossen, landgoederen en duinen. De meeste inwoners verdienden met hard werken een karig loon. Verder hielden ze weinig tijd (en geld) over om leuke dingen te doen. Er waren onder hen die zelden of nooit de gemeentegrens passeerden en over verre reizen alleen maar konden dromen. De ‘gewone man’ verplaatste zich meestal te voet, de beter gesitueerden hadden een rijtuig of huurden er een.
Wanneer je op de fiets van Wassenaar naar Scheveningen rijdt, zou je het fietspad dat naast de Alkemadelaan ligt kunnen nemen. Op 1 april 2015 heeft dit fietspad een naam gekregen en wel het Maurits Kiekpad. Dit fietspad vormt min of meer de verbinding tussen de Scheveningse gevangenis - tijdens de Tweede Wereldoorlog het Oranjehotel genoemd, waar duizenden verzetsstrijders gevangen gezeten hebben - en de Waalsdorpervlakte. Wie was Maurits Kiek?
Probeer het eens, probeer uw allereerste herinneringen uit uw kinderjaren naar boven te halen. Bij mij zijn er enkele die in mijn geheugen zijn gegrift. Zo voel ik als het ware dat ik, als ongeveer vierjarige, op het balkon aan het spelen ben met een rubberen kikkertje dat je door in een rubberen bal te knijpen kon laten zwemmen in een badje.
Zo’n vijftig jaar geleden deelde Cees van der Kleij zijn herinneringen aan de taxiwereld met een journalist. Van der Kleij was als jong ventje begonnen als piccolo bij het deftige hotel De Nieuwe Deijl. “Daar kwamen soms gasten met een auto. Die voertuigen liepen wel eens vast op de zandpaden en dan moesten wij hem eruit halen.”
Het einde van de beroepsvaart in Wassenaar
Naast de beurtschippers hadden ook andere ondernemers hun thuisbasis in de haven aan de Oostdorperweg, zoals bloembollenkweker Gijbertus Gardien met zijn 15-tons motorschip en Cornelis Meurs, de waard van het “Wapen van Wassenaer” aan het Plein, die tevens graanhandelaar was. Zijn ijzeren boot “Onderneming II” was bijna 21 meter lang, mat 46 ton en had een acht (!) pk motor. Iets bescheidener was het 22-tons motorschip “Maria” van vrachtschipper Jacobus Cornelis van der Ham.
Nieuwe beurtvaartondernemingen
De Wassenaarders Jan Blankespoor en Cornelis de Jong begonnen in september 1907 een motorbootdienst van Wassenaar via het Zuideinde in Delft naar het Haagsche Veer 25 te Rotterdam. Dit tweetal had in Leiderdorp een nieuw stalen schip laten bouwen van 40 ton met een motor van 12 pk. Ze noemden de 22 meter lange boot “Nooit Gedacht”.
Nog meer demping en de opkomst van de nieuwe haven.
Na de demping van de oude haven in de Langstraat bleven de Schulpsloot, de Molensloot en een gedeelte van de Havensloot (vanaf de hoek Langstraat – Gravestraat tot de Zijlwatering) bestaan. Ook een stuk kademuur langs de Havensloot bleef beschikbaar, ongeveer vanaf Langstraat 127 tot Lange Kerkdam 1.
De demping van de oude haven in de Langstraat
Rond 1900 vond een deel van de Wassenaarders het Slooteinde een mooie entree van het dorp. Er waren fraaie – vaak zeer oude – gevels, daarlangs een vijf tot zeven meter brede bestrating van heldere keien en klinkers, afgesloten met een zeer goed onderhouden kademuur voorzien van een brede rollaag.
Een nieuwe haven bij de Oostdorperweg
Begin 1892 kreeg gemeenteopzichter Leendert den Hoed opdracht om uit te zoeken wat het zou kosten als de gehele Zijlwatering niet alleen verdiept, maar ook verbreed zou worden. De opzichter maakte minutieuze opmeting van de bestaande toestand.
Hobbels in de Zijlwatering
In tegenstelling tot de waterverbinding van Wassenaar naar het noorden, was de route naar zuidelijk gelegen plaatsen, zoals Den Haag wat omslachtig, doordat de Zijl- en de Kaswatering eindigden bij de Landscheiding. Schepen moesten een heel stuk omvaren via Leiden om daarna over de Vliet de reis zuidwaarts voort te zetten. Blijkbaar vond men dat te lastig.
De moeizame vaart naar Wassenaar
Een schipper bestemd voor Wassenaar die varend op de Rijn het sluisje bij de monding van de Zijlwatering naderde, wachtte een zware klus. Om te beginnen moest bij de vaste brug in de Rijndijk de mast neer. In de watering kon wel gezeild worden, maar de volgende twee bruggen, de Hogeboomse- en de Schulpbrug, konden ook niet open. Weer mast strijken dus. Zeilen ging helemaal niet als de wind teveel van voren kwam.
Vrije vaarders en marktschippers
Eeuwenlang woonden beroepsschippers in ons dorp. Meestal twee tot vier, alleen in de Bataafs-Franse tijd, toen het slecht ging met de economie, had slechts één schipper zijn domicilie in Wassenaar.
De oudste waterverbindingen van Wassenaar met de Rijn
Deze aflevering is de eerste uit een serie van negen, met als thema “Havens te Wassenaar”.
In vroeger eeuwen was transport van goederen over doorgaans onbestrate landwegen een moeizame en kostbare zaak. Dat ging een stuk gemakkelijker en goedkoper over water. In Rijnland waren dan ook alle nederzettingen per schip bereikbaar.
In deze rubriek hebben al enkele artikelen gestaan, waarin Helene Kröller Müller centraal stond. Zo ging het over het huis Ellenwoude dat nooit gebouwd is, over het huis Groot Haesebroek, dat wel gebouwd is en over het Rijksmuseum dat enkele maanden in dit laatste huis een plaatsje vond. De man die dit alles mogelijk maakte, haar echtgenoot, kwam slechts zijdelings ter sprake en daar ga ik nu verandering in brengen.
In het verhaal over tolheffing op de Rijksstraatweg kwam onder meer aan de orde dat de geringe breedte van de weg vereiste dat er regels kwamen over passeren en inhalen. Dat liep desondanks niet altijd vlekkeloos, zo merkte bijvoorbeeld de Wassenaarse kapelaan Kriek. Hij reed in april 1892 te Wassenaar over de straatweg naar Den Haag in een rijtuig bespannen met een klein paardje, toen hij werd ingehaald door een patrouille huzaren.
Zo'n tien jaar geleden holde ik met enige regelmaat via de Klip de duinen in. Ik doe dat nog wel eens. Er zijn twee opvallende verschillen te noemen, Ik loop nu minstens twee keer zo langzaam en er vliegen geen reusachtige vliegtuigen meer pal boven mijn hoofd.
Op 24 november 1919 ontving het College van B&W van Wassenaar een schriftelijk verzoek van “eene Maatschappij tot exploitatie van luchtlijnen”, de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland en Koloniën (afgekort tot KLM). De brief was ondertekend door Albert Plesman (1889-1953), in de hoedanigheid van administrateur, vanuit het kantoor aan de Heeregracht 13 in Den Haag. Het ging hier natuurlijk om de KLM, nog maar net opgericht, op 7 oktober 1919.
Vele jaren werd het deel van de Zijlwatering tussen de Lange Kerkdam en de Oude Rijn gebruikt als trekvaart naar Leiden. En langs een stukje daarvan loopt nog steeds een wandel- en fietspad, dat de toepasselijke naam ‘Jaagpad’ kreeg. Maar ooit was er ook een plan voor het beter benutten van het zuidelijk deel van de Zijlwatering.
In Actueel Verleden heeft al enkele malen een artikel gestaan waarin duidelijk werd dat het dorpje Wassenaar in het begin van de vorige eeuw in betrekkelijk korte tijd is uitgegroeid tot een aanzienlijk groter dorp. Dit kwam vooral doordat inwoners van grote steden als Rotterdam en Den Haag ontdekt hadden dat het hier goed wonen is. Eén van de grootste problemen waar men al vrij snel tegenaan liep, was de bereikbaarheid van Wassenaar. Hoe kon men bijvoorbeeld op een snelle en comfortabele manier vanuit Den Haag naar Wassenaar komen? Als ik een artikel in de Haagsche Courant van 28 november 1905 mag geloven, is dit probleem in datzelfde jaar opgelost.
In het Algemeen Handelsblad van 2 augustus 1896 kwam ik een verhaal tegen met als titel: Een dag naar de Residentie. Kennelijk moeten we het begrip residentie ruim nemen zoals uit de rest van dit artikel zal blijken.
In het Rotterdamsch Nieuwsblad van 2 oktober 1919 trof ik de bijgevoegde tekening aan en de navolgende tekst:
"Merkwaardig is, in de geschiedenis van de Haagsche stadsuitbreiding, de beteekenis die 't dorp Wassenaar gekregen heeft. Het is nog niet zoo lang geleden, dat van Wassenaar, zoo afgelegen en zoo ver van Den Haag achter het Bosch, weinig gesproken werd.
Op oude kaarten van Wassenaar, bijvoorbeeld die van Florisz Balthasar en Balthasar Florisz van Berckenrode van 1615, is goed te zien dat ten zuidoosten van de huidige Rijksstraatweg (toen nog de Zandzee) en parallel daaraan nog een weg liep. Deze liep op de overgang tussen de strandwal en het veenweidegebied.
In deze rubriek is de gele tram al enkele malen voorbij komen rijden. Tussen 1923 en 1961 bestond er een tramverbinding tussen Den Haag en Leiden die via Wassenaar liep. Eén van de conducteurs die tevens de tram bestuurde, was Louis Ruggenberg. Van 1929 tot 1961 woonde hij in ons dorp. Het laatste adres waar hij met zijn gezin woonde was in één van de huizen die speciaal voor het HTM personeel gebouwd zijn in de Baljuwstraat en wel op nummer3.
Onlangs vertelde ik onze dorpsgenoot Dick den Ouden dat het onderwerp van Open Monumentendag dit jaar Op reis is en dat ik in dit verband een artikel geschreven heb over de gele tram. “Weet je dat er een verhaal bestaat met als titel: De tragedie van de gele tram”, zo vroeg hij mij en ik moest bekennen dat ik dit niet wist.
Prins Frederik der Nederlanden is bij ons bekend als bewoner van paleis De Paauw, het tegenwoordige raadhuis. De prins heeft ongetwijfeld een rijk leven gehad, maar hij miste iets wat wij allemaal kennen: de auto. De allereerste auto kwam immers pas in 1896 ons land binnen en toen was de prins al vijftien jaar dood. Prins Frederik heeft het dus altijd met koetsen en rijtuigen moeten doen. En met de trein. Bij huize De Paauw stond dan ook een koetshuis waar de rijtuigen waren ondergebracht en waar de paarden stonden. Dat koetshuis werd later brandweerkazerne en is nu een appartementengebouw.
Dat Wassenaar in ons eigen land enige bekendheid geniet, geloof ik zomaar, maar dat er in een ver verleden in wat toen nog Nederlandsch Indië heette, aandacht besteed werd aan ons dorp, is op z’n minst opmerkelijk. In De Sumatra post van 6 juli 1923 trof ik een artikel aan onder de kop:
Voor de ondernemers en aandeelhouders van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij (HIJSM) was het in het begin onzeker of de onderneming rendabel zou zijn. Er werden dus ijverig – en ook dat was tamelijk nieuw – statistieken bijgehouden. En zo weten we nu dat er in mei 1843, de eerste maand dus dat er vanuit Voorschoten met de trein gereisd kon worden, 4.756 passagiers in Voorschoten opstapten,
De 19e eeuw was een eeuw van grote veranderingen. Eén daarvan betrof de aanleg van spoorwegen. Daarvoor was, om te beginnen, de ontwikkeling van de stoommachine nodig geweest. In het begin van de 19e eeuw ontstonden in Engeland spoorwegen als innovatie in de mijnbouw en werd er voor het eerst een stoommachine op rails gezet.
De zuidoostelijke toegangsweg naar kasteel Oud Wassenaar is, zo kunnen we in diverse bladen lezen, voorwerp van strijd tussen de gemeente en de eigenaar van de woning die pal naast die weg staat. De eigenaar heeft de toegangsweg versmald, de gemeente heeft gelast om deze wijziging ongedaan te maken. Daar de eigenaar niet van plan is om hieraan gevolg te geven, gaat de strijd voorlopig nog even door.
In het zeer geslaagde boek 'Actueel Verleden' beschrijft Van Lit deze spoorlijn met o.a. halte Wassenaar. Helaas werd dit stuk van de lijn al in 1953 opgeheven.
Met de toestemming tot de aanleg van deze spoorlijn en de energieke start daarvan, ontstond meteen bij de rijkere Rotterdammers de vraag, waar ze in Wassenaar zouden kunnen gaan wonen. Dat was een mooie kans voor projectontwikkelaars, als daar bijvoorbeeld was de Bouw- en Grondmaatschappij 'Groot Haesebroek '. Deze kwam met bouwgrond en villa's, maar de zeer ruime opzet daarvan vereiste weldra voor de bewoners een goede verbinding met het station Wassenaar.
Nadat reeds in 1953 het traject Den Haag -Scheveningen Kurhaus van deze spoorlijn was opgeheven, werd op 2 juni 2006, na achtennegentig jaar, het nog resterende deel tussen Den Haag en Rotterdam Hofplein door de NS afgestoten en overgedragen aan Randstad Rail. Op die dag vond er een afscheidsrit plaats met historisch materieel. :Dat was overigens niet meer het materieel, dat oorspronkelijk voor deze lijn ontworpen was. Van de eerste ZHESM -trein valt alleen nog een zeer fraaie motorwagen te bezichtigen in het Spoorwegmuseum te Utrecht.
Iedere laatste zaterdag van de maand (behalve in de zomermaanden) is het Historisch Informatie Punt (HIP) in de Bibliotheek aan de Langstraat geopend. Tussen 11.00 en 16.00 kunt u hier terecht met vragen en opmerkingen over de geschiedenis van Wassenaar.
Op de bres staan voor de cultuurhistorie van Wassenaar, dat is wat de vereniging wil. Dat doet zij o.a. door het bevorderen van de lokale monumentenzorg, het organiseren van lezingen, cursussen, excursies en tentoonstellingen en het uitgeven van publicaties.
Secretaris M.F.J. Spierings - info@oudwassenaer.nl